Allerzielen
Naar Homepage

Naar preekarchief

Naar Weblog
Ik heb wel eens de ervaring dat ik door Heerenveen fiets en iemand tegenkom - en dan denk ik: hé daar fietst mijn grootvader. Mijn grootvader is 25 jaar geleden overleden, dus het is wat onwaarschijnlijk dat hij door Heerenveen fietst. Soms is het dan iemdand die in de verte een beetje op hem lijkt. ‘Je bent nog met hem bezig’ luidt de psychologische theorie daarover en dat klopt dan inderdaad: op de één of andere manier speelt hij door mijn hoofd.

Een mens die overleden is is zo soms nog bij je. Soms is dat niet eens zo prettig. Een vrouw vertelt: mijn moeder had me altijd ingeprent dat mannen niet te vertrouwen waren. Ik was thuis blijven wonen. Terwijl mijn vriendinnen trouwden was ik alleen maar gericht op mijn moeder en op het huishouden. Ze overleed toen ik dertig jaar oud was, en in de jaren daarna waren er best mannen die mij leuk vonden, maar het heeft heel lang geduurd voordat ik dat ook maar toe kon laten bij mezelf dat dat misschien ook een mogelijkheid was voor mij. Ik heb uiteindelijk een man gevonden, maar heel lang was er de stem van mijn moeder in mijn hoofd: ‘pas op!’.

De ervaring dat iemand die overleden is, op een negatieve manier op je blijft drukken is een reeële ervaring. Maar het omgekeerde is er ook. Ik heb leermeesters die overleden zijn en ik denk met ontzettend veel liefde aan hen terug. Niet alleen aan het onderwijs dat ze gegeven hebben, maar ook aan de vaderlijke manier waarop ze met me zijn omgegaan. Ik zie ook wel hun onhebbelijkheden, maar dat goede gevoel overheerst. Of ik denk aan een man die jong gestorven is: af en toe een botterik, maar wat een hartelijke vent ook. Ik denk aan mensen die ik niet zelf gekend heb, maar die ook zeer inspirerend zijn - mensen uit de oorlog, geweldige mensen uit de kerkgeschiedenis: Franciscus van Assisi.

Allerzielen

De katholieke kerk viert vandaag Allerheiligen. Het is een feest waarin de band met de heiligen die ons zijn voorgegaan benadrukt en onderstreept wordt. Morgen is het dan Allerzielen, dat is dan het feest voor alle gestorvenen. Hier in het noorden worden deze feesten niet zo uitgebreid gevierd, maar in katholieke landen gebeurt dat vaak uitgebreid. Misschien heeft u wel eens foto’s gezien van begraafplaatsen die met lichtjes versierd zijn. Of van mensen die picknickmanden meenemen om bij de graven van overleden mensen gaan lunchen. Ik zou dat zo niet doen, maar toch heeft het wel iets.
Zeven jaar geleden hebben we in Haskerdijken een kunstproject gehad op de begraafplaats waarbij een kunstenares een installatie had gemaakt, die er voor zorgde dat als je bij een graf kwam dat daar een verhaal klonk over het leven van die persoon. Ze had dat heel zorgvuldig met familieleden doorgesproken en de verhalen uit de mond van een familielid met een cassetterecorder opgenomen. Nu zou ik dat niet permanent op een begraafplaats willen hebben, maar het idee er achter vond ik wel mooi. Onze gestorvenen hebben ons iets te vertellen. Ze hebben een verhaal dat ons leven verrijkt en alleen al het luisteren naar hun verhalen

Ik vind het belangrijk omdat in onze tijd de wereld van het verleden vooral wordt afgeschilderd als iets dat negatief beoordeeld wordt en waar je afstand van moet nemen.  Het verleden wordt dan alleen gezien als een tijd van ziekte en ellende. Een tijd van vooroordelen, onrecht en domheid. Je voorouders zijn alleen maar mensen van wie je je moet bevrijden, van wie je je los moet maken.  In onze samenleving overheerst een negatieve kijk op de gestorvenen en op het verleden. Je moet je dan vooral los maken van het verleden. Natuurlijk het komt voor dat overledenen op je drukken, maar er zijn ook zoveel meer en andere verhalen te vertellen.

De Sadduceeën geloven niet in de opstanding en ze willen Jezus testen op dit gebied. Ze leggen aan Jezus een strikvraag voor over een vrouw die met zeven mannen trouwt. Hoe zal het haar vergaan als de doden opstaan. Van wie zal ze de vrouw zijn? De Sadduceeën zijn natuurlijk niet echt benieuwd naar het antwoord op deze vraag. Ze willen aantonen dat het absurd is om over de opstanding van de doden te spreken. De suggestie van hun vraag is: dat zal een vrolijke boel worden in dat hiernamaals van jou: een vrouw met zeven mannen.
Maar Jezus gaat daar niet op in. Hij zegt huwen of ten huwelijk nemen is niet belangrijk als de mensen opstaan. Dat komt daar niet voor. Paulus zal later schrijven: je moet je niet voorstellen dat mensen daar hetzelfde lichaam hebben als hier. Ze zullen een ander lichaam hebben. Lichamelijkheid zal er anders zijn, liefde zal er anders zijn. Misschien zijn ze ook wel andere mensen: geoordeeld en gezuiverd door God, tot volle bloei en tot wasdom gekomen door Gods aanwezigheid met hen. God is daar met zijn mensen. En dat is genoeg. Er hoeft daar ook niet per se liefde van man en vrouw te zijn, het gaat daar niet om nageslacht. God is met zijn mensen. Hij is er voor hen.

God is er voor zijn mensen in de opstanding. Jezus probeert dat te bewijzen aan de Sadduceeën. Hij legt de bekende passage over Mozes bij het brandende braambos zo uit dat je daaraan kan zien dat de overledenen niet dood zijn voor God. God zegt daar tegen Mozes: ik ben de God van Abraham,. van Isaak. Ik ben de God van Jacob. Jezus legt er de nadruk op dat God daar zegt: ik ben hun God. Hij zegt niet: ik was het, nee, ik ben het. Ik ben nog steeds voor hen een God. Ze zijn geen mensen uit het verleden voor mij. Ze zijn reeël bij mij, levend voor mij, opgestaan bij mij. Ik ben hun God en zij zijn mijn mensen.

Als de gestorvenen voor God leven, waarom zouden ze dan ook niet voor ons leven. En daar bedoel ik niets magisch mee: maar gewoon als een realiteit: zij zijn bij God en zoals je met God een band hebt, zo heb je ook met de gestorvenen een band. (In de Katholieke kerk wordt er tot een heilige gebeden om voorspraak te doen bij God. Wij protestanten doen dat niet, we vinden dat een omweg, en daar ben ik het ook wel mee eens. Maar het mooie van die gewoonte is dat de mensen die bij God zijn meer voor je gaan leven. Je kan iets aan hen vragen). Op één of andere manier maken ze op een hele positieve manier deel uit van je leefwereld. Zo heb je een band met wie gestorven zijn.

Als we Avondmaal vieren met elkaar dan komt in het tafelgebed  ook de zin voor:

Verbind ons met elkaar
en met allen die ons zijn voorgegaan.

De Avondmaalsgemeenschap is breder dan alleen wij die hier aan tafel zitten, het omvat ook allen die ons zijn voorgegaan. Misschien heeft u er al die keren overheen gehoord. Ik zal het dit keer nog wat uitgebreider zeggen dan anders. Maar als we hier Avondmaal vieren, dan vieren we niet alleen, we vieren die ook samen met die ons zijn voorgegaan.

Het verleden is niet per se slechter. Het is ook niet per se beter. Maar onze tijden en onze levens zijn in Gods hand. God is het middelpunt van alle tijd. Hij draagt ons leven en van allen die na ons komen en van allen die ons voorgingen. Amen.

Marcus 12:18-27 en 1 Korinthe 15:35-49 1 november 2009