Bijbelvertalen en het verlangen naar eenvoud. 

Naar
Homepage


Naar Archief

Naar Weblog





Toen nog maar een beperkte groep mensen kon lezen en boeken zeldzaam waren, hing rond het geschreven woord het aura ‘indrukwekkendheid’ en ‘waarheid’. Dat gold voor de bijbel maar ook voor de geschriften van de Grieken en de Romeinen.  Maar zo ergens in de 18e eeuw veranderde dit. Er kwam een grote productie van boeken, kranten en tijdschriften op gang, onder invloed van een groeiende koopkracht en geletterdheid. Grote oplages maakten het geschreven woord letterlijk ‘goedkoop’. Maar ook figuurlijk. In de loop van de 18e eeuw rolde een golf van eenvoudige romantische vertellingen en pornografie van de persen. In kranten en pamfletten verscheen het laatste nieuws…dat vaak nepnieuws bleek te zijn. Daarmee devalueerde de waarde van het geschreven woord. Ook de autoriteit van de Bijbel en de waarde van de klassieke traditie werden aangevochten. Al deze ontwikkelingen leidden tot een gevoel van crisis over de waarde van het geschreven woord.

Als antwoord op deze crisis ging een deel van de Romantiek op zoek naar eenvoud en natuurlijkheid, in de slipstream van Rousseau. De taal moest weg uit de ‘onnatuurlijke’ traditie van de Latijnse zinsbouw en de klassieke retorica. Ze moest zich richten op het gesproken woord en op de volkstaal, waarmee overigens niet de dialecten werden bedoeld maar de omgangstaal van de burgerij. Multatuli en De Genestet gaven in de 19e eeuw in Nederland het voorbeeld van dit ‘natuurlijke’ Nederlands. In het kielzog van dit romantische gebaar won een veel plattere visie op taal het veld, waarbij taal gereduceerd werd tot een technische aangelegenheid. Multatuli laat in zijn figuur van Batavus Droogstoppel – die literatuur en gedichten maar onzin vindt – die kant van de taalrevolutie zien. Bij Droogstoppel mag taal alleen een één-op-één-relatie met de werkelijkheid hebben.

Nieuwe Vertaling (1951)

Het verlangen naar eenvoudige taal heeft invloed gehad op de ideeën over  de taal van de bijbelvertaling. Het Nederlands van de Statenvertaling was bij het verschijnen van de Statenvertaling in 1637 al een verouderd Nederlands. In navolging van de Vulgaat kende ze veel Graecismen en Hebraïsmen. Toch was die verouderde en soms misschien wat wonderlijke taal 250 jaar lang niet zo storend dat er een breed gedragen nieuwe vertaling op de markt kwam. Pas rond 1870 werd er in de Hervormde synode opnieuw over een bijbelvertaling gesproken. Niet toevallig was dat een 10 jaar na het verschijnen van de Max Havelaar en het laatste werk van De Genestet. Het duurde door allerlei kerkpolitieke ontwikkelingen nog tot 1951 voordat er een breed gedragen nieuwe vertaling lag.

Het taalgebruik van deze Nieuwe Vertaling (1951) kon je echter nauwelijks ‘nieuw’ noemen. De vertalingen waren dan ook grotendeels in de jaren twintig en dertig gemaakt door hoogleraren die in de 19e eeuw waren opgegroeid. Ook wilde men een te grote breuk met de Statenvertaling voorkomen. Als project van taalvernieuwing was de Nieuwe Vertaling nauwelijks gelukt, terwijl het verlangen naar een bijbelvertaling in eenvoudigere taal bleef.

Al vrij snel na het verschijnen van de Nieuwe Vertaling ging het Nederlands Bijbelgenootschap dan ook op zoek naar een eenvoudigere bijbelvertaling. Een inspiratiebron daarbij was de Basic English Bible waarin niet meer dan 850 verschillende woorden waren gebruikt.  Eerst vertaalde men afzonderlijke Bijbelboeken in de reeks ‘boek voor boek‘ en in 1972 volgde de vertaling ‘Groot Nieuws voor U’ (NT), een vertaling die gericht was op buitenkerkelijken, die de taal van de bijbel niet zouden kunnen begrijpen. Deze vertaling werd een onverwacht groot succes….binnen de kerken. Veel mensen buiten de kerken werden er niet bereikt, maar binnen de kerken was de vertaling een onverwacht groot succes. Soms tot op de kansel aan toe. Ook de Startbijbel uit 1994 – een selectie uit de bijbel in eenvoudig Nederlands gericht op kinderen van 9-12 jaar - vond onverwacht een veel bredere lezerskring. De Bijbel in Gewone Taal (BGT) staat in deze traditie van een zoektocht naar een bijbel in eenvoudige taal, een bijbel met taal die duidelijk en eenvoudig is.

Bijbel in Gewone Taal

Om dat doel te verwezenlijken zijn in de BGT niet meer dan 3800 verschillende woorden gebruikt. Ter vergelijking: de NBV-vertaling bevat 11.000 woorden. Onbekende woorden staan er niet in. Ook geen lange woorden of woorden met een lastige lettercombinatie (‘reëel’, ‘chaotisch’) zijn vermeden. Waar beeldtaal voor moeilijkheden kon zorgen is er zonder beeldtaal vertaald. ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde’ (Matteüs 6:19a NBV) wordt in de BGT ‘Je moet niet proberen om rijk te worden op aarde’. Veel meer dan in andere vertalingen klinkt de uitleg mee in de vertaling. Vertaling en uitleg vloeien in elkaar over. Voor zover ik kan zien is er met grote kennis vertaald en uitgelegd is. Het maakt de BGT tot een intellectueel monument van (ver)taalkunde en exegese.

Ontvangst

In een aanzienlijk deel van theologisch Nederland werd de Groot Nieuwsvertaling indertijd weggehoond. Bij de BGT lijken nu ook de meeste theologen ‘om’ te gaan. Het overgrote deel van de reacties is positief tot zeer enthousiast. Dat is intrigerend.

Het heeft zeker te maken met de kwaliteit van de vertaling: de vertaalprincipes zijn consequent doorgevoerd, de exegese is up-to-date en het Nederlands heeft een pakkende directheid. Misschien komt het door het idee dat in ieder geval bij mij had post gevat, dat deze vertaling speciaal bedoeld zou zijn voor laaggeletterden – een project waar je natuurlijk niet anders dan sympathiek tegenover kan staan. Maar NBG-medewerkers verzekerden mij dat de vertaling van het begin af aan bedoeld is geweest voor iedereen die een eenvoudige vertaling prettig vindt. De focus van het vertaalproject had alleen gelegen op een minder geletterde groep, omdat je daar als vertalers moeite voor moet doen.

 Een belangrijke oorzaak van het succes van de BGT is gelegen in het veranderde theologisch-culturele klimaat. In de kerk heeft het verlangen naar eenvoud zich nog meer dan elders in de samenleving doorgezet. Geconfronteerd met een cultuur waarin voor het christendom minder plaats is en geconfronteerd met massale kerkverlating gaat men op zoek naar een ‘gewoon’, eenvoudig en ongecompliceerd geloof. ‘We kunnen niet alles meer overdragen aan een nieuwe generatie, laten we het eenvoudig houden en vooral geen drempels opwerpen.’ De hogere opleiding van de gelovigen versterkt paradoxaal genoeg dat verlangen naar eenvoud. Men wil niet verdrinken in de stortvloed van tegenstrijdige theologische literatuur. De wereld van werk en nieuws is al ingewikkeld genoeg, op zondag moet het eenvoudig zijn.

Een bijbel in begrijpelijke taal geeft daarnaast een gevoel van emancipatie en ontvoogding. Je hebt geen predikant nodig die met zijn of haar - soms dubieuze - uitleg tussen jou en de tekst kruipt. Dat je zelf grote delen van de Bijbel kan begrijpen geeft ook een gevoel van geaccepteerd worden: de bijbel is niet te ingewikkeld voor mij. Er is voor mij ook ruimte in het verhaal van God.

Vanzelfsprekend is er ook het een en ander af te dingen op de Bijbel in Gewone Taal. Ik doel daarbij niet in de eerste plaats op vertaalkeuzes waar deze of gene een andere mening over kan hebben. Vertaalkeuzes – en dus ook ‘foutieve’ – zijn inherent aan het project. Veel meer heb ik moeite met het gebrek aan beeldrijke taal in bijvoorbeeld de Psalmen en bij de Profeten. Dat maakt niet alleen de taal van de bijbel gewoon, maar vervlakt ook de inhoud. Of het ontbreken van een woord als ‘genade’. Dat wordt vertaald met een omschrijving als ‘God is goed’. Dat is consequent, maar geeft ook de grenzen van dit vertaalproject voor de kerk aan. De kerk raakt op deze manier haar eigen woorden en begrippen kwijt.

Bijbelgebruik

Bij een keuze voor deze of gene vertaling hangt uiteindelijk alles hangt af van de context van het Bijbelgebruik. Voor het eigen bijbellezen thuis lijkt me de Bijbel in Gewone Taal prima geschikt. Je hebt dan een tekst waarbij ‘moeilijke woorden’ geen belemmering vormen en waarbij je vaak ook de richting van een uitleg krijgt.  

De nadelen van de BGT laten tegelijkertijd nog eens zien dat het vertalen van de Bijbel ook een zaak van de kerk is. De kerk moet een vertaling hebben waarin haar eigen begrippen spreken en waarin de vergezichten van het geloof ook echte vergezichten zijn. Ik geef aan zo’n vertaling de voorkeur voor gebruik in de eredienst. Maar nog belangrijker dan de precieze keuze voor een vertaling vind ik het van belang dat er dat er een zekere eerbied voor dit boek bestaat. In de behandeling van de bijbel moet duidelijk zijn dat de eerbied die het boek vanaf de 18e eeuw in de algemene cultuur niet meer heeft gekregen, wel geldt voor de Bijbel. Het is Heilige Schrift. Wat dat betreft is de omgang met de bijbel in een Rooms-Katholieke eredienst nog zo gek niet. Daar wordt de bijbel plechtig binnengedragen, er wordt door de voorgangers gebogen voor de bijbel en de parochianen gaan staan als het evangelie gelezen wordt. Het zijn allemaal uitdrukkingen van respect voor dit boek.

Coen Wessel

Gepublicieerd in: In de Waagschaal, jaargang 49, nr.3, 7 maart 2020

Dit is het eerste deel van een tweeluik over Bijbelvertalen. Een tweede deel, over 'Bijbelvertalen en het verlangen naar het sublieme', waarin ik o.a. in ga op de vertaalmethode van Martin Buber vindt u hier.