Frankenstein: de mens, het monster en
de roman
Naar Homepage

Naar Archief

Naar Weblog

In elke goede roman wordt geprobeerd iets over het wezen van de mens te zeggen. Een heel aantal auteurs komt dan tot de conclusie dat het nooit wat zal worden met de mensheid. Ze schetsen een beeld van een wreed universum waarin het menselijk pogen te kort schiet. Maar er zijn ook auteurs die proberen om wegen naar een goed en humaan samenleven te schetsen. In de eerste horrorroman, de roman ‘Frankenstein’ van Mary Shelley, zie je beide lijnen uit de moderne romangeschiedenis lopen. Met de mens dr. Frankenstein wordt het inderdaad niks. Maar dat monster: ach, had dat niet net even anders kunnen lopen?

Mary Shelley

De ontstaansgeschiedenis van de Mary Shelley's roman Frankenstein is net zo legendarisch als het monster zelf. Mary Shelley vertelt dat zij en haar man, de dichter Shelley, met de dichter Lord Byron op een regenachtige avond in Mary Shelley can't sleepjuni 1816 bijeen waren tijdens een vakantie aan het meer van Geneve. Ze daagden elkaar uit om een spookgeschiedenis te schrijven. De mannen gingen aan het werk, maar de 18-jarige Mary Shelley kwam tot niets en ging slapen. Halverwege de nacht werd ze wakker en half hallucinerend kwamen de beelden van de vertelling over Frankenstein en het monster dat hij schept in haar op. Snel maakte ze aantekeningen en in de maanden daarna werkte ze het verhaal uit. De rest is een geschiedenis van een groot literair succes, vele verfilmingen en een iconische plaats in de westerse verbeelding.

Schepper en schepsel

De roman Frankenstein is een reactie op de Franse revolutie en op de Verlichting. In de Franse revolutie is met veel geweld geprobeerd de maatschappelijke orde te herscheppen. In de radicale Verlichting wordt uitgezien naar een nieuwe, herschapen mens – een mens die zich losgemaakt heeft van het christendom. Mary Shelley gaat in haar roman nog een stap verder: niet alleen de maatschappelijke orde en het sociale mens-zijn wordt herschapen, maar Frankenstein schept ook een nieuwe biologische mens.  En de vraag die deze roman op tafel legt is: wordt dat niet zo’n horrorstory als de Franse revolutie.

Mary Shelley ontwikkelt daarvoor hoofdzakelijk twee vertelperspectieven. In het ene vertelperspectief is de student Frankenstein aan het woord. Hij vertelt overtuigend dat deze nieuwe scheppingsgeschiedenis in een catastrofe eindigt. Frankensteins creatie keert zich tegen zijn schepper en  vermoordt alle mensen die Frankenstein lief zijn. De wens om als God te zijn loopt even slecht af als eertijds in het paradijs.

Frankenstein and his monster arguingDeze lijn in het boek is spannend en onderhoudend, maar die hele Frankenstein is toch ook wel een ontzettende zeur met zijn bladzijdelange monologen vol zelfbeklag en spijt. Het is de geschiedenis van een val zonder enige verlossing en  hoe mooi dat ook is opgeschreven, dat wordt wat saai.

Veel spannender en aangrijpender is de andere literaire lijn die door het boek loopt. Hierin vertelt de schepping van Frankenstein zelf zijn verhaal. We krijgen te horen hoe hij, vanaf het moment dat zijn schepper hem in de steek laat, zelf de wereld moet verkennen. Hoe hij het vuur ontdekt en voedsel. Hoe hij leert praten en lezen. Bovenal ontdekt hij de kracht van menselijk samenleven en liefde. Mary Shelley maakt invoelbaar hoezeer het monster er onder lijdt dat zijn schepper hem in de steek gelaten heeft en dat alle mensen hem verstoten vanwege zijn monsterlijke uiterlijk. Wanneer Frankenstein ook nog eens weigert om een metgezel voor hem te maken, een vrouwelijk monster, slaan alle stoppen bij hem door. In zijn eenzaamheid wordt hij nu helemaal een monster.

Vervanging van de bijbel

Met dit thema van de moderne mens als mislukte schepper – en als mislukt schepsel – is het een waanzinnig interessant boek . Er zijn dan ook boekenplanken vol over dit boek geschreven.  Ik heb  Mary Shelley’s roman vooral  gelezen als een vooruitblik op de twee eeuwen moderne romangeschiedenis die er na komt. De moderne roman is altijd nauw verbonden geweest met het project van de Verlichting om tot een nieuwe, niet-christelijke mens te komen. In een cultuur waarin de autoriteit van de bijbel is weggevallen thematiseert de moderne roman aspecten van het menszijn en zoekt naar oplossingen. Elke goede roman is een poging om de bijbel te vervangen.

Mislukking?

In het deel van Mary Shelley’s roman waarin dr. Frankenstein aan het woord is, wordt duidelijk gemaakt dat dat niet gaat lukken. Ook al gaat het hier om een nieuwe biologische mens die hij schept, de onderhuidse boodschap gaat ook over de sociale mens: het lukt niet om een andere mens te scheppen die enigszins ‘houdbaar’ is en niet de trekken van een monster heeft.  Merkwaardig genoeg is dat juist een thema dat zeer vruchtbaar geweest is in de romankunst. Talloze romanciers – denk aan W.F. Hermans, Arnon Grunberg - thematiseren het mislukken van alle pogingen om tot een humaan menselijk samenleven te komen. Ik vind dat een pessimistische en inhumane boodschap. En bovendien zo ontzettend oninteressant en saai: ‘het is niets met de mens en het zal ook nooit wat worden’. Gaap.

In het deel waarin Frankensteins monster aan het woord is heb je de hoop dat het toch nog wat zal worden. Het monster vertelt hoe hij maandenlang een vluchtelingengezin gadeslaat en van hen leert hoe je samenleeft en samen overleeft. Hoe hij mooier wordt als mens en uiteindelijk uit zijn schuilplaats in de struiken tevoorschijn komt om zich te tonen. Mary Shelley wilde vooral een spookgeschiedenis vertellen en dus mislukt dit volledig. Maar niet elke geschiedenis wordt in de nacht geboren. In de tweehonderd jaar na Mary Shelley zijn er ook romanschrijvers opgestaan (Thomas Mann) die wel zo’n proces van innerlijke ontwikkeling tot een goed einde laten komen. Ze laten een mens wijzer, verantwoordelijker en liefelijker worden.

Als ik tegenwoordig nog romans lees – ik lees er steeds minder – dan zijn het deze. Ze proberen in ieder geval een humaan menselijk samenleven vorm te geven. Of dat uiteindelijk ook buiten de godsdienst om lukt weet ik niet. Maar ze doen – net als aanvankelijk Frankensteins monster – in ieder geval hun best om tot een echt humaan leven te komen.

Coen Wessel