'Wij zijn haar handen'. Over Geronimo.
Naar Homepage

Naar Archief

De jongste roman van Leon de Winter, Geronimo, is spannend. Er is veel actie, er zijn complotten van geheime diensten en de hoofdpersonen zijn echte helden. Maar daarnaast is De Winters roman een dieptepeiling en een optimistische verbeelding van het conflict tussen het moslimextremisme en het Westen. Die diepere laag van de roman is door veel recensenten helaas gemist. Rob Schouten noemde de roman in zijn recensie van 9 mei 2015 zelfs ‘regelrechte pulp’. ‘Het heeft er alle schijn van dat De Winter zich heeft overeten aan televisieseries als ‘Homeland’ en ‘House of Cards’, een indigestie die hij in ‘Geronimo’ weer probeert uit te braken, anders kan ik het verhaal in deze roman niet duiden’.

Trekken van Christus

De Winter verbeeldt het conflict met het moslimextremisme op het meest fundamentele niveau. Hij beschrijft een ontmoeting tussen de moslimextremist bij uitstek, Osama bin Laden, en een moslimmeisje, dat duidelijk de trekken van Christus heeft.

Bij sommigen haalt het meisje het slechtste naar boven. De Taliban snijden haar oren af omdat ze luisterde naar de muziek van Bach, het grootste van de christelijke cultuur. Ze hebben ook haar handen afgehakt ze hakken ook haar handen af zodat ze nooit deze muziek kan spelen. Maar bij Osama bin Laden gebeurt precies wat het Christendom beoogt: als hij het meisje ontmoet wordt zijn menselijkheid tevoorschijn geroepen. Bin Laden vermoordt het meisje niet – zoals hij vele anderen vermoordde - maar hij wordt door haar aanblik getroffen en gaat haar verzorgen. Hij wordt daardoor zelf ook vrolijker en onbezorgder. Hij rijdt met haar rond op zijn brommer door de nacht van zijn woonplaats Abbottabad. Osama bin Laden met een meisje op de brommer, een prachtig en krankzinnig beeld van vrijheid en lichtheid. Bij de Pakistaanse cwij zijn haar handenhristenen die het verminkte meisje op straat aantreffen gebeurt iets soortgelijks. Ook zij gaan voor haar zorgen. Ze zeggen tegen elkaar: ‘Wij moeten voortaan haar handen zijn’. De Winter verwijst hier indirect naar het beroemde kruisbeeld in de Ludgerikerk in MŁnster. Bij een bombardement in 1944 verloor de Christusfiguur beide armen. Bij de restauratie van de kerk is het beeld zonder armen teruggehangen met de tekst: ‘Ik heb geen andere handen, dan die van jullie’.

Conflict

Die centrale plaats van een Christusfiguur is intrigerend. Het lijkt alsof De Winter wil zeggen: we hebben niet te maken met een conflict tussen ‘de Islam’ en de Westerse moderniteit, maar met een conflict tussen haat en liefde, tussen vijandschap en vergeving. Het conflict tussen het moslimextremisme en ‘ons’ is daarmee ten diepste religieus. Het is een conflict met de mens die voor een groot deel ten grondslag ligt aan de Westerse beschaving: de Jood Jezus.

Westerse christenen spelen in dit conflict geen rol. Alsof de kracht van het westerse christendom is uitgespeeld. Pakistaanse christenen hebben een rol als mensen die in hun vernedering en onderdrukking het meest op Christus lijken. IsraŽl speelt een rol als het land dat humaniteit en kracht durft te combineren. De hoofdpersoon Tom, een seculiere Amerikaanse Jood, vertrouwt zijn bestaan uiteindelijk aan dit land toe. IsraŽl is ook het land dat Osama bin Laden uiteindelijk doodt. Want in het universum van De Winter is Osama bin Laden niet door Amerikaanse commando’s geŽxecuteerd. Vlak voordat ze hem hadden moeten doden, heeft er een persoonsverwisseling plaats gehad en is er iemand anders gedood. Eigenlijk net zoals in de Islam over de kruisdood van Jezus gesproken wordt: vlak voor de kruisiging is hij verwisseld (Sura 4,157).

Optimistisch

Het boek is optimistisch. Als polemist wil Leon de Winter nog wel eens geharnast zijn over de Islam. Maar dit boek is in de eerste plaats een pleidooi voor vertrouwen in de kracht van liefde en vergeving. Op het einde van het boek zijn hoofdpersoon Tom en zijn ex-vrouw verder gekomen in het verwerken van hun rouw en schuld. En als zelfs Osama bin Laden een beetje ten goede kan veranderen, dan staat het er nog niet zo slecht met de wereld voor. Het boek is ook een oproep om al die miljoenen onderdrukte christenen in moslimlanden en die miljoenen moslimmeisjes niet te vergeten. ‘Wij zijn hun handen’. Het slotvisioen van het boek dat het moslimmeisje wonderbaarlijk genezen is en op onverwachte plaatsen in AziŽ Bachs Goldbergvariaties speelt, toont De Winters profetische vertrouwen in de afloop van het conflict tussen Christus en het moslimextremisme.

Coen Wessel

Leon de Winter, Geronimo, De Bezige Bij