Mechthild von Magdeburg in het middelbaar onderwijs
Terug naar Homepage

Terug naar Archief

Naar Hoofdstuk
pagina Godsdienst
onderwijs

Naar Weblog

Ik wil met jullie een aantal mystieke teksten gaan lezen. Mystiek in het christendom is het verlangen om God of Christus zeer dicht te naderen of zich met hen te verenigen. Dit naderen van God of van Christus kan op verschillende manieren. Het kan door het maken van een hemelreis, waarover bijvoorbeeld Paulus bericht (II Korinthe 12:2 e.v.). Het kan ook door een intense verbondenheid van een mens met God.

Ook in het ‘gewone’ geloven zitten elementen van verbondenheid van God en mens, bijvoorbeeld in het avondmaal/eucharistie waarbij men deel heeft aan het lichaam en het bloed van Christus of in de doop, waarbij men opgenomen wordt in de Naam van God en met Christus sterft en opstaat.  In het evangelie van Johannes en in de brieven van Johannes wordt in mystieke termen over de verbondenheid van Christus, God en zijn discipelen gesproken (bijvoorbeeld Johannes 14-17). Ook de inspiratie die een mens krijgt door de Heilige Geest is een verbonden zijn met God.

Maar bij mystiek in het christendom gaat het om ongewone ervaringen: mensen die visioenen hebben gehad, of min of meer extatische ervaringen, ervaringen van verbondheid met Christus of met God. God is niet ver weg, maar heel dichtbij. Sommige mystici spreken over een liefdesrelatie met God. God is voor hen als een minnaar.

Ik lees met jullie het volgende gedicht uit ongeveer 1300 van een onbekende auteur. Het bevat bijna alle elementen die in de mystiek een rol spelen.
(Ik heb het voorgedragen in het Middelduits en dat maakte de les! Let ook op de i-klinken)
                                                                                                                

 
O sele myn
genk vz, got in,
sink al myn icht
in gotis nicht,
sink in di grundelose vlut!mystiek chagall
Vli ich von dir,
du kumst czu mir;
vorlise ich mich,
so vinde ich dich:
o ubirweseliches gut!
O ziel van mij
ga uit, God in
(ver)zink al mijn iets
in Gods niets
(ver)zink in de grondeloze vloed!Mystiek
Vlucht ik van jou:
jij komt naar mij.
Verlies ik mij
dan vind ik jou
O bovenwezenlijk Goed!.

                               
- ga uit, God in: de ziel moet zich losmaken van de persoon en in God gaan
- de mens moet verzinken, hij moet alles van zichzelf loslaten, in de eerste plaas de negatieve eigenschappen zoals die ook in de ascese worden losgelaten: alle tevredenheid over zichzelf, alle trots, alle eigenliefde, maar ook alle andere eigenschappen en kwaliteiten van het zelf. 
- Gods niets: in het niets van God. Tegenover het iets van de mens is er geen iets van God, maar een niets, God gaat al wat is te boven, God gaat alle kwaliteiten te boven. God is niet in menselijke woorden en kwaliteiten te vatten. Rond God is een donkere wolk, zeggen de mystici. Zie ook negatieve theologie.
- verzink in de grondeloze vloed, een oceanisch gevoel. Misschien wel de vloed van voor de schepping.
- vlucht ik van jou: God laat je niet los (vgl. Ps. 139)
- verlies ik mij: door zelfverlies, vind ik God: vergelijk: verzink al mijn iets
- bovenwezenlijk: God gaat boven al wat is (het zijnde) uit.


De verdere teksten die we gaan lezen zijn teksten van Mechthild van Maagdenburg (Mechthild von Magdeburg).

Mechthild van Magdeburg leefde in de dertiende eeuw. Dat was een tijd van grote veranderingen: de steden kwamen op, mensen gingen meer produceren en verhandelen, er ontstond een veel grotere internationale uitwisseling van diensten en producten waardoor mensen over de grenzen van hun stad of hun land heen keken, de bevolking groeide, de verschillen tussen arm en rijk namen toe. In deze tijd onstaat er een nieuw elan in het christendom. Er ontstaan hervormingsbewegingen. Eerst in de kloosters - men keert terug tot een strengere levenswijze - maar daarna ook daarbuiten. Er is een verlangen om terug te keren tot de soberheid en de armoede van de eerste christenen (o.a. Franciscus van Assisi). Min of meer een onderdeel van deze beweging is er een groeiende aandacht voor mystiek, speciaal ook onder vrouwen (Bernard van Clairvaux, Hildegard van Bingen, Hadewych e.a.). In dit maatschappelijke klimaat groeit Mechthild van Maagdenburg op.

Mechthild van Magdeburg werd in 1207 geboren. Ze kwam uit een adellijke familie en ze had onderwijs genoten. Vanaf haar twaalfde jaar heeft ze Godservaringen. Als ze twintig is besluit ze niet om het aangename leven van jonkvrouw op een kasteel te gaan leven, maar ze sluit zich aan bij één van de christelijke vernieuwingsbewegingen van haar tijd: de beweging van begijnen. Net als andere begijnen gaat ze in de stad wonen, samen met andere vrouwen. Daar doet ze sociaal werk en leeft ze teruggetrokken. Omdat het vrouwen zijn die zich enigszins aan het gezag van kerk en samenleving onttrokken werd er soms met argwaan naar hen gekeken.
Mechthild krijgt ook mystieke visioenen. Zij heeft daar over geschreven in het boek 'Das fliessende Licht der Gottheit'. Daaruit gaan we nu enkele teksten lezen. Heel origineel aan Mechthild is dat ze in de volkstaal schrijft. De taal van kerk en wetenschap was Latijn, maar in haar tijd komt heel langzaam het gebruik van de volkstaal op en zij is de eerste van alle mystici die in de volkstaal schrijven. Helaas hebben we haar oorspronkelijke werk niet meer. Voor ons is dat ook jammer, omdat zij schreef in een variant van het Nederduits, het Duits dat van Stellingwerf tot Danzig gesproken is en veel met het Nederlands overeenkomt. Maar we hebben wel een vertaling van haar werk in het Middelduits uit het zuidwesten van Duitsland (Alemanisch).

Bestudeer  de volgende tekst:
   Handschrift Mechthild von Magdeburg  
Ich mag nit tanzen, herre,
du enleitest mich.
Wilt du, da ich sere springe,
so must du selber vor ansingen;
so springe ich in die minne,
von der minne in bekantnisse,
von bekantnisse in gebruchunge,
von gebruchunge úber alle moenschliche sinne.

Da wil ich bliben und wil doch fúrbas crigen.
I,44
Ik kan niet dansen,
God, tenzij u mij leidt.
Als u wilt dat ik echt spring
moet u zelf het lied zingen.
Dan spring ik in de liefde,
van de liefde in de kennis,
van de kennis in de vreugde,
en van de vreugde tot boven elke menselijke aandoening.
Daar wil ik blijven, en  nog daar aan voorbij komen


- houd in de gaten dat het in het gehele gedicht om een dans gaat!
- leiden: letterlijk: de dans leiden
  figuurlijk: leiding geven aan een leven
- wat moet God nog meer doen dan de dans leiden?
- wat is het antwoord van Mechthild?
- ‘in de minne springen’ ~ de mystieke liefde
   voor God opzoeken
- gebruchung: = het proeven van God in extase

Vertaal nu de volgende tekst. Voor wie geen Duits kan is er een vrije Engelse vertaling toegevoegd.


Der visch mag in dem wasser nit ertrinken,
der vogel in dem lufte nit versinken,
das golt mag in dem fúre nit verderben
wand es enpfat da sin klarheit und sin lúhtende varwe.
Got hat allen creaturen das gegeben,
das si ir nature pflegen,
wie moechte ich denne miner nature widerstan?
Ich mueste von allen dingen in got gan,
der min vatter ist von nature,
min bruder von siner moenscheit,
min brútegom von minnen
und ich sin ane anegenge.    I,44
Der Fisch kann im Wasser nicht ertrinken,
der Vogel in den Lüften nicht versinken,
das Gold ist im Feuer nie vergangen,
denn es wird dort Klarheit und leuchtenden Glanz
empfangen.
Gott hat allen Kreaturen das gegeben,
daß sie ihrer Natur gemäß leben.
Wie könnte ich denn meiner Natur widerstehn?
Ich muß von allen Dingen weg zu Gott hingehn,
der mein Vater ist von Natur,
mein Bruder nach seiner Menschheit,
mein Bräutigam von Minnen
und ich seine Braut ohne Beginnen.
A fish cannot drown in water,
A bird does not fall in air.
In the fire of creation,
gold doesn't vanish:
the fire brightens.
Each creature God made
must live in its own true nature;
How could I resist my nature,
that lives for oneness with God?






We weten heel weinig over Mechthild van Magdeburg. Maar tussen de regels door is duidelijk dat ze veel tegenwerking heeft gehad, vooral van de geestelijkheid. Ook is bekend dat rond 1260, Mechthild is dan 43 jaar, de priesters van Maagdenburg besluiten dat de Begijnen voortaan onder hun geestelijke hoede staan. Het is een (geslaagde) poging om de zelfstandigheid van de Begijnen te breken. Mechthild trekt zich een aantal jaren later (in 1270) in het klooster Helfta terug. Ze is dan verzwakt door ziekte en door alle tegenwerking. In het klooster knapt ze geestelijk op, hoewel ze misschien blind is geweest. Ze komt verder tot schrijven en inspireert twee vrouwen, Mechthild von Hackeborn (1231-1291) und Gertrud von Helfta (1256-1302), om ook te schrijven over hun mystieke ervaringen. Mechthild van Magdeburg is nooit heilig verklaard. Haar geschriften zijn alleen uit vertaling bekend. Ze is op hoge leeftijd overleden (1282).

Zelf was ze ook niet misselijk in haar kritiek op de geestelijkheid. Ze schrijft:

'O Wee, kroon van de heilige kerk, hoe zeer ben je bevuild. Jouw edelstenen zijn je ontvallen, want je verzwakt het heilige christelijke geloof en maakt het te schande. Je goud is verrot in een poel van onkuishied, want je bent arm geworden en bezit de ware liefde niet. Je matigheid is verbrand in het gierige vuur van geschrans. ...O Wee, kroon van de heilige geestelijkheid, hoe ben je verloren gegaan. Voorwaar, je bezit alleen nog het omhulsel van jezelf, dat is het priesterlijke geweld. Daarmee strijd je tegen God en zijn uitverkoren vrienden.

 
  Rollenspel:
 
    Spel: speel een (verzonnen) rechtszaak tegen Mechthild

Er zijn de volgende rollen:
-  drie aanklagers die een aanklacht tegen Mechthild verzinnen:  wat zijn de gevaren van deze mystiek, waarom moet ze hier niet mee doorgaan. Bedenk waarom Mechthilds theologie niet overeenkomt met het gewone geloof. Bedenk de slechte invloed op gewone gelovigen
- drie Mechthilds: verdedig jezelf
- één rechter die het proces leidt (eventueel kan dat de docent zelf zijn, liever een leerling)
- 3 juryleden
- 4 observatoren van de aanklagers
- 4 observatoren van Mechthild
- 2 observatoren van de rechter
- 2 observatoren van de jury

iedereen krijgt vijf minuten om zich voor te bereiden
de rechter opent het proces, geeft de aanklagers het woord, Mechthild verdedigt zich,
de rechter kan de aanklagers vragen laten stellen aan Mechthild, hij kan ook zelf vragen stellen
de jury komt zonder overleg tot een uitspraak door beargumenteerd te stemmen

na afloop geven de observatoren kort commentaar eventueel kan aan Mechthild en aan de aanklagers gevraagd worden hoe het was.

Het spel duurt 25 minuten. De leerlingen waren enthousiast.
 
Andere teksten uit 'Das fliessende Licht der Gottheit':                                              Mechthild von Magdeburg vrouw volgt Christus
 
Du bist miner gerunge ein minnenvulunge,
du bist miner brust ein suessú kulunge,
du bist ein kreftig kus mines mundes,
du bist ein vroelich vroede mines vundes!
Ich bin in dir und du bist in mir,
wir moegen ni naher sin
wan wir zwoei sin in ein gevlossen
und sin in ein forme gegossen
Als son wir bliben eweklich unverdrossen.
Jij bent voor mijn verlangen een liefdesgevoel
jij bent voor mijn borst een zoete koeling
jij bent een krachtige kus van mijn mond,
jij bent een vrolijke vreugde, door mij gevonden
Ik ben in jou en jij bent in mij
wij kunnen niet nader zijn
want wij twee zijn in één gestroomd
en zijn in één vorm gegoten
zo zullen we eeuwig blijven, onverdroten
(zonder moe te worden) III,5

Mechthild moet als kind op het kasteel de hoofse lyriek hebben leren kennen. In de hoofse lyriek bezingt een troubadour, meestal iemand uit de lagere adel, de vrouw van het kasteel. Zij is de onbereikbare geliefde, de vrouwe Minne. Het verlangen naar haar is de motor van de hoofse lyriek. Deze struktuur komt terug in de lyriek van Mechthild.

 

owe ich dir in dem homute lihte entwenke!
Mere ie ich tieffer sinke,
 ie ich suessor trinke

IV,12

O Wee, in hoogmoed verlies ik u zo gemakkelijk.
Maar nu hoe dieper ik zink
des te zoeter ik drink
(van U).

 - met welk woord wordt ‘hoogmoed’ gecontrasteerd
 - hoe kom je bij God volgens dit lied?

Literatuur: Mechthild von Magdeburg, Das fliessende Licht der Gottheit, eine Auswahl, herausgegeben von Gisela Vollmann-Profe, Reclam 2008

Websites:  800 jaar Mechthild von Magdeburg, Other womens voices
                 Wikipedia