Projectbeschrijving doophemd
Terug naar
Doophemden


Terug naar
Homepage

Een doophemd is een kledingstuk dat je direct op je bovenlichaam draagt. Over het doophemd heen draag je andere, gewone kleren. Het doophemd is dus niet te zien voor anderen. Degene die het doophemd draagt voelt wel dat zij of hij het doophemd draagt. Daardoor word je tijdens het dragen bepaald bij je verbondenheid bij Christus en bij God.
Het doophemd is gemaakt van linnen, een stof met een hoge symbolische waarde en soms (afhankelijk van de kwaliteit) ook een stugge stof die je direct voelt. Het doophemd is bewerkt met een symbolen/afbeeldingen die verwijzen naar Christus en eventueel ook met teksten, zegenspreuken etc.

Het project

De textielkunstenaressen Marijke Jager en Jeannette de Wilde hebben de afgelopen anderhalf jaar een zestiental doophemden gemaakt. Dit zijn kunstig bewerkte hemden, die laten zien wat een doophemd kan zijn..
Rond deze doophemden wordt een expositie ingericht in de Domkerk in Utrecht gedurende acht weken in de periode 6 mei-26 juni 2005. De expositie wordt ondersteund door de kunstcommissie van de Domkerk en medewerkers van museum het Catharijneconvent.

Het is onze bedoeling dat het niet blijft bij deze expositie, maar dat het doophemd ook een voorwerp voor elke dag wordt en ingang zal vinden in het Nederlandse christelijke leven. Daarom zullen er naast de kunstig bewerkte hemden ook een paar meer eenvoudige hemden worden tentoongesteld die gemaakt zijn door jongeren uit Heerenveen en Utrecht.

Aspecten van het doophemd

Verborgen. Het doophemd wordt onder de gewone kleding gedragen. Het is niet te zien voor een ander, het hemd is alleen gericht op de drager van het hemd. Het is geen logo waarmee je probeert te communiceren hoe goed en modern je bent. Het is geen teken, waarmee je je van het begin af aan van een ander onderscheidt. “Mijn hemd is geen vaandel, dat ik in één schare voer tegenover een tweede” schrijft Harman Nielsen in een prozagedicht over het doophemd. Jezus beveelt zijn discipelen aan om niet openlijk te bidden om daarmee hun gelovigheid aan heel de wereld te laten zien. Het is beter om te bidden in de afzondering en afgeslotenheid van een huis. Het doophemd verbeeldt die afgeslotenheid.
Het verwijst ook naar de verborgenheid van God. God is niet zomaar te zien in deze wereld. In deze wereld heerst God nog niet voluit. Het bijbelse visioen dat God zijn mensen met blinkende gewaden zal bekleden (Openbaring 7:9 en 19:8) is nog niet werkelijk. De wereld is zo nog niet, de mensen zijn nog niet zo, ook de christenen niet. Daar moet je dus ook niet op vooruit lopen door je hemd openlijk te dragen. Die tijd komt nog wel.
In onze samenleving zit aan die verborgenheid van God een extra aspect. God is vrijwel uit het openbare leven verdwenen. Het doophemd verbeeldt dat het christelijk geloof niet vanuit die openbaarheid gevoed wordt, maar een kracht in het verborgene is.

Identiteit. Een doophemd is een herinnering aan Christus/God. Het bepaalt een mens steeds opnieuw bij zijn van Christus-zijn. Het helpt erbij dat geloven niet alleen iets is van een moment in de kerk, maar meegedragen wordt in heel het leven. Het versterkt de christelijke identiteit in een tijd dat die niet zo veel door een omgeving wordt bevestigd.

Individualiteit. In de kerk wordt de gemeente veelal als collectief aangesproken. Veel activiteiten zijn gericht op gemeenschapsvorming. Nieuwkomers worden uitgenodigd zich te voegen in de bestaande structuren van een gemeente. De kerk heeft  moeite met de individualiteit van mensen. Het doophemd is op twee manieren gericht op de individualiteit van mensen: 1) het doophemd wordt door iemand afzonderlijk op zijn lichaam gedragen 2) mensen maken zelf hun doophemd (respectievelijk: kiezen zelf hun doophemd uit).

Lange duur. De doop is een rite van messiaanse levensvernieuwing. Het is een eenmalig moment van vernieuwing en wedergeboorte. Dat is de sterke kant van de doop, maar dat is tegelijkertijd haar zwakte. Als eenmalig moment is het niet te herhalen. Als eenmalig gebeuren heeft het geen duur, anders dan in de herinnering eraan. De doop en de toetreding tot de christelijke gemeente wordt in onze tijd niet ervaren als een moment van identiteitsverandering en overgang naar een andere “staat” en vraagt daarom ook om duur. Het doophemd is een manier om aan het eenmalige van de doop meer de zekere duur van de memoria te verlenen.

Lichamelijkheid. Het christendom kent een ambivalente en vaak vijandige houding ten opzichte van het lichaam. Het doophemd doet recht aan de lichamelijkheid van de mens. Het dragen is een zeer lichamelijke ervaring waarbij gevoel en tastzin belangrijk zijn.
Maar het doophemd houdt voor een deel ook vast aan de christelijke ambivalentie en vijandigheid ten opzichte van het lichaam. Het lichaam moet van buiten bekleed worden, het is niet van zichzelf al goed. En ook de linnen stof is niet alleen prettig om te dragen, het kan (afhankelijk van de kwaliteit linnen) ook schuren.

Linnen. Het doophemd is van linnen. Het verwijst daarmee naar de kleding van de (tempel)priesters van Israël, wier kleding voor een deel uit linnen bestond. De onderkleding van de priesters was geheel van linnen (Exodus 28:39). Het doophemd geeft daarmee iets heiligends en iets priesterlijks aan de drager.
Linnen werd ook gebruikt om doden in te wikkelen (o.a. mummies). De evangelist Johannes vermeldt de linnen windsels waarmee Jezus gebonden lag. Het maakt het doophemd ook tot een doodshemd, een teken dat je in de doop met Christus gestorven bent.
Ook de tabernakel, de tent waarmee het volk Israël na de uittocht uit Egypte als een reizend heiligdom door de woestijn trok, was van linnen. De apostel Paulus ziet naar het lichaam als een tempel (I Kor. 6:19) of als een tent (II Kor 5).  Het doophemd maakt de drager tot een klein reizend heiligdom.
Voor de doophemden die wij gemaakt hebben, hebben we biologisch linnen gebruikt. Het vlas waaruit dit linnen gemaakt wordt is niet met kunstmest bewerkt en is daardoor niet zo groot geworden. Dat geeft aan het linnen een fijne struktuur, die goed overeenkomt met historische voorbeelden van linnen
Het doophemd is van linnen. Het verwijst daarmee naar de kleding van de (tempel)priesters van Israël, wier kleding voor een deel uit linnen bestond. De onderkleding van de priesters was geheel van linnen (Exodus 28:39). Het doophemd geeft daarmee iets heiligends en iets priesterlijks aan de drager.
Linnen werd ook gebruikt om doden in te wikkelen (o.a. mummies). De evangelist Johannes vermeldt de linnen windsels waarmee Jezus gebonden lag. Het maakt het doophemd ook tot een doodshemd, een teken dat je in de doop met Christus gestorven bent.
Ook de tabernakel, de tent waarmee het volk Israël na de uittocht uit Egypte als een reizend heiligdom door de woestijn trok, was van linnen. Het doophemd maakt de drager tot een klein reizend heiligdom.
Voor de doophemden die wij gemaakt hebben, hebben we biologisch linnen gebruikt. Het vlas waaruit dit linnen gemaakt wordt is niet met kunstmest bewerkt en is daardoor niet zo groot geworden. Dat geeft aan het linnen een fijne struktuur, die goed overeenkomt met historische voorbeelden van linnen

Effecten van kleding. In de godsdienst worden er voor bepaalde gelegenheden speciale kleren aangetrokken. In de Islam dragen vrouwen vaak een hoofddoek. In het jodendom wordt voor het gebed de gebedsmantel omgedaan. De gebedsmantel brengt je alvast in de goede gebedssfeer. Kleren maken de man. Het aantrekken van een kledingstuk heeft merkbaar effect op hoe een mens zich voelt en gedraagt. Het kledingstuk wil je een bepaalde richting op hebben. In het antieke denken laat de kleding de essentie van een mens zien.

In de bijbel heeft kleding zowel een heiligende (op God gerichte) dimensie als een ethische dimensie. Het is verbonden met een gerichtheid op God en het houden van de geboden.
In het paradijs beseft de mens zijn naaktheid als hij het gebod heeft overtreden en kennis heeft van goed en kwaad. Als mens die zijn naaktheid - en daarmee zijn zondigheid - beseft wil hij niet voor Gods aangezicht verschijnen. God maakt dan kleding voor hem om zijn naaktheid te bedekken. Kleding bedekt de mens, zodat hij ook als zondaar voor Gods aangezicht kan leven (Genesis 3).
Daarnaast doet kleding een appel op de drager en de omstanders. De schitterende gewaden van de hogepriester (Exodus 28) laten de heiligheid en schittering van God zien en roepen een mens tegelijkertijd op zich naar die schittering te gedragen. In de psalmen bekleedt God een mens zelfs rechtstreeks met heil, gerechtigheid en kracht, om deze kwaliteiten tot de essentie van het bestaan van een mens te maken.

Zo is ook de beeldspraak van het bekleed worden met Christus (Galaten 3:27) te verstaan. Christus bedekt de naaktheid van de mens (II Korinthiërs 5:4). Hij is een kleed dat over een mens ligt en dat hem oproept zich dan ook overeenkomstig het nieuwe kleed te gedragen. Er is sprake van het afleggen van de oude mens (als was het een kledingstuk) en het aantrekken van de nieuwe mens (Eph. 4:24). Het doopritueel in de oude kerk beeldde deze beeldspraak letterlijk uit: de dopelingen werden naakt gedoopt en kregen daarna een wit doopkleed. De doopjurk is daar een overblijfsel van.

Voor ons is het samengaan van ethiek en heiliging in het doophemd interessant omdat het vaak aspecten zijn die gescheiden worden beleefd. Men vindt het mooi om door bijv. het gregoriaans in een mystieke stemming te raken en men wil graag goede daden doen, men weet dat het allebei met het christendom te maken heeft, maar het is lastig om het te verbinden.

Verwante kledingstukken

Het jodendom kent naast de gebedsmantel (Tallit) die bij de synagogale diensten gedragen wordt de zgn. kleine gebedsmantel (tallit katan). Deze tallit katan wordt door sommige orthodoxe joden permanent gedragen (behalve 's nachts) tussen de boven- en de onderkleren. Doel ervan is om je geheel in de geboden van God te hullen. Dat komt in de richting van het doophemd.

tallit katan

De R.K. priester draagt onder zijn mis-gewaad een albe, een onderkleed van wit linnen. Het symboliseert de moreel reine mens. Voor het Tweede Vaticaans Concilie sprak hij een zegenspreuk uit als hij de albe aantrok: “Maak mij rein, Heer, en zuiver mijn hart opdat ik, wit gemaakt in het bloed van het Lam de eeuwige vreugden mag genieten”. Van de achtste tot de twaalfde eeuw droeg de priester de albe dagelijks.

Ook de Mormonen gebruiken rituele onderkleding.
Belijdende leden van de Mormonen-kerk (officieel: de kerk van Jezus Christus van de Heiligen van de laatste dagen) dragen speciale onderkleding. De kleding en de onderkleding van de Mormonen zijn nauw verbonden met de Mormonentempels, waarvan er zo’n 75 in de wereld bestaan en die een andere, meer heilige, funktie hebben dan de gewone kerken. Mormonen dragen gedurende hun bezoek aan de tempel speciale witte tempelkleren. Rond de leeftijd van volwassen-wording sluiten mormonen in hun tempel een verbond met God (endowment). Na deze verbondssluiting dragen zij voortaan altijd speciale onderkleren, die op het lichaam gedragen wordt.
Voor zowel de tempelgewaden als de onderkleding wordt door mormonen verwezen naar Jesaja 61:10: “Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld”. De Encyclopedia of Mormonism schrijft over de onderkleding: “Het is een uiterlijke uitdrukking van een innerlijk verbond met de evangelieprincipes van gehoorzaamheid, waarheid, leven en discipelschap in Christus...het symboliseert Christus-achtige eigenschappen” (p.534).
De onderkleding werd ingesteld door de grondlegger van de Mormonen Joseph Smith in de tijd dat hij de eerste Mormonen-tempel stichtte in 1843. De onderkleding bestond in die tijd uit ongebleekte mousseline (een fijne los-geweven stof) met mouwen tot de polsen en broekspijpen tot de enkels. In 1923 werd een model toegestaan waarbij de mouwen tot de ellebogen komen en de broekspijpen tot vlak boven de knie. Dat is ook nu de standaard onderkleding. Sinds 1979 is het ook mogelijk om tweedelige onderkleding te dragen. De onderkleding wordt onder alle andere kleding gedragen, dus ook onder de BH maar niet onder/en vervangt de slip.

evolutie van kleding van Mormonen
Sinds midden jaren dertig wordt deze onderkleding door de Mormonen zelf gemaakt in een eigen kleding-fabriek (de Beehive Clothings Mills). Er is een keuze uit verschillende patronen en stoffen. Zij zijn verkrijgbaar tegen kostprijs.

Jongeren-project

Op de tentoonstelling willen we ook een aantal door jongeren gemaakte doophemden exposeren. Belijdeniscatechisanten uit mijn gemeente hebben al doophemden gemaakt, komend seizoen zal ook een groep jongeren en studenten uit Utrecht doophemden maken. Maar nu is het laten maken van kleding voor jongeren lastig, want het maken van kleding zal jongens niet aanspreken en de huidige generatie meisjes heeft geen onderwijs gehad in ‘nuttige handwerken’. Toch blijken veel jongeren makkelijk met naald en draad overweg te kunnen. Met textielkrijt kunnen ze tekenen. Bij copy-shops kan je vrij eenvoudig digitale voorstellingen en teksten op textiel maken.

Waarom kiezen we voor een jongeren-project?
Jongeren zijn op zoek naar identiteit. Het doophemd draagt bij aan een identiteit en speelt met identiteit. Kleding en image - en het spelen met kleding en image - is een belangrijk onderdeel van de jongerencultuur. Het doophemd is deels ervarings-gericht en gaat in op de lichamelijkheid van de drager, ook dat zijn zaken die jongeren aanspreken.
Voor het project is het belangrijk te werken met een groep mensen die open staan voor nieuwe zaken en een netwerk hebben van mensen die open staan voor nieuwe zaken.

Verdergaand project

Het is onze bedoeling dat het doophemd door een grotere groep mensen opgepikt wordt. Dat is niet te plannen, dat gebeurt of dat gebeurt niet, afhankelijk van de vraag of mensen het doophemd belangrijk vinden. Maar er kunnen wel voorwaarden worden geschapen.

- een boek rond de tentoonstelling
- aandacht voor het doophemd vanuit instituties

Frequently Asked Questions, veelvuldig gestelde vragen

Moet je in dit doophemd gedoopt zijn?
   
Nee. Het hemd is een herinnering aan je doop. Je hoeft niet in dit hemd gedoopt te zijn. Het kan natuurlijk wel. Zeker bij de volwassendoop kan het gedragen worden, naast of in plaats van het doopkleed.

Wanneer draag je het doophemd?   

Wanneer je wil. Bijvoorbeeld: bij kerkdiensten, in moeilijke en spannende situaties, op sleutelmomenten van je leven. Eventueel spreek je een zegenspreuk uit bij het aantrekken.