Worsteling met lust en macht moet gehoor vinden in de Protestantse kerk

Terug naar Homepage

Terug naar Archief
In de zaak rond de ‘pedo-priesters’ botst een katholieke mensvisie met een libertaire (streven naar individuele vrijheid) mensvisie. Het lukt de Protestantse kerken niet om mee te doen met deze discussie, omdat ze geen raad weten met de gevoelens van lust, macht en schuld die bij het mens-zijn horen.

In België wordt de zaak rond de ‘pedo-priesters’ hard uitgevochten. Maar het is niet alleen een machtsstrijd met lekkende justitieambtenaren en opgewonden Vaticaanse commentaren. Er botsen ook twee idealen van menszijn. Het hoogste ideaal van de katholieke kerk is een gehoorzaam mens die afziet van bezit en van seksuele omgang. Aan de andere kant staat een libertair mensbeeld. Vrijheid, seksualiteit en genot zijn daarin belangrijk, soms zelfs een levensvervulling. Maar bij deze laatsten staat één ding als een paal boven water: er mogen geen slachtoffers vallen. Mensen, speciaal onmondige kinderen, mogen niet tot iets gedwongen worden wat ze niet willen.

Vijfhonderd jaar geleden konden de hervormers Luther en Calvijn met beide mensbeelden niet uit de voeten. Van het celibaat van de Katholieke kerk moesten ze niet veel hebben. Dat schaften ze af. Maar dat leidde bij hen niet tot meer seksuele vrijheid. Integendeel. Ze haalden de teugels voor gewone mensen aan. Iedereen moest voortaan kuis en ingetogen door het leven gaan.

De Protestantse kerken proberen tegenwoordig na te denken over mensbeelden, relaties en seksualiteit in de lijn van Calvijn door het begrip ‘verbond’ centraal te stellen. Twee mensen die een relatie hebben, hebben een verbond van liefde en trouw met elkaar. Liefde moet je voeden, trouw moet je niet verbreken. Mens-zijn doe je nooit in je eentje, een beter mens word je nooit in je eentje.

Als ik hier over nadenk vind ik dit allemaal zeer wijs. En toch voel ik me meer gekend en gegrepen door een Katholieke kerk die zegt: toom je in, onthoud je desnoods. Of door een meer libertair klimaat dat roept: leef je uit, zolang je geen slachtoffers maakt.

Beide doen een direct appel op gevoelens van lust en macht die in mij leven. Ze laten mij een worsteling met hen aangaan. Onontkoombaar ontdek ik dan wat schaamte, schuld en falen is. Er kan veel fout gaan - maar toch heb ik het idee dat deze worsteling me tot een mens maakt. Protestanten zijn zo bang voor deze worsteling met lust en macht dat ze mij er ver van houden. Er wordt niet op vertrouwd dat deze worsteling iets goeds oplevert. Er wordt ook niet het risico genomen dat ik als zondig mens kan falen - en dat dat niet het einde is.

Ik denk dat dit ook de reden is dat niemand naar de Protestantse kerken luistert in het debat over relaties en seksualiteit. Mensen voelen zich niet serieus genomen in hun moeizame geploeter rond deze zaken.

Coen Wessel, predikant te Heerenveen, gepubliceerd op 29 juli 2010 op Protestant.nl