Zolang er mensen zijn

Naar
Homepage


Naar Archief

Naar Weblog

Naar
Preekarchief


Het lied ‘Zolang er mensen zijn op aarde’ bezingt hoe God sinds het begin van de Schepping zorgt en redt. Zolang er al mensen op aarde zijn, zolang de aarde al vruchten geeft, is God onze Vader. Huub Oosterhuis schreef het lied voor de viering van het lof van het jongensinternaat van het Sint Maartencollege in Groningen. Bij de dienst van het lof wordt de geconsacreerde hostie aanbeden. Het lied bevat dan ook een verwijzing naar de eucharistie (strofe 4), maar eigenlijk is het hele lied eucharistisch. Het beschrijft hoe God bij ons mensen present is. Gods presentie is daarbij niet beperkt tot de eucharistie, maar is in heel de schepping te bespeuren.

De tweede strofe laat zien dat Gods aanwezigheid onder ons ook voorwaardelijk is. ‘Alleen als wij voor elkaar bestaan, ontbreekt God niet aan ons’ is de Bijbelse gedachte van deze strofe. Omdat deze tweede strofe zo voorwaardelijk is, trekt die je ook naar een voorwaardelijke lezing van de eerste strofe. Niet meer: ‘zolang er al mensen zijn op aarde’, maar ‘zolang als er mensen zijn op aarde’. Dat roept de gedachte op: wat als er misschien ooit geen mensen zijn. Hoe zit het dan met God? Is God er dan wel?

Het afgelopen jaar heb ik jongeren ontmoet van Extinction Rebellion, een beweging van zachtaardige en kundige jongeren die geweldloos actie voeren voor verdergaande klimaatmaatregelen. Wat me vooral opvalt is hun angst, ‘hoe kunnen wij leven nu de aarde steeds verder opwarmt’, en een diep gevoel van verdriet: ‘ons leven is nog niet eens begonnen en het is al verloren’.

In deze angsten zit natuurlijk een stuk adolescente Weltschmerz. Maar toch is het ook goed om de diepe angsten onder ogen te zien die met de klimaatverandering gepaard gaat. Klimaatverandering gaat niet alleen over recordzomers, vliegtaks en maatregelen. Het schudt aan de existentiŽle pijlers van ons bestaan en roept onbeantwoordbare zinvragen op over God en mens.

Het bijbelboek Genesis staat kort stil bij het ‘woest en doods’ van voor de Schepping. Er lang bij stil staan is zinloos. Maar de afgrond van het ‘woest en doods’ is er wel en je moet er kennis van hebben dat ze bestaat. Zo is het ook met de ‘wereld na de mens’. Ze bestaat als mogelijkheid dat we het hier verknallen door de aarde op te stoken. De kunst is om deze afgrond vertrouwensvol te ontwijken.

Coen Wessel