De verloren zoon aan het oostfront 
Naar Homepage

Naar Archief

Naar Weblog

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei was van plan om tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam een gedicht voor te laten dragen over de herinnering aan een lid van de Waffen-SS. In dit artikel probeer ik uit te vinden wat het zegt over het huidige Nederland, dat het comité tot deze keuze kwam en dat deze keuze veel steun kreeg.

De 15-jarige scholier Auke de Leeuw die zijn gedicht ‘Foute keuze’ inzond voor de gedichtenwedstrijd van het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft de herinnering aan zijn oudoom Dirk Siebe willen bewaren. Auke de Leeuw schrijft: ‘Mijn naam is Auke Siebe Dirk/ ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe/ een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt/ koos voor een verkeerd leger/ met verkeerde idealen/vluchtte voor de armoede/hoopte op een beter leven./ Geen weg meer terug/ als een keuze is gemaakt/alleen een weg vooruit/ die hij niet ontlopen kan./ Vechtend tegen Russen/ angst om zelf dood te gaan/ denkend aan thuis/ waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet/(...)’

Tragiek

De manier waarop Auke de Leeuw het leven van zijn oudoom beschrijft doet sterk denken aan de opbouw van de gelijkenis van de verloren zoon uit de bijbel (Lukas 15). Deze zoon verlaat zijn huis, reist af naar een ver land, verkwist zijn vaderlijke erfdeel en komt in een uitzichtloze situatie terecht, waarna zijn gedachten uitgaan naar het gelukkige leven thuis.

Het verschil tussen het gedicht en de gelijkenis is dat het leven van oudoom Dirk Siebe in termen van het ‘tragische’ beschreven wordt. In de tragedie overschrijdt de mens of diens voorouder een grens en raakt verstrikt in een onontkoombaar lot. Inderdaad kan je het leven van oudoom Dirk Siebe tragisch noemen, hij heeft keihard moeten boeten voor zijn foute keuze, waar een ander de mogelijkheid heeft gekregen om tot inkeer te komen en een andere weg in te slaan in zijn leven. Toch worden er ook zaken weggelaten door zijn leven als een tragedie te beschrijven. Het tragische functioneert als een soort frame. Het laat reële schuld buiten beeld. In het gedicht wordt gezegd dat Dirk Siebe ‘idealen’ had. In het heersende spraakgebruik is het bezit van idealen iets positiefs. Maar ik ben wel benieuwd naar de inhoud van die idealen. Waren dat de nationaalsocialistische idealen om tot een nieuwe mens te komen, een krijger, een mens die zich niet meer remmen laat door religie en moraal en bovenal trouw is aan zijn volk en zijn leider? Hij wilde ‘ontkomen aan de armoede’. Ook dat is begrijpelijk. Maar waarom neem je dan dienst in het Duitse leger? Was de soldij zo goed? Of zag hij misschien een toekomst voor zich als herenboer in een ontvolkte Oekraïne? Het gedicht stelt dat oudoom Dirk Siebe vocht tegen de Russen. Vechten wordt in vitalistische stromingen gezien als een deugd, het heeft iets heroïsch, zeker als het tegen een machtige en ook vaak slechte vijand is. Maar misschien worden door dit zinnetje ook andere activiteiten bedekt. Ik ken Dirk Siebe de Leeuw niet en ik wil hem niet beschuldigen van zaken waar hij misschien ook een grote afschuw van gehad heeft, maar bij andere soldaten had je behalve ‘vechtend tegen de Russen’ ook kunnen zeggen: ‘vrouwen verkrachtend’ of ‘Joden vermoordend’. Dat klinkt een stuk minder heroïsch.

Geestelijke afstand

Hoe kan het dat het Nationaal comité 4 en 5 mei besloot om dit gedicht te laten voordragen op de Dam? H.J. Heering, die een boek schreef over Tragiek, bespeurde een opmars van de tragische levensbeschouwing. Door de secularisatie en door het falen van het christendom zou de cultuur teruggrijpen op het antieke, tragische denken. Op de momenten dat over het kwaad gesproken moet worden, wordt dat gedaan onder het voorteken van het tragische. Het is goed mogelijk dat dat hier gebeurd is, maar het past ook bij een aantal ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving.

Door de ontzuiling en de secularisatie is de historische verbondenheid met het Nederlandse verzet aan het verdampen. Men spreekt wel over de afstand in tijd die ons tegenwoordig van de Tweede Wereldoorlog scheidt. Maar groter dan de afstand in tijd, is de geestelijke afstand geworden. De diepste motieven van de verzetsstrijders zijn voor het grote publiek even vreemd geworden als de motieven van de nationaalsocialisten, misschien wel vreemder. Tot 1989 zag de CPN zich als de actuele belichaming van het communistische verzet. Maar communisten zijn mensen uit een ander tijdperk geworden. Even vreemd zijn de mensen geworden die zich schuldig voelden tegen God als ze niet in verzet zouden komen en vonden dat het beter was om je leven te verliezen dan je ziel. Ook dit soort stoer gereformeerdendom is praktisch verdwenen uit de publieke beleving. Tot het begin van deze eeuw was er een breed gedragen verbondenheid met de Nederlandse joden. Dat gold niet zozeer hun jodendom, maar zij golden als ‘de ander bij uitstek’ die beschermd moest worden. In deze jaren was de les uit de oorlog de omarming van pluraliteit en diversiteit. Maar sinds de moord op Theo van Gogh waait er een hard-seculiere wind over Nederland en is het de vraag of joden nog wel bij de nieuwe Nederlandse normaliteit horen, zoals bleek uit de discussie over ritueel slachten. Communisten, gereformeerden en joden zijn voor veel Nederlanders onwerkelijke mensen en misschien wel enge mensen geworden. Dat bemoeilijkt de verbondenheid met hen.

Ook de vanzelfsprekende verbondenheid met de morele keuzes die verzetsmensen maakten is verminderd. Moraal en levensovertuiging zijn veel minder een publieke zaak en veel meer een privézaak geworden. We zijn daardoor gewend geraakt om waarden en persoonlijke keuzes van anderen bij voorbaat te respecteren en alleen als er overlast optreedt of schade wordt berokkend ontstaat er morele verontwaardiging of wordt een advocaat ingehuurd. Door die gewenning gaat er een gevoeligheid verloren voor de betekenis van de keuzes van verzetsmensen voor gerechtigheid en menselijkheid en van Oostfrontstrijders voor het tegendeel. Hun keuzes worden gereduceerd tot persoonlijke keuzes, zoals iedereen die tegenwoordig doet. Er is kennis voor nodig en de wil om die kennis op te doen om de morele consequenties te beseffen van de keuzes van de Oostfrontstrijders.

Fascinatie voor de misdadiger

Maar er is meer. De belangstelling voor deze Oostfrontstrijder past bij de huidige fascinatie voor de misdadiger. Wij willen alles weten van wat er omging in Breivik en in Osama bin Laden. Holleeder is eigenlijk een soort held. In populaire films (‘Ocean’s Eleven’ en ‘The Usual Suspects’) wordt het criminele perspectief als uitgangspunt genomen en wordt de crimineel beloond. Het past in een ontwikkeling die begon in de Romantiek en zich de laatste jaren in den brede doorzet. Voor veel mensen is de misdadiger veel interessanter en fascinerender dan de mens die moeizaam zijn keuzes voor het goede maakt. Een misdadiger tijdens een 4-mei viering is eigenlijk wel heel interessant. Het 4 en 5-mei comité zal zo niet gedacht hebben, maar het is wel een omstandigheid die bijdraagt aan de publieke acceptatie van het gedicht.

Vergeving en wederopstanding

Auke de Leeuw vervolgt zijn gedicht met: ‘Zijn moeder is verscheurd door de oorlog/ mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten/ en één vechtend aan het oostfront/ alle elf had ze even lief// Dirk Siebe kwam nooit meer thuis/(...)’

Deze wending in het gedicht doet opnieuw denken aan de gelijkenis van de verloren zoon. Ook hier verschuift de focus naar het thuisfront. In dit geval naar de vader, die zijn zoon aan ziet komen, medelijden krijgt en hem vergeeft. ‘Hij was dood en is weer levend geworden’ zegt de vader. In het gedicht wacht echter niet een vader - aan wie misschien toch ook iets van oordeel en strengheid kleeft - maar een moeder. Deze moeder wordt als een goede moeder geschetst: ze heeft vier kinderen die in het verzet zitten en bovendien is ze een vergevende moeder, want al haar kinderen zijn haar even lief. 
Anders dan in de gelijkenis over de verloren zoon, komt Dirk Siebe niet thuis. Het bijbelse ‘hij is weer levend geworden’ heeft daarom op een andere wijze plaats. Auke de Leeuw besluit zijn gedicht met: ‘Mijn naam is Auke Siebe Dirk/ ik ben vernoemd naar Dirk Siebe/ omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.’ De wederopstanding van Dirk Siebe vindt plaats in het leven van de 15-jarige dichter.

Het voorlezen van dit knappe gedicht op de Dam was de definitieve weder opneming van Dirk Siebe in de gemeenschap geweest. Niet alleen in de gemeenschap van de familie de Leeuw, maar ook in de nationale gemeenschap. Door dit toe te laten hadden we ons als natie geïdentificeerd met de moeder van Dirk Siebe en ook dit ene zo tragisch verdwaalde schaap vergeven.

Oordeel

Uiteindelijk zijn er ook grote verschillen tussen het gedicht en de bijbelse gelijkenis. In de gelijkenis wordt de verloren zoon niet als een tragische figuur gekenschets. Zijn gedrag wordt gewoon afgekeurd. Zijn gedrag is ook niet vergelijkbaar met het gedrag van Dirk Siebe. Er zit nogal een verschil tussen het verkwisten van je erfdeel en het vechten voor een misdadig regime.

Of er publieke vergeving is voor Oostfrontstrijders is uiteindelijk een oordeel, dat verschillende kanten uit kan vallen. Ik ben blij dat het gedicht van Auke de Leeuw niet is voor gedragen. Zo hou je vast aan de verbondenheid met verzetsstrijders, met hun morele keuzes, met slachtoffers en met hun nabestaanden. Want het probleem in Nederland is niet dat er te weinig vergeving is. Het probleem is dat het kwaad niet onderkend, vergoelijkt en bewonderd wordt.

Coen Wessel