De erfzonde
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Ieder mens heeft te maken met de fouten die anderen gemaakt hebben voor jouw tijd. Je bent jong en je gaat werken bij een onderneming die jarenlang op de verkeerde koers ligt. Je komt er binnen, je ziet dat het verkeert gaat, je probeert misschien nog wel wat te veranderen, maar het is al veel te laat en iedereen gaat failliet en jij komt op straat. Je hebt niets verkeerds gedaan, maar de fouten waren al gemaakt voor je tijd en jij moet de gevolgen dragen.

Twee jaar geleden hebben we hier in deze kerk met vier mei een bijeenkomst gehad waar 2 vrouwen vertelden over hun leven. Hun vader was in de Tweede Wereldoorlog bij de NSB geweest, een politieke partij die samenwerkte met de Duitse bezetter. De beide vrouwen waren rond 1940 geboren en hadden zelf de oorlog nauwelijks bewust meegemaakt. Maar al in de oorlog en helemaal in de jaren na de oorlog waren ze er achter gekomen wat het voor hen betekende dat hun ouders deze keuze gemaakt hadden. Ze mochten bij een heel aantal kinderen uit hun klas niet over de vloer komen, ze werden een enkele keer uitgescholden en de relatie met hun ouders raakte lange tijd diep ontwricht.

Een mens leeft elke dag met de eigen keuze tussen goed en kwaad. En je moet voor een deel ook de consequenties dragen van de keuzes die je maakt. Maar een mens moet ook de consequenties dragen van keuzes die je zelf helemaal niet gemaakt hebt. De twee vrouwen met NSB-ouders hadden zelf part noch deel aan de keuze voor de Duitse bezetter, maar deze keuze van hun onders bepaalde hun leven voor een belangrijk deel. In schaamte over zichzelf. Soms ook in een steeds bezig zijn om zelf maar het goede te doen.

Israël heeft altijd heel veel te maken gehad met de dingen die in het verleden gebeurd waren. Met dingen die goed waren gegaan en die mooi waren: de uittocht uit Egypte, het verbond met God. Maar ook met de zaken die verkeerd gegaan zijn: het niet goed leven in het land Israël, het willen meedoen met de wereldpolitiek en zo verkeerde bondgenootschappen sluiten. Al die dingen die ertoe geleid hadden dat het volk in ballingschap gevoerd werd. Daar leeft Israël mee: dat het tientallen jaren, misschien wel eeuwenlang de gevolgen daarvan moet dragen: nauwelijks zelfstandigheid, hoge belastingen, een hard leven. En zo is de bijbel geschreven: alles wat er verteld wordt over over Gideon en Simson, de richters, over David, Saul, Hizkia en alle andere koningen, over de profeten Elia en Elisa het wordt allemaal beschreven onder het voorteken van: maar het is mislukt, het is niet goed gegaan. We hadden het echt anders moeten doen!

Maar had het anders gekund. Had Israël dan wel de goede beslissingen kunnen nemen, hadden ze dan wel God kunnen gehoorzamen, recht kunnen doen aan weduwen en wezen, en geen afgoden achter na lopen? Ergens wel, is het besef, we hadden het anders kunnen doen. Want we kunnen precies aanwijzen wat we fout gedaan hebben. Het had anders gekund.

Maar ergens ook niet. Ergens heeft het ook iets onvermijdelijks wat we gedaan hebben. Ligt het ook niet aan ons volk, een ander volk, ieder mens had ooit hetzelfde gedaan.

Zelfs de mensen in het paradijs, gaan de fout in. Ook Adam en Eva, mensen die onder de meest prachtige omstandigheden leefden, niks geen ongelukkige jeugd, niks armoede of achterstandsituatie, nee een geweldige tuin met allerlei fruit. En zij ook. Zij ook. Ook zij doen wat verkeerd is.

 Mensen zijn nu eenmaal zo. Toen de kerkvader Augustinus als een oude man terugkeek op zijn jeugd, herinnerde hij zich dat hij als jongen van 7 of 8 jaar een keer peren uit een boomgaard had gestolen. En ook 70 jaar later schaamde hij zich daar diep voor. Wij zouden denken, man, waar maak je je druk om, zo zijn jongens van die leeftijd, maar hij komt er eigenlijk niet van los. Hij vraagt zich af: waarom doen mensen dit. Niet alleen volwassenen, maar ook een kind. Een kind dat het goed heeft, niets te kort komt en toch plukt hij vruchten van een boom, terwijl dat hem verboden was.

Augustinus weenend Voor hem is de schaamte over die kinderzonde, alsof hij zelf herhaalt wat Adam en Eva deden: het gebod overtreden, eten van een boom met verboden vruchten. Augustinus formuleert dan de leer van de erfzonde: een mens krijgt het kwade als het ware door het voorgeslacht aangereikt, het zit in je genen, je kan niet anders dan zondigen, de mens is tot het kwade geneigd. Een mens is aangelegd om te herhalen wat Adam en Eva deden.

Ik heb geprobeerd te schetsen om de leer van de erfzonde en ook het gevoel dat een mens ook meedraagt wat een voorgeslacht verkeerd doet, om dat invoelbaar te maken. Omdat dat een stuk van onze traditie is, waar je niet spottend aan voorbij moet gaan. Omdat het een deel van ons bestaan is. Ook om al te een voudige voorstelling van zaken, dat een mens zomaar kan kiezen tussen goed en kwaad, om dat te vermijden. Ik kan dat navoelen, die ideeën over de erfzonde, alleen Paulus zegt nu juist dat er in het verleden niet alleen maar iets verkeerds is gegaan. Er is ook iets goeds gegaan, namelijk de komst van Christus.

Paulus zegt niet: het valt allemaal wel mee, niet zo zwaar aan tillen. Of: een mens kan vrij kiezen tussen goed en kwaad. Paulus zegt: er is weliswaar iets in ons voorgeslacht dat verkeerd is gegaan - en Adam en Eva zijn het model voor alles wat er verkeerd gegaan is - en waar we de gevolgen van moeten dragen. Maar bij Christus is iets goeds gegaan, is iets hersteld, is iets heel geworden. En ook daarvan moeten we de gevolgen op ons nemen. Ook dat is een verleden dat onze levenssituatie bepaalt.
En eigenlijk worden we daar nog wel veel meer door bepaald dan door wat Adam en Eva hebben gedaan. Want wat Christus heeft gedaan, in de dingen die hij deed in zijn leven, in zijn weerloosheid tot op het kruis, in zijn gehoorzaamheid om Gods weg te gaan, is niet zomaar een herstel, van wat er eerder fout ging. Het is nog veel meer. Het is veel groter en mooier. Het is een verbinding leggen met God, het is een mogelijkheid om te leven als Gods geliefde mensen. Dat tekent onze situatie nog veel meer.

En natuurlijk je bent een mens die, net als Adam en Eva, zelf fouten maakt en herhaalt. Maar meer dan door zo’n herhaalmechanisme ben jij, mens, er door getekend dat de geest van Christus in je woont. De geest van Christus is een kracht die ook in jou overwint.

Als Jezus een blinde man ontmoet dan is hij er niet in geïnteresseerd wat de achtergrond van die blindheid is. Gods werk moet openbaar worden in deze man. En Gods werk bestaat er uit dat de man weer gaat zien.

Ik denk dat dat nou een goede manier is om naar je eigen leven te kijken. Je komt in tal van situaties terecht waarin je niet zoveel kan. Waarin je te maken hebt met fouten die allang bestaan en hun schaduwen vooruit werpen. Je komt in een situatie waarin je te maken hebt met de fouten van een voorgeslacht. En je weet van jezelf dat je ook zelf steeds weer dingen verkeerd doet. Maar uiteindelijk is dat niet het interessantste. Interessant voor Jezus is dat Gods werk in je openbaar wordt. Dat aan het licht komt dat God je geneest. En dat je zijn mens bent. Amen.

Romeinen 5:18 en 19, Genesis 3:1-9 en Johannes 9:1-7 Heerenveen Kerk aan de Fok 5 September 2010