Hagar bij de bron
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Kinderverhaal.

Op het podium staat een emmer met water. Ik laat de kinderen in de emmer kijken en hun spiegelbeeld zien. Daarna vertel ik over Nars. Nars zag zichzelf in het water van een bron en vond zijn spiegelbeeld zo mooi dat hij het wilde kussen. Ik doe het voor en mijn hele gezicht wordt nat. Daarna vertel ik hen dat ze een verhaal gaan horen over Hagar, die ook bij een bron zat. Maar zij zag veel meer dan alleen zichzelf. Zij zag een engel.

Genesis 16 

Hagar bij de bron Gen16Het rare van in de spiegel kijken is: je ziet jezelf, maar je ziet jezelf toch anders. Je denkt: ik ga in de spiegel kijken, ik ga mezelf zien. Maar op het moment dat je in de spiegel kijkt zie je niet het beeld dat jij van jezelf hebt. Als je gewoon rondloopt dan heb je een bewustzijn van jezelf, je weet min of meer wie je bent. Maar de spiegel is een confrontatie met een blik van buiten. In de spiegel kijk je met de ogen van een ander naar jezelf. O, zie ik er zo uit. Zo kijken de mensen naar me. En soms is dat prettig. ‘Wow, knappe meid’. Maar ik weet ook dat ik toen ik het afgelopen jaar ziek was, wel schrok als ik in de spiegel keek, omdat ik zo’n door en door vermoeid gezicht zag.

Ik weet niet of Hagar zich voorovergebogen heeft bij de bron in de woestijn en zichzelf in het water heeft gezien, maar het moment bij de bron is wel zo’n spiegelmoment, zo’n  moment dat ze uit zichzelf raakt en zich met andere ogen leert zien.

Hagar, Hagar de Egyptische slavin. Ze komt uit een vruchtbaar land, waar de Nijl twee keer per jaar het land bevloeit. Een land van overdaad en vruchtbaarheid. Maar ze is een slavin, onderworpen. Ze heeft niets te zeggen. Altijd doen wat Sara zegt.

En dan haar moment. Zwanger. Ze voelt het in haar lichaam. Ze kijkt elke dag naar haar zwellende buik. Ziet u haar lopen door het tentenkamp van Abraham? Zo dat iedereen haar buik kan zien. Vol van zichzelf. Plotseling is ze iemand. Zwanger. Vruchtbaar als de Nijl uit haar vaderland. Zij heeft  de erfgenaam van Abraham in haar buik. Zij wel. En Sara niet. Wat is die Sara eigenlijk maar een miezertje. Ze passeert Sara en ze duwt haar buik nog net iets verder naar voren.

Sara zal het gezien en gevoeld hebben. Het harde van onvruchtbaarheid is niet alleen je eigen onvruchtbaarheid. Het is ook dat je ziet dat het anderen wel lukt. Zij, zij heeft wel een man. Wel zwanger, met ťťn, twee, drie kinderen. Wat ik tijdens mijn ziekte raar vond, was dat het leven om me heen gewoon doorging. Anderen hebben energie genoeg om een hele dag te werken en dan’s avonds ook nog uit te gaan. Anderen doen prachtige dingen, leggen nieuwe contacten en gaan in hun vakantie nog sporten. En daar zit je zelf een beetje een krantje te lezen, een uurtje, een boekje, een boodschapje en dan heb je het wel weer gehad. En heel die wereld stroomt, borrelt en bruist om je heen. Ik begrijp Sara wel. Die wil dat ook. Als het niet rechtsom kan, dan maar rechtsom, ik wil ook een kind, desnoods via de buik van een ander!

hagar RembrandtAch, Hagar. Ze was zo vol van zichzelf en van haar zwangere buik. Het lukt mij wel en jou lekker niet. Ik ben de toekomst en jij niet. Maar Sara slaat terug. Ze plaagt haar, pest haar, vernedert haar. Hagar geeft geen krimp. Zij is toch de vruchtbare? Maar Sara zet door en Hagar weet niets anders te doen dan haar boeltje te pakken en te vluchten. Terug naar Egypte.

‘Hagar, waar kom je vandaan, en waar ga je naar toe?’ Mooie vragen daar bij het spiegelende water van de bron. Waar kom ik vandaan? Wat is de weg die ik tot nu toe heb afgelegd? En waar ben ik naar toe op weg? Wat is mijn doel. Nu en met mijn leven.

Hagar weet precies waar ze vandaan komt: van Sara, van dat mens dat haar pest en vernedert. Bij Sara wil ze vandaan! Maar waar ze naar toe gaat? Wat haar doel is? Daar houdt ze haar mond over. Wat een zwervend zwanger slavinnenmeisje in Egypte moet doen? Ze zegt er niets over. Ze weet er niets over. Sara!

Ik vertelde de kinderen dat Hagar bij de bron een engel ziet. Maar zo wordt het niet in de bijbel verteld. De bijbel vertelt dat een engel Hagar ziet. De ogen van een engel, van een bode van God, rusten op haar. En dat is de verandering die Hagar hier doormaakt. Van iemand die alleen maar van binnenuit naar zichzelf kan kijken, gevangen in haar eigen gelijk, met haar trots als Egyptische op haar vruchtbaarheid en haar verachting voor die onvruchtbare vrouw uit IsraŽl, verandert ze in iemand die met andere ogen naar zichzelf kan kijken Ze kijkt met andere ogen naar zichzelf. Met de ogen van de engel, de ogen van God.

Dat is wat er gebeurt als je gelooft. Je ontdekt dat de ogen van God op jou rusten. En je leert met die ogen naar jezelf te kijken. Je wordt gehaald uit hoe je naar jezelf keek. Uit de bevangenheid van jou in je zelf, in je eigen gelijk, in je normen van succes en van vruchtbaarheid. Die trots opleverden als je er aan kon voldoen. Kijk mij eens. En minachting voor jezelf als je jezelf zo te kort vond schieten. Als je in de spiegel keek zag je iemand die het niet gehaald had. Want je was niet mooi, niet succesvol, niet aardig en lief, niet slim, niet…. Als je gelooft word je uit de blik van Hagar gehaald. Je wordt ontvreemd aan jezelf en je vindt een nieuw thuis. Je komt thuis in de ogen van God.

De engel vertelt Hagar waar ze naar toe moet gaan. De engel geeft een richting aan haar leven. Ga naar je meesteres Sara terug en doe wat ze zegt.

En Hagar is blij. U bent een God die mensen ziet. Ik heb u gezien en ervaren als iemand die mij ziet. En ze noemt de bron Lachai Roi, de levende die mij ziet. De spiegel die haar is voorgehouden heeft ze ervaren als het oog van God.

Maar wat is er dan zo mooi aan wat de engel gezegd heeft om onderdanig te zijn aan Sara? Is dat iets anders dan: ‘slaaf gehoorzaam je meester’ Ja. Ja. Met haar nieuwe onderdanigheid erkent ze dat het wonder van God bij Sara vandaan moet komen. Het gaat niet om de vruchtbaarheid van Hagars eigen o zo vruchtbare jongemeisjesschoot, waar ze zo trots mee liep te paraderen – dat is uiteindelijk een doodlopende weg - maar de verdorde, verstorven schoot van Sara zal door God geopend worden. Daar gaat het om. Daar zal het om draaien. Dat ziet ze met haar nieuwe ogen. En als ze dat erkent is er ook voor haar toekomst. Ze zal de moeder worden van een groot, niet te tellen volk. Als haar ogen open gaan is er ook voor haar een zegen.

Wat is het mooi dat zij dat ziet. Want eigenlijk is zij de enige op dit moment die dit ziet. Abraham en Sara geloven ertronk allang niet meer in, daarom wilden ze dat Hagar zwanger zou raken. Maar Hagar gelooft het wel. Ze is gezien, ze heeft gezien en ze gelooft.

God schept zijn toekomst uit de gestorven schoot van Sara. Daar komt zijn volk uit tevoorschijn. Uit de schoot van de onvruchtbare Sara, de onvruchtbare Rebekka, de onvruchtbare Rachel. Het is het begin van het leven van IsraŽl. Een volk dat niet groot en machtig zal zijn als het vruchtbare Egypte. Een volk dat soms bijna weggevaagd is. En dan toch uit het dode hout komt een nieuw rijsje, komt een nieuwe scheut. God schept toekomst uit het onvruchtbare en het gestorvene en daarin is God consequent. Want uiteindelijk schept hij toekomst uit het gestorven lichaam van Jezus. Zijn gestorven lichaam is vruchtbaar in ons midden. En wij delen dat lichaam uit.

Daarom lezen we ook in onze diensten over Abraham. Niet alleen omdat het zulke mooie verhalen zijn. Niet alleen omdat ze ons een leerrijke spiegel voorhouden. Maar wij komen hier vandaan. Dit zijn onze voorvaderen en voormoederen. Wij komen uit hun schoot. Zij leven in ons voort.

(Noot: onderliggende exegese is dat het Hebreeuwse woord voor ‘oog’ en ‘bron’ hetzelfde is.)

Hoofddorp de Lichtkring, 12 oktober 2014

Achteraf las ik deze scriptie van Joke Zuidema. Zij heeft een prachtige exegese over IsmaŽl.