De opstanding van Isaak
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar Archief

Naar Preekarchief

Abraham is een man van geloof. Hij hoort een stem: Abraham, ga naar een land dat ik je zal wijzen. Ik zal je zegenen. En Abraham gaat. Hij gelooft. Hij wordt gedragen door het woord van God. Hij is 75 jaar als hij vertrekt, maar zijn geloof is dat van een jonge man of vrouw. Overtuigd. Vurig. Abraham gaat. En het lukt! Hij komt in het land IsraŽl en hij kan er zich handhaven. Sterker nog. Hij wordt echt een gezegend mens, met grote kuddes en veel knechten, een man van aanzien. Die stem was het waard, bewees zich in zijn leven. Wie vroom is wordt gezegend. En natuurlijk Abraham deed ook domme dingen, zoals ieder die mens die doet, maar dat waren ups en downs. Alles kwam uiteindelijk weer op zijn pootjes terecht.

Alles? Nou ja, dat kind. Dat kind dat hij zo graag wilde, waar hij naar uitzag, dat kwam maar niet en hijzelf werd maar ouder en Sara ook. Maar dan is het er toch. Isaac. Hij wordt geboren. Vreugde. Vervulling. Bekroning van de zegen. Definitieve bevestiging dat een vroom en goed leven tot rijkdom en tot kinderen leidt. En ok, er is nog een akkefietje met Hagar en IsmaŽl, die de woestijn ingestuurd worden – dat gaat allemaal niet fraai en niet zonder schuld, maar zelfs dat komt op zijn pootjes terecht. Abraham is een gezegend mens.

En dan komt er een nieuw hoofdstuk. En dat hoofdstuk begint met de woorden: na deze dingen. Achteloos staat het er. Tien hoofdstukken Abrahamsgeschiedenis worden samengevat in twee of drie woorden. Na deze dingen, alsof dit allemaal maar voorspel was. Opmaat, prelude voor het echte verhaal dat nu begint. En dat is ook zo. Dit is het echte verhaal van Abraham.

Het verhaal over het offer van Isaac roept bij ons afschuw op. Hoe kan God dit doen? Hoe kan God aan iemand vragen om zijn eigen zoon te vermoorden. Het is favoriet verhaal van mensen die een hekel hebben aan geloof en godsdienst: moet je eens kijken hoe wreed God is. En wat is Abraham voor een afschuwelijke man. Dat doe je toch niet, een opdracht willen uitvoeren om je eigen kind te vermoorden. Dan zeg je toch ‘nee’ tegen God. Dan zeg je toch tegen deze God dat ie moet ophoepelen met zijn wrede bevelen.

Op deze manier ga ik het verhaal niet uitleggen. Dit is niet een buitennissig verhaal, dat ik hier goed ga praten of waar ik  juist afstand van neem. Daar heeft u ook niets aan: dan hebben we ergens een keurig moreel oordeel over gegeven en dan gaan we weer verder met ons leven. Dit verhaal vertelt een geloofservaring – die op een moment in ons leven ook onze geloofservaring kan zijn. Het vertelt over een mens die alles verliest, juist vanwege zijn geloof.

Het verhaal  gaat over de geloofservaring van Koptische christenen in Egypte. Zij ontvangen geen zegen vanwege hun geloof, hun geloof levert hun geen grote kuddes en aanzien op maar ze worden achtergesteld en gediscrimineerd. En soms worden ze vervolgd en vermoord. Het is juist hun geloof, hun opdracht van God om te geloven en christen te blijven die er voor zorgt dat zij vervolgd worden. Kunt u zich voorstellen wat voor gevoel dat geeft. Wij en onze kinderen worden gestraft voor ons geloof. Is het niet veel beter om God vaarwel te zeggen.

Het is de ervaring van het Joodse volk, dat zich met Isaac vereenzelvigd heeft. Het is ons Jood-zijn, onze trouw aan God die ons in het onheil stort. De trouw aan God leidt tot onze dood en de dood van onze kinderen. God geeft ons geen zegen, hij geeft ons dood. Door onze trouw aan hem gaan wij verloren. En wat doen we eigenlijk onze kinderen aan door ze te vertellen Joods te blijven. We leiden ze naar de slachtbank.

Job, de bijbelse Job, verliest alles waarmee God hem gezegend heeft. Hij verliest zijn rijkdom, zijn gezondheid en zijn kinderen. En dan schreeuwt hij het uit en raakt hij vertwijfeld over hoe onrechtvaardig hij behandeld wordt. Want hij deed het toch allemaal zo goed in zijn leven. Maar dit verhaal is veel erger dan Job. Want Abraham is door zijn geloof zelf schuld aan de dood van Isaak. Het is zijn trouw aan God, zijn vasthouden aan zijn geloof die hem alles doet verliezen, die alle toekomst wegvaagt.

Abraham is de mens waar je je aan kan vasthouden als je op de proef gesteld wordt. Ik hoop niet dat u zo beproefd wordt. En we bidden ook elke zondag in het Onze Vader: ‘leidt ons niet in een beproeving van ons geloof, maar verlos ons van de boze die ons in zo’n mensonterende situatie stelt’. Maar het kan een mens overkomen. En dan kan je je aan Abraham vasthouden.

Als God Abraham op de proef stelt dan gaat Abraham staan en zegt ‘Hier ben ik’, Hineni. En dat ‘hier’ wijst niet naar een coŲrdinaat op de kaart, maar ‘hier ben ik, voor uw aangezicht’. Hier staat uw mens. Abraham heeft natuurlijk een keus. Hij kan zich onttrekken. Dan geeft hij zijn geloof op en behoudt hij zijn leven en het leven van zijn kind.

Bij de herdenking op 4 mei op het Van Stamplein vertelde loco-burgemeester Mieke Booij het verhaal over de onderduikers van de familie Bogaard aan de Sloterweg. Ik kende het verhaal, u waarschijnlijk ook, over tientallen joodse onderduikers op het kleine boerderijtje en in het land. En dan komt de politie aan je deur, het gaat mis en wat doe je? Hineni, hier ben ik. Je hebt misschien nog de keus om op te geven waar je voor geleefd hebt, je behoudt je leven, je behoudt je toekomst. Je familieleden blijven misschien gespaard. Maar je kan ook gaan staan. Hineni. Hier ben ik. En het gekke, het wonderbaarlijke is dat zoveel mensen dat ook doen. Met hun daden, met hun geloof zetten ze alles op het spel. Hun eigen leven, het leven van hun geliefden en hun hele toekomst. Niet alleen de familie Bogaard, maar telkens opnieuw staan er mensen voor hun geloof.

Abraham gaat. Dat is de geloofsbeslissing van Abraham. Hij ging toen hij geroepen werd door God uit Haran en nu gaat hij opnieuw. Heel sober wordt het verhaal verteld. Twee knechten als getuigen, een ezel, hout. Een tocht, drie dagen lang.

Het verhaal loopt goed af. Op het beslissende moment – als Abraham zijn mes al geheven heeft –wordt Abraham opnieuw geroepen. ‘Abraham, Abraham’. En opnieuw zegt Abraham: ‘hier ben ik’ Hineni. En uiteindelijk slacht Abraham een ram, die in het hout van  de struiken achter hem verstrikt was geraakt.

Het loopt goed af of….Er zit ergens ook een onduidelijkheid in het verhaal. Een twijfel over de goede afloop. Als de engel gesproken heeft, wordt verteld dat Abraham terugkeerde naar zijn knechten en met hen terugloopt naar Berseba. Maar over Isaak wordt niets verteld. Waar is Isaak gebleven? Loopt hij niet mee, waarom? Op de heenweg was Isaak nadrukkelijk aanwezig. Abraham en Isaac vormden daar een tweeŽenheid. ‘Samen gingen ze verder’, wordt er verteld.  ‘Zo gingen die beiden tezamen’. Maar waar is Isašc op de terugweg?

Er zit iets van dood aan dit verhaal. De schrijver van de brief aan de HebreeŽn heeft dat opgepikt. Ja, Isašc leeft, maar het was een soort opstanding. God wekte hem op uit de dood, het was een voorafbeelding van het sterven en opstaan van Christus. Maar om opgewekt te worden, moet je wel eerst gestorven zijn. Dus zou Isaac dan toch…Er zijn ook verhalen uit de joods-Rabbijnse traditie waarin Isaac sterft, zelfs wordt geofferd en toch weer wordt opgewekt, uit de dood terugkomt.

De hoofdlijn van het verhaal is glashelder: Isaac overleeft het. Maar dat het verhaal zelf en zeker ook de uitlegtraditie van het verhaal twijfel bevat of Isaac niet toch gedood is, is belangrijk om te weten en te beseffen. Want de onzekerheid over de goede afloop is ook onze onzekerheid op de momenten dat we in de schoenen van Abraham staan. Op de momenten dat we zien dat ons geloof ons geen geluk, voorspoed, zegen, land van belofte geeft, maar dat juist het geloof ons is dat ons drijft naar vergeten worden, bespot worden, gedood worden, op dat moment is het helemaal niet zo zeker hoe het afloopt voor ons. Voor zoveel christenen en joden is hun levensverhaal niet afgelopen als dat van Isaak. Levend, toch nog een vrouw, twee kinderen.

Het verhaal zoals we dat kennen, de hoofdlijn waarin Isaac niet sterft, dat verhaal wil ons troosten. God wendt de dood van ons af, zegt dat verhaal. Op het moment dat het mes op de keel dreigt, wendt hij het af. Is hij er met zijn bijstand, liefde, genade. Voltrekt hij het oordeel niet. Dat alleen al geeft het iets van een Paasverhaal. 

Die andere verhalen – die verwarrende toespelingen dat er toch iets van dood rond Isaac is, dat ie misschien wel gestorven is – die geven  dezelfde troost. Ze geven ons de troost voor als het mes niet van onze keel verdwijnt. Ze geven ons de troost als we zien dat we onze toekomst kapot maken, geen zegen ontvangen, nooit meer zegen zullen ontvangen. In het uur van verlies. In het uur van sterven. In het uur van schuld. Dan vertellen ze ons dat we leven zullen terug ontvangen, zoals Abraham terug ontving. Ze vertellen dat God Isaac ook na zijn dood trouw blijft, liefdevol is. Dat God opwekt, zoals hij Christus opwekte. Amen.

Genesis 22 en HebreeŽn 11:8-11 en 17-19

Literatuur:
- Aharon Agus, The Binding Of Isaac and Messiah, State University of New York Press, 1988 speciaal p.3 en 26-32
- David Jay Derovan, The Resurrection Motif in the Midrash on the Akedat Yitzchak