Maria en Marta
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

Vorige week is in deze kerk het verhaal van de Barmhartige Samaritaan gelezen. Jezus is met een wetgeleerde aan het spreken wat het nou betekent om God lief te hebben met hart en ziel en je naaste als je zelf. Jezus vertelt daar de gelijkenis over de man die langs de kant van de weg ligt en die geholpen wordt. Het verhaal is een groots pleidooi om je naaste bij te staan. U herinnert zich ook wel dat als de man langs de kant van de weg ligt er een leviet en een priester voorbij komen. Twee gestaltes die de dienst aan God belichamen, maar tekort schieten in liefde en hulp. Je bent pas een naaste voor iemand – als je haar verzorgt en helpt en bijstaat als zij dat nodig heeft.

Na het gesprek met de wetgeleerde, trekt Jezus verder en hij wordt gastvrij ontvangen door een vrouw, die Marta heet. Het is niet Martha en Maria Rembrandteenvoudig om er achter te komen hoe makkelijk vrouwen zelfstandig kunnen handelen in de tijd van Jezus, maar Maria en Marta zijn duidelijk     twee stevige gestaltes. Marta nodigt Jezus uit in haar huis. Er is - in dit evangelie - nergens sprake van een man van Marta aan wie ze toestemming moet vragen. Zij is een zelfstandige vrouw die dat doet. Haar zuster Maria gaat aan de voeten van Jezus zitten. Aan de voeten van iemand zitten, dat is de normale positie voor een leerling. De leraar zit op een stoel of een bankje en jij als leerling gaat aan zijn voeten zitten en je kijkt verwachtingsvol omhoog. Over Paulus wordt gezegd dat hij ‘aan de voeten van GamaliŽl’ – een bekende joodse leraar- gezeten heeft. Dat Maria daar gaat zitten is op zijn minst ongewoon. Ik heb het idee dat vrouwen dat heel weinig deden.

Maria is leerling, ze leert en Marta zorgt en dient. En ergens lijkt het alsof iets van de zaken die speelden in het verhaal van de Barmhartige Samaritaan in dit verhaal terugkomen. 'Marta dient' associeer ik met die Barmhartige Samaritaan. Zoals die Barmhartige Samaritaan de man langs de weg gastvrij verzorgt, zo is Marta gastvrij en verzorgend. Ze stelt haar huis voor de vermoeide reiziger – die Jezus is – open.

De kant van het dienen, van het zorgen, van het doen is een belangrijke kant van het geloof. Goed zijn voor een ander. Bezoeken en verzorgen van ouderen. Opkomen voor vluchtelingen die in de knel zitten. Het is een ontzettend belangrijke kant. Het is ook een kant van het geloof die ons in onze tijd het makkelijkste af gaat. Kerk en geloven zit in de klem. En misschien vind je geloven zelf ook moeilijk. ‘Goed doen’, je naaste helpen, is in ieder geval dan tastbaar en concreet. Het is ook iets dat herkenbaar is en aanvverdeling geld Kerk in Actieaardbaar is voor de buitenwacht. Collega’s van je vinden geloof misschien maar iets geks, maar het vele sociale werk dat de kerk doet, dat vinden ze prachtig en dat is herkenbaar. Het dienen en het doen kan zo ook een vlucht zijn. ‘We weten niet precies wat we geloven en we vinden het maar moeilijk, maar weet je wat: we zetten ons in voor de naasten, dan zitten we altijd goed’. Ik heb het idee dat de inzet van de kerk in de jaren tachtig voor allerlei maatschappelijke zaken – hoe goed ook, en ik zeg dit ook als iemand die daar zelf aan mee gedaan heeft – ik heb het idee dat de inzet van de kerk voor het doen en het dienen mede uit dit soort geloofsverlegenheid voortkwam. Op zich is die inzet voor anderen allemaal prima, goed en lovenswaardig – maar heeft die nadruk op actie en handelen niet ook te maken met een zekere verlegenheid over ons geloof.

Leren in het geloof is lastiger. Nou ja, het is in ieder geval vager. Het wijkt daarin ook af van het ‘leren’ zoals we dat in de samenleving doen. Op de middelbare school leer je Engels. Je begint in de eerste en aan het einde kan je je een beetje redden in het Engels en haal je een diploma, dat is een duidelijk traject. Leren in het geloof is ongrijpbaarder. Eigenlijk is het niet meer dan een tijdje met iets van het geloof bezig zijn. In  het protestantisme en in het jodendom buig je je dan over een tekst. Je bestudeert hem een avond – alleen, misschien in een bijbels dagboekje dat je leest of in gezelschap, je denkt er over na, je praat er over. En dat is het. Het idee is niet dat je na afloop precies kan vertellen wat er besproken is. Er zit geen overhoring aan vast. Maar het idee is dat zo bezig zijn op zich goed is. En toch ook wel iets los maakt en beweegt bij mensen. Misschien is het te weinig voor mensen die weinig of niets van geloven af weten. Voor hen worden dan ook tegenwoordig Alfa-cursussen ontwikkeld – waarin precies uitgelegd wordt hoe het geloof in elkaar zit. Heel nuttig allemaal – maar de protestantse en joodse oervorm van leren is luisteren naar iemand of vooral: lezen en nadenken of met elkaar praten over het gelezene met het idee dat dat jou vormt. Dat dat een vorm van zitten aan de voeten van Jezus is.

Wat is nou belangrijker, het doen – dienen, zorgen - of het leren, zoals Maria dat hier doet. In de joodse traditie is daar veel over nagedacht. Allebei is belangrijk, dat is duidelijk. Maar wat is nou het belangrijkste? Rabbi Gamliel – een rabbi van ook zo’n 2000 jaar geleden zegt: zorg een leraar voor jezelf te krijgen, een leraar hebben van wie je kan leren is zo’n beetje het belangrijkste in je leven. Maar zijn zoon zegt: ‘ach, ik ben opgegroeid tussen geleerden en ik heb steeds naar de gesprekken van hen geluisterd. Ik heb ontdekt: je kan maar beter aan het werk gaan en zwijgen dat is beter dan al dat gepraat (Avot 1,16 en 17). Ik heb het idee dat men in de joodse traditie ‘leren’ net iets belangrijker vindt dan martha en mariadoen, maar heel vaak gaat het ook om de juiste verhouding: studeren alleen leidt tot niets. Je moet ook handelen, anders heeft je studeren geen wortels in het echte leven en verwaait je wijsheid in de storm van het leven. Dan zijn al je woorden alleen op zand gebouwd.’ (Avot II,2 en III,22) (Matheus 7:24-27).

Als Marta tegen Jezus zegt: vindt u het niet vreselijk dat mijn zus me zo alleen laat draven, dan laat Jezus zich niet voor haar karretje spannen en benadrukt hij het goede recht dat Maria heeft om aan zijn voeten te zitten. Ja, ze heeft zelfs het goede deel gekozen, het deel van God. Want in het leren, in het overdenken wordt je betrokken op de zaken van God, je hoort iets over het geloof, dat nieuw voor je is of dat nieuw voor je kan worden. Je hoort hoe andere mensen vroeger en nu er mee bezig zijn geweest. Er kan iets groeien in je hart, je kan groeien in het geloof. Het is een vorm van God lief hebben, met heel je hart en met heel je verstand. En dat maakt je rijker en ik denk ook mooier.

Eind september start ik hier in de Lichtkring een reeks bijeenkomsten op de maandagavond. Elke maandagavond gaan we drie kwartier een stukje lezen van een tekst lezen. Heel verschillend: we gaan teksten lezen van christelijke mystici, kerkvaders en kerkleraressen, bijbelschrijvers en liedboekdichters en we gaan er een beetje over praten met elkaar. Het is heel losjes, er zit niet ontzettend veel verband in het programma en u kunt de ene maandag wel komen en de andere maandag niet. De bijeenkomsten hebben geen nut, u krijgt geen diploma na afloop, maar ik hoop dat het mooie bijeenkomsten zijn, waarbij we niet meer doen dan een klein uurtje leren met elkaar.

In de katholieke traditie legt men het verhaal van Maria en Marta, nog net een slag anders uit. Maria zit daar niet aan de voeten van Jezus om te leren. In de katholieke traditie wordt deze tekst betrokken op de twee verschillende taken die kloosterlingen hebora et laboraben: de geestelijke taak, het zingen van de getijden, het bidden, het stil zitten in je cel en het werken. In de traditionele katholieke lezing zit Maria aan de voeten van Jezus om te overdenken, om te mediteren en Marta is de gestalte van de kloosterling die werkt en moerassen drooglegt en de armen bijstaat. Bid en werk. Maria en Marta. Ik ben niet helemaal overtuigd van deze uitleg maar ik vind het wel mooi om het leren ook een beetje de kant uit te laten gaan van het overdenken, het mediteren, het bidden. Niet alleen studie: wat is die tekst mooi: maar echt door je heen laten gaan: wat roept het bij me op, wat maakt het los in mijn ziel. Ik denk dat dat het vruchtbaarste is dat er dan het meeste  in je ziel gaat leven.

De leviet en de priester liepen aan de man langs de kant van de weg voorbij. Al hun bezig zijn met God kon niet verhinderen dat zij geen naaste waren voor die doodbloedende man. En ook geen naaste voor God. Soms moet je alles late vallen om dat ene mensenleven bij je te redden. Dat is het ene verhaal. Maar het andere is minstens zo waar: dat bezig zijn met de zaken van God ontzettend belangrijk is. Dat je daar ook zaken voor opzij moet willen schuiven, ongedaan laten. Die moeten maar wachten of ook maar niet gebeuren: want je hebt even iets beters te doen. Amen.


Lukas 10:38-42  Hoofddorp Lichtkring 21 juli 2013