De dood van Mozes
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Mozes' doodHet verhaal van de dood van Mozes vind ik het mooiste verhaal uit de bijbel. Er zit een grote tragiek in het verhaal. Mozes is de man die zijn volk weggevoerd heeft uit Egypte. Veertig jaar was hij de stem van God in hun midden. Hij heeft ze de weg gewezen, hij heeft ze wetten gegeven, voor water en brood gezorgd, hun gemor verdragen en opstandjes de kop ingedrukt. En dan nu, vlak voordat hij zijn doel bereikt, zal hij sterven. De Jordaan, de grensrivier van het beloofde land, mag hij niet over.

Het verhaal over Mozes is het verhaal over onze eigen sterfelijkheid. Dat wij sterven en dat wij sterven voordat ons leven geheel voleindigd is: onze idealen voltooid, onze dromen verwezenlijkt. Het geeft aan welke harde grens er zit aan ons leven. Dat de dingen die wij ondernemen soms lukken, en meestal maar half of helemaal niet. Dat het beloofde land door ons niet bereikt wordt. “Ik had willen zien dat de idealen waar ik voor stond zouden worden overgenomen door een jongere generatie”. “Ik had zo graag nog één keer een echt voorjaar willen meemaken”. Maar het lukt niet

Mozes moet sterven op deze plek omdat hij ooit in de woestijn gezondigd heeft, zegt God. Maar wat nu precies de zonde van Mozes was, is onduidelijk. U kent misschien het verhaal dat het volk tijdens de tocht door de woestijn op een gegeven ogenblik om water vraagt en Mozes slaat dan met zijn staf water uit de rots. Hij had niet met zijn staf op de rots mogen slaan zegt de een, hij had niet twee keer mogen slaan, zegt een ander, hij was te boos, hij was te bang. Maar geen van de verklaringen bevredigt. Het lijkt er meer op dat er een soort voorwendsel gevonden wordt om Mozes te straffen.
Het is alsof het verhaal wil zeggen: het maakt niet uit wat Mozes gedaan heeft, hij zou toch worden gestraft met het niet bereiken van het beloofde land. Het maakt de hele geschiedenis nog nawranter, het maakt ons lot nog harder. Als je tenminste wist wat Mozes nu precies verkeerd gedaan had, dan had je dat nog kunnen voorkomen in je eigen leven. Dan had je kunnen zeggen: ik doe het anders en dan bereik ik wel het beloofde land. Maar je weet het niet en je komt het niet te weten en het enige dat je ziet is dat ook voor jou het beloofde land onbereikbaar is.

Voor ons is dat moeilijk te verdragen. Wij willen het ‘beloofde land’ nu, in ons leven. In mijn studententijd stond er op de muur van een huis van vrienden geschreven: “Wij zijn iedereen, wij willen alles en dat lijkt ons niet te veel gevraagd”. Dat is nog geestig geformuleerd. Maar er zit ook een ontwrichtende kant aan. We willen het beloofde land nu en dus moet er nu zoveel mogelijk geld verdiend en uitgegeven worden. Moet alles: wereldreizen, ontplooiing, genieten in dat ene leven gerealiseerd worden. En als we het niet krijgen ontbreekt er iets.
Een paar weken geleden werden er in het centrum van Heerenveen door mensen die zich als narren verkleed hadden kleinigheidjes verkocht voor een stichting die de grootste wens van ernstig zieke kinderen wil vervullen. Ik vind het mooi dat mensen zich voor ernstig zieke kinderen willen inzetten. Maar ik vroeg me toch ook af: waarom willen wij dat die kinderen, die waarschijnlijk zullen sterven, nog eenmaal iets ontzettend moois beleven. Waarom moeten ze van ons in ieder geval een keertje in Disneyland Parijs zijn geweest of naar ponypark Slagharen, want daar zullen die wensen toch wel op neer komen. Het is alsof die ene keer ten volle genieten van het leven ons - in ieder geval een beetje - verzoent met hun dood. Dan hebben ze in ieder geval een beetje deel gehad aan wat onze samenleving verstaat onder een goed leven.

Vlak voor zijn dood geeft God nog iets aan Mozes: een uitzicht. Hoog op de berg mag hij uitkijken over heel het land. En hij ziet Jericho al liggen. Hij ziet het land van Juda, en van vele andere stammen. Hij ziet het land waar de geschiedenis van Israël zich tot in verre generaties zal gaan afspelen. Dit is het land, dat ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede beloofd heb, zegt God. Mozes krijgt de belofte van God te zien. Hij Mozes' doodziet het, hij ervaart het niet, hij is er niet zelf bij aanwezig, maar hij ziet het als een visioen van hoop en van belofte. En er zijn zelfs uitleggers die zeggen: hij zag niet alleen het land, maar hij zag ook de muren van Jericho vallen, hij zag ook Gideon en de profeet Samuel en David in Jeruzalem, hij zag de tranen van de ballingschap en hij zag de ballingen terugkeren in het land. “Aan uw nageslacht zal ik dit land geven” Zo sterft Mozes. Met deze hoop voor ogen. Met de hoop dat zijn nageslacht inderdaad het land zal binnengaan.

Maar misschien heeft Mozes uitkijkend over de Jordaan nog wel iets meer gezien. Misschien zag hij ook wel twee kleine mensengestalten, vlak bij de oever in het water staan. Een man die een ander onderdompelde in de rivier. Zag hij hoe Johannes Jezus doopte. Hoe Jezus daar kopje onder ging in die grensrivier van dood en leven. Als een teken van hoe God een mens opnieuw geboren doet worden tijdens zijn leven. En als een teken van hoe God een mens opwekt na zijn dood. Een doen herleven dat machtiger is dan de dood.

Als Mozes gestorven is begraaft God hem. Het is de hand van God zelf die hem begraaft. De hand des Heren laat hem niet los, maar dekt hem toe in de aarde. Want God is ook een God van de gestorvenen. Zij zijn in zijn hand. En nog meer: zij maken ook deel uit van zijn gang met de mensen. Zij zullen worden opgewekt op de dag die God zal geven. Op de dag dat God aan de aarde een nieuw gezicht geeft en dat beloofde land eindelijk komt, zal dat land er ook zijn voor de gestorvenen. Dan zal de geschiedenis van God met zijn aarde, alle generaties omvatten, van Jacob, van Izaak, van Abraham en van alle kinderen van Abraham. In het visioen van God zijn alle generaties betrokken.

Een mens leeft een onvolmaakt leven. Ik denk aan mijn collega Wiebe Hylkema die het ideaal van gemeenschapszin en gelijkheid waar hij zijn leven aan wijdde zo weinig naderbij zag komen. Maar ik denk ook het kind dat wij vandaag gedenken dat al stierf voordat zij aan haar leven kon beginnen. Twee onvolmaakte levens. Maar wij kunnen ons leven ook niet vervolmaken, wij kunnen het niet afdwingen, niet met geld, niet met medische technologie, niet met grote woede. Wat we wel kunnen doen is zien op God, meegaan in zijn geschiedenis van hoop en verwachting. In de hoop en verwachting dat hij ons op zijn dag vervolmaken zal. Dat het aan ons gegeven zal worden. Levenden en doden.

Wij gedenken vandaag de mensen die ons zijn voorgegaan. En we noemen hun namen. Omdat we in de geschiedenis van God met hen verbonden worden. Omdat we samen in dat beloofde land van God zullen wonen.

Deuteronomium 34 Heerenveen 24 november 2002