Pasen: 'Zie de mens'
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
U kent hem wel. De man die overal schamper commentaar op heeft. Hij denkt dat hij wereldwijs is. ‘Ach, ik heb alles gezien. Al die mensen die zich inzetten voor een ander, en wat levert het op.. Al die verliefde jonge mensen, die enthousiast beginnen aan een huwelijk - en wat krijg je: verveling en sleur. Hij heeft alles gezien en gelooft nergens meer in. ‘Ik heb er ook in geloofd, roept hij, maar ik ben genezen.. ‘Uiteindelijk denken mensen alleen maar aan zichzelf, ik heb het meegemaakt, ik kan het weten’.

Zo’n afstandelijke, cynische houding hoort bij onze tijd. Waarom zou je je ergens voor inzetten? Waarom zou je ergens warm voor lopen. ‘Ze bedonderen je toch’ Waarom zou je je aansluiten bij een organisatie, bij een kerk. Want uiteindelijk ben je het er toch niet 100% mee eens. Maar dit is ook een tijd om neer te kijken op mensen die zich wel ergens voor inzetten. Van die naïeve goeddoeners zijn dat. Dat zal jou niet overkomen.

Pilatus, zie de mens, ecce homoPilatus is zo’n man. Helemaal uit Rome is hij naar Jeruzalem gekomen om daar voor bestuurder te spelen. Hij bekijkt de mensen in Jeruzalem met minachting. En waarom minacht hij ze? Ach, hij minacht iedereen. Dat is zijn levenshouding. Hij verbindt zich met niemand en kan anderen alleen maar uitlachen.

Jezus wordt aan Pilatus voorgeleid. Soldaten hebben hem een purperen mantel omgedaan en een doornenkroon opgezet om hem zo belachelijk te maken. ‘Zie de mens’ zegt Pilatus en hij wijst op Jezus. Kijk dat is een mens, wil hij zeggen. Daar staat hij in zijn kwetsbaarheid, in zijn bespottelijkheid. De mens die denkt dat hij een koning is. Maar de mens is een clown en niet meer dan dat. Zie, de mens die zich kroon van de schepping waant, maar zijn kroon is een onvruchtbaar doorngewas. Kijk hem daar staan: iel, weerloos en eigenlijk helemaal niks. Verachtelijk niks.

Het afstandelijke, cynische, schampere van Pilatus misschien herken je het ergens van jezelf. Maar voor een ander is het onprettig. Voor hem ben je iemand voor wie je uit moet kijken. Iemand die altijd een sneer uit kan delen. Die de sfeer bederft. In het gewone leven heel onaangenaam, maar in combinatie met macht wordt het ook gevaarlijk.

Want Pilatus  ziet wel dat Jezus onschuldig is. Maar hij ziet ook hoe het volk en de priesters eisen dat Jezus wordt veroordeeld. En dan moet hij kiezen. Tussen recht en de gunst van het volk. Tussen de waarheid dat Jezus onschuldig is en zijn plek in de opiniepeilingen. En voor hem is de keus dan niet moeilijk. ‘Want ach, schampert hij, wat is recht nu eigenlijk, wat is waarheid. Het is allemaal betrekkelijk’. Het enige dat niet betrekkelijk is is de macht. En die macht wil hij behouden, wat het ook kost. Waar alle waarden betrekkelijk zijn, telt alleen de macht.

Pilatus heeft een aantal bewakers bij het graf laten zetten. Want de man die hij onschuldig heeft laten kruisigen moet wel dood blijven. Er mogen geen praatjes rondgestrooid worden dat het anders is gegaan en dat hij is opgewekt. Maar als op de Paasmorgen de engel de steen van het graf wegrolt, dan helpen al die bewakers niet. Christus wordt opgewekt, Christus komt uit de dood naar het leven en dan vallen de bewakers van Pilatus neer, alsof ze dood zijn. Heel het geschamper van Pilatus, heel zijn cynisme is niet bestand tegen de macht van de hemel, tegen het leven, het leven van God. Niet Jezus blijft dood, maar de bewakers van Pilatus vallen neer op de grond, alsof zij dood zijn.

Pasen doorbreekt de macht van een man als Pilatus. Zijn daadwerkelijke macht, maar vooral ook zijn manier van in het leven staan, zijndeeën over mens-zijn. Pasen laat zien dat er recht bestaat. Want God doet recht en wekt de vals veroordeelde Jezus op. Wat is Waarheid, vraagt Pilatus, maar er is wel degelijk waarheid en Jezus belichaamt zelfs de waarheid. Zie de mens, zegt Pilatus en hij wijst op Jezus. En nu heeft Pilatus voor één keertje gelijk: want inderdaad dit is de mens. Die weerloze man, dat is de mens, dat is de mens zoals God hem bedoeld heeft. De mens die de woorden van God spreekt, die mensen geneest van ziekte en zonde

Pasen zegt: zie de mens. Zie hier Christus. Dit is de mens van God, de mens die leven geeft, de mens die leeft. Pasen rekent af met die afstandelijke Pilatus, die man die nergens meer in gelooft. Kijk, God vraagt ons niet naïef te zijn. Hij vraagt ons niet je overal zomaar in te storten en te denken: ik moet goed doen en de wereld verbeteren. God vraagt ons om een nieuwe mens te worden. Om een mens te worden die de gestalte van Pilatus heeft afgelegd en de gestalte van Christus heeft aangenomen..

‘Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God’, schrijft Paulus. Paulus zegt hier: als Pasen echt iets voor je betekent, dan richt je je ook op de dingen van Christus, opPilatus gewaarschuwd door zijn vrouw de dingen van de hemel: op liefde, op opoffering, op verbondenheid, op Christus. Dan richt je je daar op en dan ga je daar mee leven. Ze worden onderdeel van je leven. Je doet ze niet omdat je denkt: o ja, dat moet, maar ze wellen op uit je hart, omdat daar mededogen, vergeving en liefde woont. Omdat jij zelf bent opgewekt.

Als ik dit zo tegen u zeg, dan denk ik: ik vraag veel te veel van u. Van binnen echt veranderen dat is zo moeilijk en dat duurt zo lang, dat lukt zo slecht. Ik mag op zijn hoogst hopen dat Gods geest in u gaat werken en u verandert.

En tegelijkertijd denk ik, het is ook heel eenvoudig. Want dat afstandelijke, schampere, cynische van Pilatus, dat is misschien niet meer dan een masker. Zijn eigen vrouw weet beter. Ze heeft hem nog gewaarschuwd, ‘Dit is een rechtvaardig man, heeft ze gezegd tegen Pilatus vlak voordat Pilatus Jezus liet kruisigen. En misschien weet hij diep van binnen zelf ook beter. Is het vooral: hij moet anders durven, Hij moet geloof krijgen. Hij moet weten en beseffen dat zijn leven belangrijk is in Gods ogen. Dat hij daar al die zaken waar hij zich aan vast klampt niet voor nodig heeft.

God vraagt ons om een mens te worden die gelooft. Die gelooft in God, maar ook in deze wereld, in deze mensen. Niet omdat hier alles zo goed is en de mensen zo goed zijn, maar omdat het Gods schepping is, omdat het Gods mensen zijn, omdat het een wereld is waar Gods Geest waait en die eens helemaal door God bezield en vernieuwd wordt. God roept ons weg uit afstandelijkheid en het ongeloof,. God zendt ons in de wereld, die zijn schepping is.

Goed, noemt hij zijn schepping, zeer goed. Mensen, de wereld van deze Paasmorgen. Het is Gods nieuwe schepping. Goed, is ie, zeer goed. Amen.

Mattheus 28:1-7 en Kolossenzen 3:1-4 Eerste Paasdag 2011 Heerenveen