Re-enactment
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar
Preekarchief

Nehemia 8 en Mattheus 11:28-30

Wij hebben vier maanden niet samen kunnen komen in De Lichtkring. Dat was een lange tijd, maar vergelijk het eens met de ballingschap van het volk IsraŽl: die duurde 70 jaar lang. En als de ballingen terugkomen dat moeten ze hun leven in Jeruzalem stapje voor stapje weer opbouwen. Net als wij: we zijn weer terug, maar het is nog lang niet zoals vroeger. De ballingen in Jeruzalem bouwen als eerste een tempel, om weer bij elkaar te kunnen komen. Als tweede wordt de muur rond de stad Jeruzalem hersteld, zodat ze weer baas in eigen huis zijn. En je zou denken: een tempel in het midden, een muur om je te verdedigen: nu kan je weer beginnen.

Maar voor Ezra en Nehemia, de leidslieden van het teruggekeerde volk is dat niet voldoende. Zij hebben gezien hoe kwetsbaar de muur is die gebouwd is. Zij herinneren zich dat Jeruzalem ingenomen werd. Ook deze nieuwe muur kan vallen en de tempel kan opnieuw verwoest worden en wat dan.

En dus zetten ze de volgende stap: niet alleen een tempel en een muur, maar het volk moet zelf drager worden van het geloof van IsraŽl. En dus lezen ze op een heel gewoon plein de bijbel voor aan het volk. Zodat het volk zelf vertrouwd raakt met de woorden van God. Zodat ze weten: geloof is niet iets van de tempel en de priesters, maar van jullie. Want er komt een dag dat Jeruzalem opnieuw zal vallen, dan zullen er geen priesters meer zijn. Het volk zal zelf verder kunnen gaan met het geloof in God. Zij dragen zelf het geloof.

Ik moet u zeggen dat toen we begin maart ophielden met de diensten in  De Lichtkring, het een zorg voor me was: is er straks nog wel een gemeente als we weer bij elkaar mogen komen? Valt de gemeente niet  uit elkaar zonder gebouw. Maar al heel snel merkte ik dat die zorg ongegrond was. Juist in deze situatie zijn we met elkaar meer kerk geweest dan anders. Iedereen heeft enorm zijn best gedaan om verbonden te blijven met elkaar. Zeker 10 mensen uit onze gemeente hebben wekelijks een heel aantal gemeenteleden gebeld om te vragen hoe het ging en of er nog hulp nodig was. Ik weet van mensen die een soort cirkeltje met elkaar gevormd hebben en elkaar steeds weer even gebeld hebben: hoe is het nu met jou? De online-diensten zijn ontzettend goed bekeken. In de lastige tijd zijn we bij elkaar gebleven en meer dan dat, we zijn gebleven bij waar het in het geloof om gaat: dat je telkens opnieuw blijft luisteren naar Gods woorden en elkaar ondersteunt. In al die  tijd zijn we de gemeente gebleken die Ezra en Nehemia voor ogen hebben: een gemeente  die zelf drager is van het geloof en gemeenschapszin en dus tegen  een stootje kan als er geen gebouw is.

Maar nu bent u hier, maar het is hier niet zoals vroeger. Voorheen kon je hier op zondagochtend rustig binnen schuifelen, ergens achteraan gaan zitten en alles lekker over je heen laten komen. Nu wordt er veel meer van u gevraagd: u moet u opgeven van te voren en u aan allerlei regels houden. Je zit niet lekker naast elkaar, je kan niet zingen. En ik kan ook niet zeggen: in september is het voorbij. Misschien dat de regels de komende tijd nog wat versoepeld worden, maar er is ook een kans dat dit de manier waarop we de komende jaren bij elkaar moeten komen. En toch – en ik merk het ook aan de vrolijke gezichten – toch is het goed om te benadrukken: we zijn bij elkaar en dat is goed. We bidden weer samen, horen weer naar de woorden van God – en dat is goed, ook al is het dan allemaal wat lastiger. Als bij Nehemia de mensen horen hoe de wet van God klinkt, wat ze allemaal moeten doen en hoe lastig dat is, dan zuchten ze: poeh, dat valt niet mee. Ze moeten er zelfs om huilen. Maar Ezra zegt: ophouden met klagen, blij zijn, dit is een dag van feest. En misschien voelt u dat nog niet helemaal, zegt Ezra, zucht u vooral, maar als u gaat feesten, als u gaat eten en drinken, komt dat feestelijke gevoel vanzelf.

Eten en drinken lukt ons nog niet: maar verder klopt het wel. We gaan hier gewoon weer beginnen en het hier goed hebben met elkaar. Al die onhandigheden, u raakt er aan gewend. Langzaam maar zeker concentreren we ons op de dingen die hier er echt toe doen. En je ontdekt dat de vreugde die je hier hebt om het samenzijn, om het horen en het vieren zoveel groter is dan de lasten. De lasten die daarbij horen, ik denk dat die maar licht zullen blijken te zijn.

En dan hoop ik, en ik vertrouw daar eigenlijk ook op, dat er hier hetzelfde gebeurt als bij Nehemia en Ezra. Op het moment dat de mensen zich helemaal oriŽnteren op de woorden van God, dan leidt dat ook tot een dieper verstaan van de woorden van God. Voor hen betekent dat dat ze het Loofhuttenfeest gaan vieren met elkaar. U weet misschien dat is dat feest de mensen een hutje bouwen van takken en met een open dak naar de hemel als herinnering dat ze ooit in de woestijn gezworven hebben, een herinnering dat ze geen vast dak boven hun hoofd hadden. U moet zich voorstellen: mensen die ver weg geweest zijn in de ballingschap en de mensen die achtergebleven zijn in Jeruzalem en misschien wel 70 jaar dachten dat God iets van lang geleden was, van oude mensen alleen, zij gaan samen vieren dat God hen geleid heeft. Daar komen we samen vandaan. Uit de woestijn, uit Egypte. Voor een paar dagen zijn ze weer dat volk. Horen van Gods woorden is niet voldoende, je moet ook in je rol kruipen en dat volk willen zijn. Dat is fundamenteler dan een tempel of een muur, ja zelfs dan het luisteren naar Gods woorden.  

Ik heb de periode die achter ons ligt ook ervaren als niet alleen een periode van grote stress, maar ook een periode waarin de woorden van God directer tot ons gingen spreken en wij ook beter in onze rol kwamen als gemeente van Jezus. Want het leven ging niet zijn gangetje, maar meer dan ooit werd het duidelijk waar ons geloof over gaat. Het ging er heel direct over of we op wilden komen voor mensen met een zwakke gezondheid en dan het meest elementaire: willen we er iets aan doen dat zij niet dood gaan. Meer dan ooit in ons leven ging het over de grondbegrippen van de Bijbel: leven en dood.

En waar anderen zeurden: ik wil weer naar het cafť, ik wil naar het strand en in de overvolle trein naar Zandvoort stapten hebt u dat niet gedaan. En dat komt denk ik ook omdat wij geoefende mensen zijn: wij hebben hier in deze kerk jarenlang onze rol geoefend. Onze rollen hebben we daarbij niet gehaald uit het Loofhuttenfeest, maar uit het passiespel. Wij hebben geoefend om een kruis te dragen. ‘Neem je kruis op je’, dat is de rol voor ons. Dat doe je, soms voor een ander, zoals Simon van Cyrene dat voor Jezus deed. En heel vaak is het een kruis dat jou wordt opgelegd. Maar je doet het – en je merkt dat het vaak minder zwaar is dan waar je tegen op zag. Je merkt dat je in die rol alles kan verdragen en bergen kan verzetten. Amen.

 Hoofddorp, 5 juli 2020