Het Salomonsoordeel
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar
Preekarchief
In sprookjes is of bij Piggelmee loopt het altijd slecht af als mensen iets mogen wensen. En voor mensen die de Postcodeloterij winnen zijn er speciale begeleiders, om de mensen een beetje te adviseren wat ze moeten doen, omdat het heel wat stuurmanskunst vergt om een beetje gelukkig te worden van zo’n berg geld. Maar Salomo mag een wens doen en dat loopt niet slecht af. Het loopt zelfs goed af.

Salomo formuleert niet direct zijn wens. Als God hem vraagt vertelt hij hoe hij er aan het begin van zijn koningschap voorstaat. Een politicus in onze tijd zou zeggen: nu ben ik er en nu gaat er een nieuwe wind waaien door het land. Als hij heel ambitieus is formuleert hij een programma voor de eerste honderd dagen van zijn regering. Wat hij niet allemaal gaat veranderen. Koning Salomo zegt over zichzelf: ik weet nog niet zoveel, ik ben nog zo jong en onervaren, ik ben hier min of meer toevallig terechtgekomen. Wie ben ik dat ik dit doen mag. 

En dan de opgave om dit volk, dit volk van God te besturen, het is zo groot. Salomo is een koning, die niet zijn ego opblaast, maar hij heeft een perfect inzicht in zijn beperkingen. Met het oog daarop doet hij zijn wens. Niet zomaar iets voor zichzelf, wenst hij, macht, rijkdom, maar hij wenst iets met het oog op zijn taak. En zijn taak is niet in de eerste plaats oorlog voeren of rijkswegen aanleggen. Zijn taak is recht spreken. Waarlijk rechtspreken, Gods gerechtigheid op aarde laten zien, dat is de eerste en belangrijkste taak van een koning. Er zijn tientallen verhalen in de bijbel over koningen die van geen meter deugen, maar hier wordt nu eens verteld wat een echte, goede koning is: iemand die Gods recht op aarde laat gelden.

Daarom vraagt Salomo om wijsheid. Letterlijk vraagt hij om een luisterend hart. Mooi is dat, bij iemand die “wijs” is stel ik me een imposante grijsaard voor. Misschien wel zo’n beetje zo’n grote Boeddha figuur. Iemand die vol is in zichzelf, vol van wijsheid waar hij zelf lang over nagedacht heeft en die hij zelf bezit. Of iemand die als de denker van Rodin met enorme inspanning heeft nagedacht. In de bijbel ben je wijs als je een luisterend hart hebt, als je je hart openstelt voor de wijsheid van God. Als je je richt op de wijsheid, die je niet zelf bedacht zou hebben, maar die je hoort als je luistert naar God. 

En in het verhaal over de twee vrouwen wordt de wijsheid van koning Salomo die verder reikt dan zijn eigen hart gedemonstreerd.

Het is een hartverscheurend verhaal. En ergens kan je ook wel medelijden hebben met die moeder, die wakker wordt, een dood kind naast zich vindt en haar kind dan maar verwisselt. Dan heeft het niet plaatsgevonden. Dan is het kind er gewoon nog. Maar haar eigen kind is wel dood en wat ze doet is natuurlijk gewoon fout. Een kind stelen, liegen bij de koning en dan uiteindelijk ook nog instemmen met de moord op het andere kind. “Ik niet gelukkig, dan zij ook niet gelukkig”. De vrouw wil zich laten troosten... door het ongeluk en het verdriet van een ander. Maar ressentiment en jalouzie geven geen echte troost. Het verbindt mensen niet aan elkaar, het scheidt hen alleen nog maar verder. Het maakt hen tot kleine eilandjes die alleen in zichzelf praten en daar hun wraakgedachten koesteren.

Op geen enkele manier kan door Salomo een juist oordeel geveld worden, want er zijn geen getuigen en de twee vrouwen spreken elkaar tegen. Zijn voorstel om het kind in twee delen te snijden provoceert de beide vrouwen. Degene die al gelogen heeft wordt geprovoceerd om te volharden in het kwaad en gaat akkoord met deze misdaad. De echte moeder wordt geraakt in haar binnenste. Diep in haar binnenste wordt zij met barmhartigheid bewogen. Die innerlijke ontferming motiveert haar tot een daad waarbij ze voorbij ziet aan haar directe eigenbelang, aan haar directe rechten. Ze overstijgt zichzelf, ze gaat verder dan haar eigen hart en schenkt haar kind weg, opdat het leven van haar kind door kan gaan. 

Salomo zet een proces in beweging waardoor de vrouw tot een daad van erbarmen, van wegschenken komt en daardoor tot waarlijk recht. Dat is niet iets van Salomo alleen. Dat is de wijsheid die in heel de bijbel opgeld doet. Salomo laat de wijsheid van de God van Israel gelden. De God die in heel zijn spreken en doen gericht is op het leven van zijn mensen.

Je kan het ook nog anders zeggen: God neemt de ervaring van de liefde van een moeder voor haar kind als grondslag van zijn wijsheid. Zoals een moeder verder kan kijken dan haar eigenbelang als het gaat om haar kind, zo moeten mensen verder kijken dan hun eigenbelang en een ander tot zijn recht laten komen.  God heeft deze moederlijke erbarming centraal gesteld in heel zijn doen en spreken, op deze ontferming heeft God zijn wijsheid gebouwd. Als een opofferende moeder voor haar kinderen zo moeten de mensen zijn.

Jezus is een leraar van wijsheid in dit spoor van koning Salomo. Jezus is een wijsheidsleraar die de mensen openmaakt voor de moederlijke wijsheid van God. Jezus leert de mensen dat het leven van een ander belangrijker is dan het strikte eigenbelang. Hij leert mensen een luisterend hart te hebben.

Jezus heeft die wijsheid op zichzelf toegepast. Hij is niet iemand die hier en daar wijze teksten rondstrooit en dan weer verder gaat, onaangeraakt door deze wereld. Jezus is zelf met erbarmen bewogen geweest om deze wereld. Zo groot was zijn ontferming dat hij zichzelf heeft weggeschonken. Opdat de mensen zouden leven.

Na de dood van Salomo zullen de koningen niet meer zo wijs zijn. Twee koningshuizen en twee rijken zullen strijden om het volk en het land IsraŽl.. Zij zullen Gods kind, Israel, in tweeŽn delen en beide delen zullen uiteindelijk niet levensvatbaar zijn. Geen van beide koningshuizen zal de wijsheid van die ene vrouw bezitten en boven hun eigenbelang uit kunnen stijgen. Des te opmerkelijke is de wijsheid van Salomo – en van deze ene moeder.  

1 Koningen 3:5-12 en 16-28