Een deur naar de hemel
Naar preekarchief

Naar Homepage

Vriendschap komt niet heel erg verstandelijk tot stand. Het is veel meer: je ontmoet iemand, het klikt en je denkt wat aan iemand te hebben. Je krijgt een geschiedenis met elkaar, Je bouwt met elkaar wat op en het blijkt dat je elkaar steunt.

Ik denk dat je geloof zo ook tot stand komt. Je bent mensen tegengekomen, of misschien ben je zelfs God zelf tegengekomen en je bent iets aangegaan. En je merkt: het werkt. Het doet me goed, het helpt me op mijn levenspad. Het geeft me steun en richting.Het opent een wereld en vergezichten voor mij, die soms mijn hart verrukken.

Je ontwikkelt vertrouwen in de dingen die met God te maken hebben, in de leefwereld waar je binnenstapt.

Dit soort vertrouwen ontwikkelen, dat is geloven. Dat is het letterlijk: in de taal waarin het  Nieuwe Testament geschreven is, is geloof en vertrouwen precies hetzelfde woord. Maar vooral: dat is waar geloven inhoudelijk op aan komt: dat je gaandeweg leert vertrouwen op de woorden en de wegen van God, dat die steeds meer jouw woorden worden.

Op zo’n geloofsweg kunnen heel markante momenten voorkomen. Momenten dat je inziet: ja, maar het is echt heel belangrijk voor mij. Een vrouw besluit dat zij haar kinderen wil laten dopen. Zo belangrijk vindt ze het. Soms kan het zelfs een radicaal moment zijn: dat je leven een andere wending neemt.

Maar ook na zo’n markant moment gaat de geloofsweg verder. Niet altijd spectaculair, maar wel gestaag. ‘Groeien’ noemt Jezus dat. Zoals een kind langzaam, maar zeker en niet te stuiten groeit, zo groeit een mens die met God verbonden is. Omdat de cirkel van geloof, van bidden, van zingen, van ervaren en doen, steeds meer een spoor in jou uitslijt. Omdat de woorden en de emoties van het geloof steeds dieper in je doordringen.

Dat gaat vanzelf. En het gaat ook niet vanzelf. Je komt steeds weer jezelf tegen: je gebrek aan moed, je woede, waardoor je de wereld maar een rotzooitje vindt en iedereen kan doodvallen. Je moet ook dingen afleren. Afleren om steeds jezelf maar te tonen, afleren om je troost in de drank te zoeken.

Je komt steeds weer dezelfde dingen tegen, en daar word je ook wel eens moedeloos van. Dan lijkt het alsof je je hele leven in hetzelfde kringetje rond blijft draaien. Toch gebeurt het ook dat je nieuwe dingen ontdekt. Dat woorden en klanken tot leven komen, dat je dingen gaat zien, die je eerder niet zag. Dat je merkt: dit is waar ik werkelijk op vertrouwen kan. Geloven is geen rechte weg, het is ook niet altijd hetzelfde kringetje. Het heeft iets van een opgaande spiraal, zoals in moderne muziek, waar de klanken net even verschuiven, zodat er gaandeweg toch een ander patroon ontstaat.

En het is gek, maar daarbij doet het er niet zoveel toe, wat voor mens je bent. Of je iemand bent met veel zelfvertrouwen, of met juist heel weinig. Of je een stabiele jeugd hebt gehad of dat je juist beschadigd uit je jeugd te voorschijn bent gekomen. Jezus zegt alleen: verbind je met mij. Laat je volstromen met mij. Ga die verbintenis met mij aan en laat mij in je groeien, jou doortrekken, jou veranderen. En voel hoe goed en sterk jou dat maakt, wat een weerbarstige kracht er in jou opwelt.

deur naar de hemelDan merk je dat je ook dat vreemdste, moeilijkste en grootste gebod van Jezus kunt vervullen. Het gebod om een ander lief te hebben. Het gebod dat jou vraagt je af en toe ook terug te houden, geduld te betonen, je jaloezie opzij te zetten, je dikke ik niet voorop te zetten, niet te kwetsen - ook al is dat zo lekker. Je woede in te tomen, en niet eindeloos door te zeuren over de gebreken van een ander.

Dat is een gebod dat veel innerlijke  wijsheid van je vraagt en veel groei. Maar als je het doet, zal je merken dat er ook iets van jou uitgaat. Je wordt een poort waardoor Gods liefde in deze wereld stroomt. Je wordt een deur naar de hemel, zoals Christus zelf. Je wordt  een mens van God. Amen

Evensong 17 mei 2009
Lezing: Johannes 15:9-17