De eer van God
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

TroyDe film Troy, die vorig jaar in premiere ging, gaat over de belegering van de stad Troje door de Grieken. Het is een film met spectaculaire vechtscenes die door de computertechniek allemaal nog veel grootser en spectaculairder zijn dan alles wat daarvoor mogelijk was. Maar bovenal gaat de film natuurlijk over ייn man, Achilles, de grootste en dapperste van de Griekse krijgers. Over zijn emoties, zijn woedeuitbarstingen, zijn rancune jegens de andere bevelvoerders. Bij Achilles staat ייn ding centraal. Dat is zijn eer. Het respect dat hem in het openbaar betoond moet worden, waar hij recht op heeft en op het moment dat hem dat, naar zijn eigen oordeel, niet voldoende betoond wordt, groeit er een enorme wrok in hem. Achilles eist respect. Hij is als die maffiabazen, die zich mannen van eer noemen. Betoon mij eer, of anders. Hij is als die rapper, die respekt eist, en daarmee bedoelt: mannen, ga voor mij uit de weg als ik eraan kom, vrouwen, onderwerp je sexueel aan mij. Aan de kracht van mijn lichaam of mijn pistool, aan de botheid van mijn gedrag.

Als de engel bij Maria komt, dan begint de engel met een groet. Gegroet Maria. In militaire dienst en in het maatschapelijke verkeer is het de mindere, die begint met groeten. Daarin worden de verhoudingen duidelijk gemaakt en wordt er respect betoond. Maar hier is het de engel, die begint met groeten en complimenteren. De engel geeft aan: ik vind jou belangrijk, Maria. Meer nog: God vindt jou belangrijk. Dat gewone meisje Maria, ja dat hele gewone meisje.

Want het gaat God niet meer om koningen. Het gaat God om hele gewone mensen. Om herders, vissers, handelslui. Die wil hij bereiken, die wil hij betrekken bij zich, daar wil hij God voor zijn. Gods koningschap is onder jullie, zal Jezus gaan vertellen. In jullie eigen leven. In jullie leven komt het, in jullie leven moet het groeien. Jullie heb ik op het oog. Ik doe het voortaan zonder koningen. Ik doe het voortaan zonder priesters: met jullie ga ik het doen. . "Je krijgt een kind, Maria" zegt de engel. Het verhaal over hoe gewone mensen zich richten op God begint met een kind. Een kind in een voederbak.

Begint God met een kind? Een kind is zo weinig prestigieus. Het heeft niets te zeggen. Begint God met een kind? Het evangelie begint met herders die hun respect komen betonen aan dit kind. Met wijzen uit het Oosten die het kind met geschenken eren.

Een kind roept niet het soort het respekt op dat Achilles eist. Een kind roept tederheid bij je te voorschijn, het roept zorgzaamheid op. Want een kind moet zonder macht zijn weg zien te vinden. Een kind opent je voor liefde, er begint iets in je trillen, je smelt. Je gaat rare woordjes zeggen, alsof je zot bent dada. Je durft plotseling verantwoordelijk te zijn en wat klein is te beschermen. Het zijn al die begrippen die in de spiritualiteit van Jezus voorop staan. Je moet worden als een kind, zegt Jezus tegen zijn discipelen. Niet als een lofzang op onvolwassenheid, maar als een naar voren halen van de kwaliteiten die een kind tevoorschijn roept. Zalig de zachtmoedigen, zal Jezus zeggen. Gelukkig wie nederig van hart is, gelukkig wie vredestichters zijn, gelukkig wie vervolgd, bespot, gekruisigd wordt. De spiritualiteit van Jezus wordt al bij je wakker geroepen als hij ligt in de kribbe.

In het van Gogh-museum hangt een tentoonstelling over hoe schilders 150 jaar geleden naar de natuur keken. Het zijn prachtige schilderijen. Maar opvallend is dat de leeuwen en de tijgers steeds afgebeeld worden als ze een dier aanvallen, als ze een prooi verslinden. Dat is niet toevallig. De schilders wilden laten zien hoe groots en wreed de natuur is. Het moment van aanval was voor bijna al deze schilders de essentie van het natuurleven: daar hebben we het wezen van hun leven te pakken. En ach zullen ze er bij gedacht hebben, misschien is het mensenleven ook wel zo.

peacable kingdom HicksDe directie van het van Gogh-museum had aan een jury van allemaal kinderen gevraagd om ייn schilderij eruit te pikken dat zij het mooiste vonden. En de kinderjury nam er de tijd voor, liep een hele middag langs de schilderijen. En toen wisten ze het: ze kozen dat ene schilderij uit, dat net totaal anders was. Dat ene schilderij waar de dieren naast elkaar lagen, het lam naast de wolf, de panter naast het bokje, het kalfje naast de leeuw. Niemand verscheurt een ander. En als je goed kijkt zie je op de achtergrond een Amerikaanse kolonist en een indiaan naast elkaar staan, met een vredespijp in hun hand. Vrede bij de dieren, vrede bij de mensen.

God is een man van eer. Hij zoekt het respect van zijn mensen. Maar hij is niet een man van eer als Achilles, als rapper. Hij zoekt zijn eer in een kind. Een kind in een kribbe is het teken van zijn eer. 

En het rare is het werkt. Het werkt bij ons, als wij hier vanavond samenkomen. Maar allereerst werkt het bij de engelen. Want de engelen van Gods hemel worden geroerd door God, hij maakt wat los bij hen. Zoveel zelfs dat ze God gaan loven. Ere zij God in de hoge, zingen de engelen. Wij denken misschien dat de engelen speciaal voor de herders zingen. Dat denk ik niet. De engelen zingen natuurlijk voor God. God verwerft opnieuw het respekt van zijn engelen. Dat is wat de engelen laten zien, wat ze te melden hebben: een kind in de kribbe, dit is de daad waardoor God eer bij ons verdient. Ere zij God in de hoge. En de herders zien het en denken: een kind in de kribbe, is dat de eer van God ? en dan gaan ze kijken en het eindigt ermee dat ook zij God prijzen en loven. De lofzang die in de hemel begint, wordt op aarde voortgezet.

In Troy - en ook in het boek dat aan de film vooraf ging - wordt kritiek geleverd op Achilles: dat doe je toch niet, je zo door je wrok laten meeslepen. Ook de wreedheid van Achilles die erin voorkomt: dat doe je toch niet. Je zou kunnen zeggen: boek en film tonen de tomeloosheid van de Achilles en laten het proces zien dat hij tot inkeer komt, zijn wrok laat varen, zijn wreedheid opzij zet. Dat is de beschavende, humaniserende tendens in boek en film. Het is kritiek, maar een kritiek die er van uit blijft gaan dat in kracht en heldendom je eer ligt. Dat is de wereld waar jij kijker, jij lezer in leeft.

Je kan blijven in de wereld van Achilles. In de wereld van eer die afgedwongen wordt door macht van geweld. Over waar je recht op heb en wat je toekomt. En ja, je kan daar ook een matigende kracht zijn, maar dan ben je toch een beetje als het gangsterliefje, dat haar vriend oproept toch niet zo veel geweld te gebruiken.

Met het evangelie wordt een heel ander boek opgeslagen. Een God die zijn eer zoekt in een kind in een kribbe. Die aansluit bij de deur die het kind in ons hart opent. Wat Christus bij ons oproept. Dat is een wereld waar je ook in kan stappen. En waar het plotseling over barmhartigheid gaat, over liefde zomaar en waar zelfs in verdriet een zin kan worden gevonden. Dat is een hele andere wereld. Dat is een wereld waar de spiritualiteit van Christus je toe uitnodigt. Laat Achilles maar lekker mokken in zijn tent. Kijk naar het kind en laat je dan meevoeren door je hart.

Vanavond op dit uur voor het donkerste van de nacht, komen we hier bij elkaar, om te kijken naar het kind in de kribbe. Want vannacht willen we het wonder van dit donkere uur zien. Ons laten verlichten door het kind in de stal, luisteren en mee zingen met de liederen over engelen en herders. Horen naar de woorden van God die de donkerte van ons verlicht. Proberen onze handen te vouwen en te bidden.

Vanavond komen wij hier samen. Omdat ons hart het nodig heeft. Omdat de engelen van God en het kind in de kribbe ons zo mooi maken. omdat wij ergens hopen dat Gods vrede en Gods zegen met ons is.