Meedoen met de grote jongens
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

Bij ons op het landje gingen elke woensdagmiddag de oudste jongens van de lagere school voetballen. Op een doel van twee jassen schieten, mooie passes geven, de bal hoog houden en soms een wedstrijdje. Ik was een paar jaar jonger en ik ging wel eens naar ze kijken. Ik vond het weergaloos knap wat die jongens deden, voor mij was het of sommige jongens zo in het eerste van Ajax konden. Op een middag trok ik de stoute schoenen aan en vroeg of ik mee mocht doen. Ze keken elkaar even aan, maar het mocht, als ik ging keepen. En ik weet dat ik dat met volle overtuiging deed en niet eens zo slecht. Twee weken later, ik was weer aan het keepen, werden de jongens uitgedaagd door de jongens van een andere school. Een partijtje, wie het beste was. Nou dat lieten ze niet op zich zitten. En ik zie nog dat één van onze spelers twee handschoenen te voorschijn haalt, naar mijn doel loopt en met een korte beweging van zijn hand duidelijk maakt dat ik moest opdonderen. Dit was iets voor alleen de grote jongens. Ik ben niet blijven kijken.

boardroomErbij willen horen, bij de grote jongens willen horen is een drive in je leven. Het plezier en de voldoening van erbij te horen. Op school: bij dat groepje populaire kinderen in de klas of bij de creatievelingen in de school. Misschien lukte je dat wel nooit, nou dan zal je er voor zorgen tenminste bij die paar veelbelovende carriëretijgers op je werk te zitten. Zullen ze van op kijken. En als je dan iets bereikt  heeft het ook een zekere vanzelfsprekendheid. ‘Dit is mijn plek, hier hoor ik bij’. ‘Ik heb er hard voor gewerkt’. Als ik nadenk over de gelijkenis die Jezus vertelt, stel ik me ook zo voor dat de mensen met een zekere vanzelfsprekendheid naar die ereplaatsen lopen. ‘Natuurlijk zit ik in de kring van de grote jongens op de ereplaatsen’. Het is een maaltijd in het huis van een vooraanstaande Farizeeër, je voelt je al heel wat als je daar bent uitgenodigd en dan is het eigenlijk vanzelfsprekend om op de mooiste plaats te gaan zitten.

Eer is voor maar weinig mensen weggelegd. En dat maakt het ook zo aantrekkelijk. Op jou zijn de ogen gericht. Jij staat daar te stralen. Jij wel, een ander niet. Als je middenin de race om de beste plaatsen zit dan denk je ‘nou, nog één stapje en dan ben ik er’. Maar als je het van een afstandje bekijkt dan zie je steeds weer heel veel mensen hun best doen - en lang niet altijd op een aangename manier - en heel veel mensen verliezen. Waar gevochten wordt om eer, heb je een paar winnaars en heel veel losers.

En altijd is er een moment dat een ander je inhaalt. In de gelijkenis van Jezus is het de gastheer die een ander naar voren haalt en jou wegstuurt van de ereplaats waarvan je dacht dat die jou toebehoorde. In ons leven gaat het net zo. Je was handig, je deed je werk goed, je was gezien en dat gaf je de invloed, eer en je genoot er van. Maar altijd is er iemand die handiger is dan jou, die hippere ideeën heeft, meer de tijdgeest belichaamt. Of die er gewoon jong en leuk uitziet, en plotseling zwermen de mannen om haar heen, staan open voor wat ze te zeggen heeft. Je kan gaan knokken, vechten voor je zaak maar ook dan is er altijd iemand die harder knokt.
Bij het zoeken naar ereplaatsen hoort het moment dat je die plaats moet afstaan. En dat is een pijnlijk en vernederend moment.. Je ziet hoe moeilijk oud-politici het er mee hebben, dat zij niet meer in de schijnwerpers staan. Ze proberen hun opvolgers onderuit te halen of werpen zich voor de camera met pittige uitspraken om toch nog even in de aandacht te staan, om er nog even bij te horen. Of van televisiesterren, die uitgerangeerd zijn geraakt, en zich wanhopig afvragen wat ze verkeerd hebben gedaan. Niets, maar dezelfde kracht die hen opgetild heeft, smijt hen weer neer.
En als je nou eens probeerde om niet bij de grote jongens te willen horen, op de laagste plaats te doch dyn plichtgaan, op de achterste rij te gaan zitten. Ja, waarom niet. Wat kan het jou eigenlijk schelen dat de mensen niet naar je opkijken. Daar heb jij je levensdoel niet op afgesteld. Jij doet je ding. Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje. Doe je plicht en laat de mensen maar kletsen. 

Paulus ziet dat de mensen van de christelijke gemeente in Korinthe juist wel opkijken naar mensen die zichzelf voordoen als belangrijk, dat ze kijken naar allerlei uiterlijke zaken, als hoe ziet hij er uit en wie kent-ie precies, wat is zijn netwerk en daar ook elkaar op beoordelen. Paulus schrijft: ‘hoe u over mij oordeelt interesseert me niet’. En dat klinkt bot en dat is het ook, maar er zit een besef achter dat je alleen de dingen moet doen die in de ogen van God belangrijk zijn. Het oordeel van mensen, de eer die mensen die je aan je geven, is niet interessant, het gaat om hoe God over je denkt. Zelfs hoe jij over jezelf denkt is niet interessant. Of je nu stiekem denkt, maar eigenlijk zou ik toch heel belangrijk moeten zijn. Of dat je heel slecht over jezelf denkt - als de mensen me echt zouden kennen, dan zouden ze ontdekken dat ik niks voorstel, dan zou ik door de mand vallen,  - ook dat doet er allemaal niet toe. Want het punt waar je je op richt is niet of de mensen je eer geven, maar je leeft en of je leven goed of minder goed is laat je over aan God. Zo moet je in het leven staan

Als Jezus ziet dat de mensen bij een maaltijd op de ereplaatsen gaan zitten en dan zegt hij tegen hen: stel je nu eens voor dat je niet hier bent maar op een bruiloft waar God de gastheer is, hoe zou je je dan gedragen? Stel je dat eens voor. Denk je dat je dan op een ereplaats terecht komt, door er gewoon op te gaan zitten? Door jezelf belangrijk te maken? Nee, als God de gastheer is dan kijkt hij naar wat de mensen werkelijk doen, niet naar de plek die ze voor zichzelf hebben uitgezocht. Je helpt de buurvrouw, die het allemaal niet meer zo goed weet. Daarmee kom je niet in de krant en je krijgt er geen lintje voor - en je zegt ik doe het voor mijn plezier - maar ondertussen doe je het maar. Of je verdiept je in dat vreemde leven van mensen in een arm gebied in India - waar mensen hout spronkelen en van twee euro per dag leven. Zodat je beseft dat je niet alleen op de wereld bent en door krijgt wat echt belangrijk is in de ogen van God, namelijk dat we het op deze aarde een beetje goed met elkaar uithouden. God kijkt naar wat de mensen werkelijk doen. 

Jezus staat zelf zo in het leven, een eervolle positie heeft hij niet gezocht en niet gekregen Het is niet zo dat Jezus de hele tijd zo erg nederig was, zo van ‘kijk niet naar mij, ik ben er niet, ik doe mijn dingen wel in stilte’. Maar door te zijn wie hij is, door de dingen van God te doen, door de wil van God te doen, krijgt hij uiteindelijk de laagst mogelijke positie: hij verliest zijn vrienden, hij verliest zijn leven in een oneervolle dood, bestemd voor slaven en oproerkraaiers.

En dan, als Jezus vernederend gestorven is, dan is er iemand die zegt: ‘vriend, kom toch hogerop’, jij krijgt bij mij een ereplaats in mijn hemel. Kijk, dat is het moeilijke en dat is de reden dat mensen zich vastklampen aan de waardering van mensen en van onderscheidingen en ereplaatsen. Geloof je werkelijk dat er iemand is die tegen Jezus en tegen ons zegt: vriend, vriendin, kom hogerop. Want een ereplaats op aarde is zichtbaar, tastbaar. En God is op het eerste gezicht een stuk minder zichtbaar en de opstanding is al helemaal niet zo tastbaar.

krukje in de hemelOm eerlijk te zijn kan het me niet zo veel schelen of ikzelf later ooit een ereplaats in de hemel krijg. Ik geloof niet dat ik het nodig heb dat God tegen me zegt en nu mag jij eens op een ereplaats zitten. Als ik in een goede bui ben kunnen die ereplaatsen me niets schelen, en ook in de hemel zou ik het niet erg vinden om ergens gewoon achteraf op een krukje te zitten. Maar ik zou het wel prettig vinden als God tegen me zou zeggen: jongen, dat heb je goed gedaan.

Ik denk dat ik u dat als boodschap wil meegeven: streef niet naar de ereplaatsen, in ieder geval niet op aarde. Leef voor het aangezicht van God: het is zijn feestje. Durf zo te leven dat God tegen je kan zeggen: meisje van mij, jongen, dat heb je goed gedaan.

Lucas 14::7-14 en 1 Korintiërs 4:1-13 Heerenveen 11 maart 2012