Genezing en verdwijning
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

Wat is de zin van mijn leven? Meestal schrik ik terug voor een vraag die zo groot is, maar vandaag heb ik het idee, dat je met grote woorden moet komen, omdat het verhaal anders aan je voorbij gaat. Soms moet je grote woorden in je mond nemen, ook omdat het evangelie, waarvan wij vandaag opnieuw een stukje van het begin gelezen hebben, ook zo meteen met van die grote zaken begint.

Daarom vandaag: die vraag op tafel: wat is de zin van uw en mijn leven?

De zin van uw leven is dat in uw leven de glorie van God te zien is. Dat u uw leven ervaart als van God, omdat het verbonden is met God, omdat zijn glorie in u woont.

genezing schoonmoeder Petrus Dat ervaart de schoonmoeder van Simon Petrus als zij genezen wordt. Zij heeft koorts, of je kan beter zeggen de koorts heeft haar in de greep, ze  is ziek, ze beweegt zich in de richting van de dood. Jezus komt naar haar toe en wat hij dan doet is niet minder dan een opwekking.  Hij wekt haar op, hij laat haar opstaan. En dan verliest de koorts de greep op haar. De koorts laat haar los.

Dat is de manier waarop God zijn glorie in ons leven laat zien. Hij doet ons opstaan, hij wekt ons op. De glorie van God is dat een mens genezen wordt. Christus pakt ons vast, zoals hij de hand van deze vrouw beetpakt. We worden gegrepen door Christus. Langzaam maar zeker komt Christus je leven binnen. Hij raakt je aan en je ontdekt: dat is genezend. Het  maakt je tot een geheeld mens. Die genezing geeft je kracht. Je kan en durft te staan als een geheeld mens, als een mens van Christus.

Als jij genezen bent, dan merk je dat er ook wat verdwijnt uit je leven, zoals de koorts verdwijnt uit het leven van de schoonmoeder van Simon Petrus. De koorts van de jacht naar geld en goud heeft jou niet meer in je greep, want het belang daarvan vermindert en je kan het beter hebben dat een ander ook wat heeft. De koorts van steeds op zoek gaan naar een nieuwe sensatie is verdwenen, want je bent niet leeg van binnen, je bent al vol. Koortsachtig de aandacht, de liefde en de goedkeuring van je ouders willen hebben, het hoeft niet meer, want je bent al goedgekeurd. Die koortsen hebben geen macht meer over je. ‘Gaat het weer een beetje’, wordt er aan je gevraagd: en je ontdekt: het gaat. En hoe.

 Als de schoonmoeder van Simon Petrus genezen is, dient ze. Dat is niet iets plats, als: ze ging vervolgens broodjes smeren. Het leven van een mens die door Christus is opgewekt bestaat er uit dat je Christus en zijn mensen dient. Zoals de engelen Christus dienen, zo dien jij. Zoals Christus zelf kwam om te dienen, zo dien je. Dat is ons leven als het is opgewekt en genezen: een dienst aan Christus en aan zijn mensen. 

Toch is er nog iets meer als we spreken over de zin van het leven, dan onze eigen genezing. Het gaat er namelijk niet alleen om dat de glorie van God zichtbaar wordt in jouw leven, maar ook in de levens van anderen. Niet alleen de schoonmoeder van Simon Petrus wordt genezen, niet alleen iemand uit de kring van de naaste discipelen. De genezing gaat verder. De glorie van God moet verder zichtbaar worden, ook in de levens van zovele anderen. En daarom geneest Jezus die dag iedereen die bij hem aan de deur komt. Want God heeft niet alleen jou op het oog.

Dan wordt het nacht. Ook de laatste mensen zijn weggegaan bij de deur van de woning waar Jezus verblijf houdt. De volgende dag breekt aan. De Sabbath is voorbij, het is weer een gewone werkdag. En dan is Jezus weg. Hij is er niet.

Het hoort bij de moeilijkste en ontnuchterendste ervaringen van het geloof, dat Jezus er ook niet is. Bij geloven hoort de ervaring van de nabijheid van God, de momenten dat je wist: het is goed. Momenten dat je ook voor je zelf een weg als christen en als gelovige zag. Dat je dacht: geloven is ook voor mij weggelegd, ook voor mij heeft het betekenis. Ik ervaar er de zin van mijn leven in. Het zijn ook de momenten dat je dacht, het lukt me, het lukt me om die andere mens te zijn die ik zo graag zou willen zijn.
En dan, dan is dat allemaal voorbij. Jezus is er niet, God is er niet. Het is weg. Waarom weet ik vaak niet. Een volgende dag, een tegenslag, een ontmoeting.
Eerst denk je: het ligt mij, ik doe iets fout, ik heb iets verkeerd gedaan. Ik moet iets doen, zodat hij terugkomt. Maar nee, hij is er niet. Ook al ga je op je kop staan, hij is er niet.
Je denkt, nou ja, dan maar zonder. Het leidt tot een zekere onverschilligheid bij je. Nou ja. Dan maar zonder. En het leidt ook nog tot meer. Het leidt: tot verdriet. Omdat je Hem mist. Omdat je hem zo graag bij je zou willen hebben. Onverschilligheid, het ophalen van je schouders is vaak maar de buitenste laag van een mens. Daaronder zit je verdriet en je woelen. Je denken: hoe moet het nu verder met mij. En de woede: dan zoek ik het alleen wel uit. Dan kunnen ze stikken, wat mij betreft.
Als God zijn eigen weg gaat, dan ga ik ook mijn eigen weg. Ergens de reactie van onze samenleving: wij begrijpen God niet, niet hoe hij werkt, niet zijn afwezigheid, nou dan gaan we onze eigen koers varen!

Jezus is er vaker niet. Het hoort bij Jezus dat hij steeds weg gaat. Dan onttrekt hij zich aan de mensen, ook aan de mensen die gewond en ziek zijn. Hij verlaat het huis waar hij zoveel genezing bracht en gaat naar de eenzaamheid om alleen met zijn Vader te zijn. Hij gaat bidden op een berg, weg van de aarde, weg van de mensen. Er zal ook een moment in zijn leven komen dat hij helemaal weg gaat, helemaal naar zijn Vader gaat, maar nu is er dit moment als een voorafschaduwing van wat komen gaat, dat hij er niet is. ‘Allen zoeken U’ komt Petrus hem vertellen. Maar Jezus heeft daar niet zoveel boodschap aan. Al die mensen die naar hem zoeken, hij trekt zich er weinig van aan. Hij is weggegaan uit het huis van Simon Petrus en zijn schoonmoeder, om daar niet meer terug te komen. ‘Laten we ergens anders naar toe, naar de dorpen in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan verkondigen’. En dat snap je wel, dat hij ook ergens anders heen gaat. Dat dat misschien ook wel beter is, maar je wil het niet. ‘Ik ga naar mijn Vader’ zal hij zeggen, de dag voor zijn dood, ‘Ik ga naar een plaats waar jullie niet kunnen komen’ en je snapt het wel, maar je wil het niet.

De zin van ons leven is dat in ons leven de glorie van God te zien is. Gods glorie vervult ons leven en wij worden daar onderdeel van.Wij ervaren ons leven anders: in het licht van God, aangeraakt door God, op de adem van God. Wat ons in zijn greep hield verdwijnt en je dankt God op je knieën dat het zo met jou heeft mogen komen.
En het gebeurt dat God ons verlaat. Dat Christus zijn tenten elders op slaat, dat het gevoel van zijn aanwezigheid verdwijnt.

Wat ik daarover tegen u wil zeggen is: houd dat uit. Houd die tijd in uw leven uit. Wees in die dagen trouw aan hem, vergeet hem niet. Dat God ons verlaat, dat Christus niet met ons is, dat wij zijn Geest niet voelen, stort ons nog niet in zinloosheid. Het werpt je terug op je zelf, dat zeker. Op je kracht, je uithoudingsvermogen, je echte vroomheid - los van de gloed van het moment. Maar misschien werpt het je nog veel meer op God: omdat je op hem hoopt, omdat je naar hem verlangt, je ziet uit naar zijn komst en je maakt alles, alles bij je klaar voor zijn terugkeer.

De zin van ons leven is dat in ons leven de glorie van God te zien is. En die momenten zijn er, ze keren ons leven naar God en vaak zijn het meer dan momenten. Maar misschien nog wel de grootste glorie van God is dat wij het uithouden om zijn mensen te zijn. Om ons niet mee te laten slepen in verdriet en gemis. Om het leven dat door hem is aangeraakt te bewaren en vrucht te laten dragen. En als goede en betrouwbare dienaren (Mattheus 25:21) te wachten op zijn thuiskomst.

Marcus 1:29-39 Heerenveen 8 februari 2009