Leiderschap
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

We zitten in het zevende jaar van de economische crisis. Men zegt dat het wat beter gaat, maar dat is niet besteed aan mijn vriend die begin dit jaar ontslagen werd. Hij werkte als grafisch vormgever bij een krant. Twee ontslagrondes had hij overleefd, maar nu moest echt zowat iedereen weg. Het zal niet makkelijk voor hem zijn om werk te vinden. Hij is 51 jaar en dit is wat hij heel zijn werkzame leven gedaan heeft. Overigens ongelukkig is hij niet: zijn vrouw heeft werk, hij heeft twee lieve dochters en omdat hij het aan zag komen is hij al een tijdje geleden begonnen aan een andere opleiding. Een geslagen vent is hij niet. Maar wel iemand die hard geraakt is door de ontwikkelingen in  de grafische sector en de crisis.

Je wordt hard geraakt. Ja, een mens wordt in zijn leven hard geraakt. Een baan die verdwijnt. Jozef en Maria worden geraakt doordat ze door  keizer Augustus op weg gestuurd worden. De keizer wil weten hoeveel mensen er in IsraŽl wonen en Jozef en Maria, ze gaan op weg.  Ze moeten, ze hebben geen keus. Zo zit hun wereld in elkaar en dus gaan ze.

In die wereld die geregeerd wordt door een logica van ontslagronde na ontslagronde, in een wereld van een keizer met zijn wensen, in die wereld komt er goed nieuws. In die wereld doet God zijn ding, schrijft hij zijn eigen geschiedenis en neemt hij onze levens mee op zijn weg.

En daarmee laat hij iets heel wezenlijks van ons leven zien: er is een stem, er is een verhaal, er is een gebeurtenis die verder wil en anders wil dan een wereld van bevel, van ontslag, van ziekte, van onverzettelijkheid en onbarmhartigheid. Er is een kracht die ons leven anders maakt en waar je je op af kan stemmen. Een visioen dat ons leven laat oplichten, omdat er licht op valt.

‘Een herder kijkt verder’ heet de musical die de kinderen opvoerden. Een herder moet het overzicht over zijn kudde houden. Moet weten waar hij naar toe gaat, waar in het droge seizoen nog water en gras te vinden is. In het managementjargon van onze dagen noem je een herder een leider. Ik weet niet of u tot de gelukkigen behoort die ooit een leiderschapstraining hebben moeten ondergaan, maar daar wordt je geleerd om leiding te geven. Het interessante is dat er een ontwikkeling in die trainingen zit. Vroeger werd je daar geleerd hoe je mensen aanstuurde. Hoe de productie efficiŽnter kon, hoe mensen minder tijd verlummelde. Je moest mensen aan het werk zetten zodat ze hard en efficiŽnt werkten. Een jaar of 25 geleden kwam daar een omslag in, want hard en efficiŽnt werken gaat op voor een fabriek of een kantoor waar altijd hetzelfde gedaan wordt. Maar niet voor mensen die omgaan met klanten, die zelf zaken moeten verzinnen. Veel belangrijker werd dat mensen gemotiveerd werden. ‘Je moet je mensen enthousiast maken, je moet ze een verhaal vertellen, het verhaal van jouw bedrijf, Japan was het grote voorbeeld, waar werknemers zo ontzettend van hun bedrijf zouden houden. Je moet mensen een perspectief bieden, een stip op de horizon zetten, motiveren. Het was de tijd van de bedrijfstrainingen van Emiel Ratelband, , we gaan ervoor, Tsjakka. Maar de laatste tien jaar merkt ook het hoogste management: werknemers worden niet zomaar enthousiast over hun bedrijf. Motiveren van zet hem op is niet genoeg. Een bedrijf dat zichtbaar heel veel vervuilt, daar roepen werknemers niet ‘Tsjakka’ voor, daar schamen ze zich een beetje voor. Het bedrijf zelf, de producten zelf moeten reden geven tot enthousiasme geven. Omdat het werk zelf goed en mooi is. Omdat je het idee krijgt met je werk bij te dragen aan een betere wereld. En dat is ťťn van de redenen waarom steeds meer bedrijven  aandacht geven aan milieumaatregelen, aan eerlijke handel, aan een betere wereld. Het is niet alleen omdat de consumenten dat zouden vragen, het is vooral ook: een organisatie werkt veel plezieriger als je aan iets goeds werkt. En dan komt er zoveel meer uit: meer creativiteit, meer productiviteit, meer service.

Jezus wordt vanaf zijn geboorte in verband gebracht met een grote leider van IsraŽl, koning David. Er zijn allerlei hinten in het verhaal over zijn geboorte die daar op wijzen. Over de vader van Jezus, Jozef wordt gezegd dat hij een afstammeling was van David. Jozef en Maria gaan naar Bethlehem, de stad waar David vandaan komt. En al die toespelingen roepen de sfeer op van: ha, een nieuwe leider, oude tijden gaan herleven, het wordt weer mooi zoals vroeger, als in de tijd van koning David. En dat is niet helemaal onzin, maar het zit toch anders. Een leider als David, ja. Maar niet zozeer als David de koning, de man die de Filistijnen verslaat, die Jeruzalem verovert.. maar veel meer als de herder die David ooit was.

Jezus lijkt op David, de herder. De jonge David die zorgde voor zijn schapen, dat ze allemaal goed te eten kregen, dat de grote de kleine niet verdrongen. De jongen die zijn schapen beschermde tegen wolven en beren, die er voor zorgde dat zijn schapen niet afdwaalden. Door Jezus juist met de herder David te verbinden zit er kritiek in het verhaal. Zelfkritiek. Die David was een mooie kerel en ik begrijp dat veel mensen naar hem terugverlangen. Maar als Jezus een soort nieuwe David is, dan die herderskant van David. En die andere kant van een vorst en een paleismeneer, die kant niet.

De afgelopen week heeft de Paus een rede voor zijn kardinalen gehouden. Die redevoering ging precies over leiding geven. En dat ging me toch met een hoop kritiek gepaard. ‘Er wordt niet samengewerkt, er is geen teamspirit’ ‘Sommige kardinalen zijn alleen uit op macht’ ‘Spiritueel is het versteend’ ‘Roddel en verhardheid regeert’. U hoort het, Luther was een kleine jongen, als je zo de Paus hoort. Maar ook hier: als we inderdaad een kerk willen zijn die verder wil kijken, dan gaat dat niet zonder zelfkritiek. Dan zullen we als christenen naar onszelf moeten willen kijken, maar ook als gemeente hier in de Lichtkring, maar ook wij als ieder mens afzonderlijk. Wil je verder komen, dan moet je die kritische stem, in jezelf, in je organisatie toelaten en er naar luisteren.

De herders komen niet vanzelf in beweging. Er is een stem voor nodig. Een stem die ook aan de herders leiding geeft en hen de weg wijst. Uit de hemel klinkt de stem van God in de gestalte van een engel die de herders vertelt: ‘ik werk in deze wereld, ga er naar op zoek, herken het’. Er is een nieuwe herder geboren. Een herder, ja, nee niet een koning, een herder die nu al zo solidair met zijn dieren is dat hij in een voederbak ligt. Zo werk ik. En ik weet niet of de herders wel in beweging waren gekomen als ze alleen maar die opdracht hadden gekregen, maar ze zien een onafzienbare hoeveelheid engelen afdalen uit de hemel naar de aarde. Ze zien dat de hemel echt naar de aarde komt. Natuurlijk, als een visioen, als een eenmalig vergezicht, maar ze zien het. De herders zien verder. Ze horen het, ze zien het. En daarmee kunnen ze op weg.

Niet altijd kan je zomaar op weg. Je hoort iets, je ziet iets. Je weet, dit is belangrijk, maar ik kan er nog niet zoveel mee doen. Aan het einde van het Kerstevangelie staat: Maria bewaarde alles wat de herders zeiden in haar hart. Dat is belangrijk: je hoort iets, ziet iets waarvan je intuÔtief weet dat het belangrijk is. Een opmerking van iemand. Iets wat je kind zegt. Je kan er nog iets mee. Geeft niets. Leg het niet weg. Vergeet het niet. Bewaar het. Bewaar het in je hart. Ook daar kan iets groeien. Amen.

Lukas 2:1-20 Eerste Kerstdag 2014 Hoofddorp