Over hoop
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
In de Kerstnachtdienst 2011, een week na het overlijden van Vaclav Havel las ik onderstaande tekst van hem.

De hoop waar ik vaak aan denk
-    speciaal in situaties die bijzonder hopeloos zijn
zoals de gevangenis, -
de hoop waar ik vaak aan denk is een geestesgesteldheid
niet een gesteldheid van de wereld.Vaclav Havel

Hoop dragen we binnen in ons.
Het is een kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen
of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat,
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.

Hoe ongunstiger de situatie is
waarin we hoop laten zien,
des te dieper is de hoop.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme.
Evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
ongeacht de afloop,
of het resultaat.

De diepste en belangrijkste vorm van hoop
is de hoop die we als het ware van ‘elders’ krijgen.

Vaclav Havel

Schriftlezing: Romeinen 8:22-26

Preek

Als het goed met je gaat, denk je niet zo na over je leven. Je hebt alle rust en tijd om uitgebreid te filosoferen, maar je bent bezig met andere zaken. Hele nuttige zaken, leuke zaken.

Maar in de tijd dat het niet goed gaat, dan komen de vragen naar voren. Ze krijgen een dringendheid, waar je niet meer om heen kunt. Alsof je niet kunt leven zonder de vragen beantwoord te hebben. Grote vragen als ‘waar leef ik eigenlijk voor’, ‘waar zie ik naar uit’, wijzen onderweg‘bestaat God?’ Het is alsof er een onrust in je broeit, een emotie in je op en neer gaat, die vraagt, die eist dat je een bodem in je hart legt door goede antwoorden.

De wijzen uit het oosten zijn mannen die hun hele leven bezig zijn met het zoeken naar de betekenis van de dingen. Ze speuren de hemel af. Ze volgen het ritme van de grote sterren en de sterrenstelsels die langs de nachtelijke hemel trekken. En opeens zien ze een nieuwe ster. Ze zien hem, ze duiden zijn betekenis: een nieuwe koning van de joden is geboren. En ze gaan op weg naar Jeruzalem, naar de grote en imposante stad, een stad met wallen, poorten, een tempel en een paleis waar koning Herodes hof houdt.

Vaclav Havel was in de jaren zestig een rijzende ster onder de schrijvers en intellectuelen van Tsjecho-Sowakije. Maar na de Russische invasie van 1968 wordt alles anders. Hij wordt gedwongen om in een brouwerij te gaan werken. In 1977 ondertekent hij het manifest Charta, waarin hij, samen met een aantal andere Tsjechische intellectuelen vroeg om democratische veranderingen. Havel werd opgepakt en bracht vijf jaar in de gevangenis door.

Een paar jaar na zijn gevangenschap formuleert hij de zinnen, die we lazen en die een soort rekenschap zijn over hoe hij na zijn gevangenschap in het leven staat. Je hoort er in hoe hij het uithield in de gevangenis en hoe hij het nog steeds uithoudt in een situatie waarin op dat moment niemand kon zien dat het communisme snel zou verdwijnen.

Havel, de gevierde toneelschrijver, lieveling van de culturele kringen van Praag zegt: hoop heeft niet te maken met de successen die je hebt en dat je dan hoopt op nog meer succes. Hoop is ook niet de inschattingen die je maakt of iets goed af zal lopen. Hoop heeft te maken met wat je niet direct ziet, maar je hebt het wel voor ogen. Je hebt eerlijkheid voor ogen, je hebt een manier van leven voor ogen die bepaald wordt door waarheid en recht. Als je om je heen kijkt zie je die niet, maar je houdt het wel voor ogen en het leeft in je ziel. Je ziet het, ook al zie je het niet in de gevangenis en niet in je land.

Gevangen zitten is vernederend. Je word bekeken bij alles wat je doet, ook de intiemste dingen. Je hebt je leven weinig in eigen hand. Het licht gaat aan, het licht gaat uit. Je krijgt eten, je wordt gekleineerd door bewakers.

Ook gewone tegenslag in je leven is vernederend. Onder ogen zien dat je anders en opnieuw moet beginnen. Dat je juist de dingen moet gaan doen, die je bewust uit de weg ging. ‘Ja, dat is nou eenmaal niks voor mij’. Misschien moet je wel getroost worden. Je moet het toelaten dat iemand een arm om je heen slaat, dat jij niet de grote sterke vent bent, die je denkt te zijn.

De wijzen vinden wat ze zoeken niet in Jeruzalem. In het paleis van Herodes worden ze doorverwezen naar een klein en onooglijk stadje,aanbidding wijzen Bethlehem. Het loopt anders dan ze zich ooit hadden voorgesteld. En als ze dan op weg gaan naar Bethlehem, zien ze opnieuw de ster die thuis aan hen verschenen was. De ster leidde hen al weg uit hun eigen land, maar nu is de ster hun gids, in deze nieuwe, vreemde, omgekeerde wereld. Hij gaat voor hen uit en leidt hen naar de plaats in Bethlehem waar Jezus geboren is. Daar blijft de ster stil staan: als om te zeggen: hier is het, bestemming bereikt. En er komt een grote en diepe vreugde over de wijzen, omdat ze eindelijk gevonden hebben wat ze hun leven lang zochten.

‘Hoop’ zegt Havel, ‘is een kwaliteit van de ziel’. Het hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.  ‘We krijgen het als het ware ergens anders vandaan’, zegt hij. Hoop is een cadeau dat je krijgt, het is een geschenk en alles wat je hoeft te doen is het aannemen. Hoop is leren zien op die dingen die werkelijk belangrijk zijn: recht in de samenleving, liefde, barmhartigheid, grootsheid, gulheid, standvastigheid. Al de zaken waar Jezus in zijn leven over zal spreken en die hij zal doen. Het uitzien daarnaar, het werken aan daaraan, dat vormt de grondslag van je leven. Het is de harde bodem, waarop je stevig kunt staan. Het is de hand van God.

En je bent niet de enige. Dat denk je, in je verdriet en je eenzaamheid. Maar dit is waar de hele wereld naar uit ziet. Dit is de hoop die in alle mensenharten leeft. Dat kamertje is misschien weggestopt, zit op slot met grote sloten, maar het kan opengaan. Het zit niet alleen in uw hart, het zit in heel deze wereld, in deze hele schepping. Het zuchten en het lijden in je leven, moet je niet zien als iets dat de zinloosheid van ons bestaan onderstreept en ons vertwijfeld doet vragen: ‘waar is God, nou’. Nee, het is net als wanneer een kind geboren wordt. Dat kost pijn en moeite en dat gaat met zuchten en geschreeuw gepaard, maar het loopt uit op een nieuw kind in je armen, op een nieuwe schepping, op het waar worden van al je hoop. 

Romeinen 8:22-26 Heerenveen 24 december 2011

De tekst is gebaseerd op deze Engelse vertaling en is gecombineerd met een bestaande Nederlandse vertaling.