de levensstroom van Naäman
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
oude vrouw met baby
Er zijn van die reclames die aan volwassen mensen een huidje, zo zacht als baby’s,  beloven. De huid van een klein kind heeft iets zachts en soepels, het ruikt lekker. De huid van oudere mensen is grover, heeft rimpels. De zon heeft er op gebrand, weer en wind van een heel leven is erover heen gegaan. Zorgen kunnen een mens oud maken, rimpels laten verschijnen in het gezicht bijna van de ene op de andere dag.

Generaal Naaman heeft een huidziekte. Het is niet helemaal duidelijk welke huidziekte, maar het is een nare ziekte, die een mens ook nog eens in een isolement plaatsen, want mensen met een huidziekte werden afgezonderd, uit angst voor besmetting.
Als elke ziekte tast een huidziekte ook het gevoel over jezelf aan: wie ben ik, met deze ziekte, kan ik nog wel van mezelf houden, kan een ander nog wel van me houden. Kan ik de macht nog wel houden, één maand in het ziekenhuis en de wereld van de macht draait ook wel door zonder jou. Onrein wordt in Israel een mens genoemd die een huidziekte heeft. Onrein betekent: je staat niet aan de kant van het leven, maar aan de kant van de dood. Naaman staat niet aan de kant van de dood, doordat hij zo ziek is. Maar misschien stond hij ook al aan de kant van de dood toen hij nog een gezonde generaal was en militaire campagnes voerde, toen hij deelde in de oorlogsbuit en aandeel had in de macht van zijn koning.

Zo gaat Naaman eerst naar de koning van Israel. De koning, dat is het nivo waarop hij leeft en denkt: van koning tot koning, van generaal tot generaal. Maar daar moet hij niet zijn. Naäman in de Jordaan
De tocht van Naaman blijkt heel anders uit te pakken dan hij verwacht had. Met goud en zilver is hij naar Israel gekomen, met prachtige pronkgewaden om het lichaam te verhullen. Want veel geld garandeert een goede toegang tot medische voorzieningen. Maar in plaats van een bijzondere handeling brengt zijn zoektocht naar genezing en redding van zijn leven hem in de wereld van de God van Israël. Hij raakt betrokken bij een wereld en een leven waar hij niet naar op zoek was maar die wel genezend voor hem werken.

Een man vertelt: 12 jaar was ik leraar op een basisschool geweest. Ik kan het moment me nog herinneren: het was op donderdagmiddag na schooltijd en ik ging net twee jongens bestraffen die tot bloedens toe met elkaar gevochten hadden. “Ik dacht: wat doe ik hier, wat is dit, een beetje hier voor kinderoppas spelen” De jongens hadden straf verwacht en dat hadden ze verdiend, maar ik heb ze zomaar weggestuurd. Twee weken later zat ik overspannen thuis. Achteraf zeg ik: dat is het beste dat me is overkomen. Toen ik terug op school kon komen, ben ik gestopt met de schoolmusical, met de Medezeggenschapsraad en ik ben verder gaan studeren. Een opleiding voor Remedial Teaching, wat was dat heerlijk om weer te studeren, wat heb ik de boeken opgevreten en wat een mooi vak heb ik daarmee gevonden, wat is mijn leven daar beter van geworden.

Als Naaman bij Elisa komt dan heeft Elisa iets van de botheid van een arts die je niet eens aankijkt. “Wat is uw naam, kleed u zich maar uit, gaat u daar mee staan” Elisa wil hem niet eens persoonlijk ontmoeten, hij laat hem voelen hoe onrein hij is en stuurt een dienaar met een boodschap: ga u baden in de Jordaan.

Dat leidt bij Naaman tot een crisis die precies de kern van het verhaal is. “Ik kan me toch ook wel baden in de rivieren van Damascus, die zijn heel wat mooier en groter dan de rivier de Jordaan". En daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Natuurlijk zijn de rivieren in Damascus dieper en groter, zoals alles in Damascus groter en mooier is. Maar de Jordaan is nu eenmaal de toegangsrivier tot Israel. Als Naaman zich baadt in het water van de Jordaan, is er voor hem ook toegang. Toegang tot het land Israel, toegang tot de God van Israel, toegang tot dat andere leven en de genezing die bij deze God horen.
Naäman in de Jordaan
Wat is er dan gebeurd daar in de Jordaan.. In de rivier is hij afgedaald.  Hij heeft het water om zich heen voelen stromen., over zijn hoofd, over zijn huid. Hij heeft niet alleen het water over zijn lichaam voelen stromen. Hij heeft ook de onderstroom van deze rivier gevoeld. Dat deze rivier toegang geeft tot het land van God. Dat dit water het land van het leven ontsluit, het land van het echte leven, het leven met God. Het land van Gods schoonheid, het land van Gods gerechtigheid voor alle mensen, van zijn vrede, zijn nabijheid, zijn koninkrijk. Na’aman kwam om van zijn huidziekte af te komen. Maar de genezing krijgt hij omdat hij de levensstroom van God ontmoet, die hem niet alleen geneest maar hem ook meeneemt naar een leven met God. Hij ontmoet een levensstroom die hem ook echt verandert, veel verder dan het genezen van zijn huidziekte alleen. In de diepte is veel meer van hem afgenomen veel meer van hem gestorven. Zoals in de doop het oude leven van een mens samen met Christus sterft. Als Na’aman uit het water komt staat hij anders in het leven:  niet meer pocht hij op de grootheid van de rivieren van Damascus, maar hij wil de grond meenemen van Gods land van belofte. Want hij heeft het land van Gods leven ontdekt.

Werd de wereld in zeven dagen geschapen, Naaman wordt herschapen door zeven keer kopje onder te gaan. Als een nieuw schepsel komt hij te voorschijn uit het water: met de huid van een kleine jongen, als een rein mens, als een mens die aan de kant van het leven staat.

Tien leprozen bij Jezus Van de tien melaatsen die genezen worden, keert er één terug naar Jezus. De andere negen doen op zich niets verkeerds. Ze doen precies wat voorgeschreven is: ze laten zich zien aan de priesters en laten zich door hen rein verklaren, zodat ze weer onder de mensen mogen komen en weer bij God kunnen komen. Maar er is er één die werkelijk in de gaten heeft wat er hier gebeurt. Zijn genezing is niet alleen maar incident, waarna het leven gewoon door gaat, maar het openbaart voor hem de actuele, reddende kracht van God die hij hier bij Jezus ontdekt heeft. Een man die zegt: daar bij Jezus heb ik de bron van leven ontdekt. Daar ben ik niet alleen genezen, daar is voor mij de levensstroom van God opengegaan, waarmee ik voortaan verbonden wil zijn.

Dat is waar het ook om gaat, niet alleen om de genezing: Naaman erkent waar zijn genezing vandaan komt: van de God van Israel. Hij wil het waar hebben en het weten en er zijn dankbaarheid voor betonen. Die 9 mannen doen het niet, maar die ene melaatse man doet het wel. Kan je inzien hoe bijzonder die wending in je leven is. “Ach ja, dat is mijn midlifecrisis”. Nee, kan je zien hoe je herstelde van je doodsheid, van je eindeloos jagen op carriere en alles tegelijk, hoe je het belangrijkst in je leven op je spoor kwam, hoe God in je leven kwam. Dat is levenreddend, dat is kostbaar. Dat is van God. Durf je dat ook te erkennen.

Jezus is de mens van Gods levensstroom. Hij is de mens, die de levensgevende kracht van God, gestalte geeft. Hij is de mens die zelf in de diepte van die levensstroom is ingegaan. Hij is de mens die weet wat het is om ziek te zijn. Een man van smarten en vertrouwd met ziekte. Een mens die in de dood gegaan is, afgesneden van het land der levenden. Een mens die in de diepte Gods levensstroom ervaren heeft. De belichaming daarvan geworden is, de opgestane Heer. Sinds zijn gang door water en dood kunnen wij met hem mee. Amen

2 Koningen 5 en Lukas 17:11-19, Heerenveen oktober 2004
Elisa wijst mantel af

Ik kan het niet verwerken in mijn preek, maar ik vind het zo aardig. Naaman neemt ook 10 bovenkleren mee. Elisa neemt die niet maar verwijst Naaman naar de Jordaan om zich te baden. Daar gaan de bovenkleren dus uit en krijgt hij een herboren huid. Gehazi vraagt om de bovenkleren en krijgt met de bovenkleren ook de melaatsheid. Elisa krijgt de mantel van Elia, Gehazi de mantel van Naaman