Liefde is alles
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

De vroegchristelijke gemeente in Korinthe is een kleine groep in een zeer multi-religieuze samenleving, met tempels voor allerlei goden. De gemeente is ook zelf uit heel veel verschillende mensen samengesteld: joden, heidenen, rijkeren, armeren, mannen, vrouwen, mensen uit allerlei windstreken. En dan moet je het opbrengen om een geloof dat heel anders is dan de rest van je omgeving te hebben en te behouden en je moet ook er voor zorgen dat er onderling niet te veel conflicten zijn. Want een club met ruzie overleeft niet lang.

tempelMaar er zijn wel een heleboel conflicten. En één van die conflicten gaat over offervlees. Hoe het conflict precies in elkaar zit is niet 100% duidelijk, maar je kan je het volgende voorstellen. In de tempels van Korinthe brengen mensen allerlei dieren als offer aan de goden. Het offer wordt gebracht en dan, dan blijft het lichaam van het dier over. En de vraag is wat moet daar mee gebeuren. Nou ja, dat gooi je niet zomaar weg. Dat wordt verkocht op de markt of het vlees wordt opgegeten op maaltijden.

En nu is de vraag in de gemeente of je als christen dat offervlees mag eten. Het is vlees dat tijdens een heidens ritueel geslacht is, is dat niet bezoedeld vlees, kom je dan niet veel te dicht bij het heidendom. Is dat geen afgodenvlees?

Nu vraagt u zich af: waarom lezen we dit en bespreken we dit. Ik kom naar de kerk en nu wordt er een probleem behandeld dat al zeker 1600 jaar niet meer actueel is. Het had toch ook over het CDA-congres kunnen gaan of over de hypotheekrenteaftrek, over hoe ik mijn kinderen op moet voeden of over milieuvervuiling, de Euro, de pensioenen of desnoods de nieuwe kerk. Kortste antwoord: niet het probleem van het offervlees zelf is interessant, maar het antwoord van Paulus. En dat antwoord is zo mooi en leerzaam - dat is echt mooier dan wanneer ik u iets vertel over een actueel probleem. Daarom is het goed om in dat oude conflict te duiken. Zijn antwoord heeft onze kerk gevormd en bepaald en kan ook nu ons geloof vormen.

Dus daarom duiken we in dat conflict over offervlees. Mag je dat eten? Jawel, jawel, natuurlijk eet ik dat, zeggen sommigen. Wij weten dat er geen andere God is dan God die hemel en aarde geschapen heeft en die de vader is van Jezus. Al die andere goden bestaan niet. Dus hoe kan vlees dan ooit verkeerd vlees zijn. Een afgod bestaat helemaal niet, dus afgodenvlees bestaat ook niet. Dat vlees kunnen we gewoon eten. Wij weten en dus kunnen we eten.

En daartegenover staan mensen die zoiets hebben van: dat offervlees daar moet je ver weg van blijven. Dat is eng, dat is in de macht van andere goden.

drumsDe discussie doet me denken aan discussies over muziekinstrumenten in zuidelijk Afrika. Lange tijd werden er daar geen drums gebruikt in de kerkdiensten. Want de drums waren verbonden met de voorvaderlijke godsdienst: in elke drum, zo geloofde men toen, schuilt een geest of een godheid en het bespelen van de drums en het in trance raken door ritme en klank was een onderdeel van niet-christelijke ceremoniën. Die drums mochten dus niet in de christelijke eredienst gebruikt worden. Want dan was het net alsof er niets verander was. Voor je het wist werd de kerkdienst een heidense ceremonie. Pas een paar generaties kwamen er mensen - vaak mensen uit de stad met een beetje opleiding - die zeiden. Wat zou het eigenlijk mooi zijn als we ook gingen drummen in onze diensten. Dat hoort toch bij ons en buiten de kerk doen we het ook en een beetje bewegen en een beetje opgewonden raken, wat is daar tegen. Dat is juist mooi, dat hoort bij ons. Maar dat is twee generaties verder, dan is het allang vergeten dat er ooit werd geloofd dat de drum iets te maken had met geesten en goden.

Paulus geeft de mensen die zeggen dat je makkelijk van dat offervlees van tempels kan eten 100% gelijk. Jullie hebben helemaal gelijk. Hij gaat niet in debat met hen, hij tovert geen spitsvondigheden uit zijn tas, hij geeft hen gewoon helemaal gelijk. Ja, als je zo redeneert als jullie: er bestaan geen afgoden, dus al het vlees is geoorloofd, ja dan heb je volkomen gelijk. En hij vleit: jullie zijn eigenlijk een stuk slimmer en verder in het geloof - en dat zullen deze mensen ook wel van zichzelf gevonden hebben. Wij hebben kennis, wij zijn een stuk verlichter dan die anderen in de christelijke gemeente die eigenlijk nog zo heel dommig bang is voor afgoden.

Maar zegt Paulus, dan heb je wel je gelijk gehaald, maar wat heb je daar mee gewonnen? Wat gebeurt er als jullie doorzetten wat je van plan bent en doorgaan met offervlees te eten. Je brengt andere mensen in grote verwarring. Want kijk maar om je heen: er zijn veel mensen voor wie het helemaal niet neutraal is om dit offervlees te eten en dan zien ze jullie eten - en jullie zijn toch de mensen tegen wie ze opkijken - en dan raken ze in verwarring. O, het maakt blijkbaar niet uit, o, dan ga ik het ook eten, en dan zitten ze aan tafel en dan denken, o, dit is toch wel heel bijzonder vlees, o, dit is toch wel een heel bijzondere afgod. En voor je het weet zijn ze zo de christelijke gemeente uit en zitten ze weer in de tempel volop voor hun afgoden te offeren. Dat, zegt Paulus, moeten jullie zien te voorkomen! Doe het niet terwille van je zwakke broeders.

Paulus doet me wat denken aan de vader in gesprek met zijn zoon: je moet je kleine zusje niet slaan. ‘Ja, maar ze sloeg mij’. 'Dat kan wel zijn, maar jij bent een grote jongen van zes jaar. En grote jongens van zes jaar slaan hun kleine zusje niet’. En zo'n jongetje staat dan te stralen. Paulus roept zijn mensen op te zijn als die man die bij een drukke weg van zijn fiets afstapt, uitgebreid wacht tot er echt geen auto aankomt en dan pas oversteekt - ook al had hij allang makkelijk voor een auto kunnen glippen. Omdat hij ziet dat er naast hem een jongetje op de fiets ook moet oversteken.

Maar Paulus zegt meer. Hij zegt ook: die kennis van jullie is mooi, maar belangrijker is de liefde. En dan hoor je hier in de brief eigenlijk precies hetzelfde wat hij straks in het bekende gedeelte uit 1 Korintiërs 13 gaat zeggen, waar hij een loflied op de liefde zingt. ‘Al had ik alle kennis, al  sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen, had ik de liefde niet, ik zou leeg zijn, niet meer zijn dan een dreunende gong.’ Het gaat om liefde. Kennis gaat verloren. Alles wat we nu denken te weten over God dat is mooi, maar uiteindelijk is het toch anders, wat wel belangrijk is geloof, is hoop en bovenal liefde. Dat zijn de echte, eeuwige zaken. Dus wat je moet doen beste mensen is niet betere en slimmere redeneringen opbouwen, maar je moet het grootste zijn in je liefde. In de liefde voor mensen en in de liefde voor God.

En dan zijn we via dat voor ons wat verwegge offervlees terechtgekomen bij de kern van wat Paulus wil zeggen en van wat het evangelie ons wil zeggen. Dat alles draait om liefde. Niet om gelijk hebben. Alles draait er om dat niet alleen jij je op de goede weg bevindt, maar ook de mens naast je. En bovendien: misschien vergis jij je wel in jezelf. Want je kan heel stoer zeggen: dat offervlees stelt niks voor, dat is allemaal bijgelovige onzin, maar ben je werkelijk wel zo sterkt als je denkt te zijn?

Tot sommige dingen is het beter afstand te bewaren. ‘Ga niet in de kring van de spotters zitten’ zegt de eerste psalm. En je kan redeneren, nou ja, wat maakt dat nou uit, ik ken mezelf, ik zelf zal nooit een spotter zijn, ik heb mezelf in de hand. Nou vergeet het maar, als je daar eenmaal zit lach je mee en doe je mee. Zo gaat dat.

Paulus is niet tegen kennis, Paulus is niet anti-intellectueel, integendeel. Hij is één van de grootste intellecuelen van zijn tijd, doorkneed in filosofie en kennis van de bijbel. Maar juist omdat hij zo'n grote intellectueel is kent hij de grenzen van het weten. En meer nog: hij weet dat de liefde belangrijker is. Veel belangrijker. Dat dat het kernwoord is van Jezus

Korinthe. Een kleine club van heel verschillende mensen in een multi-religieuze wereld. Ze blijven bij elkaar doordat ze dat kernwoord van Jezus spellen en doen onder elkaar. Dat geeft hen leven. Dat geeft ons leven. Amen.

1 Korinthiërs 8  Heerenveen 21 januari 2012