De plagen van Egypte
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Het was niet een echtscheiding, maar een vechtscheiding. Ik heb er met verbazing en ook wel afschuw naar zitten kijken. Hij had haar bedrogen en flink ook. Maar nu. Bemiddeling? Verzoening? Ze wilde er niet van weten! Nee, ze nam een goede advocaat die het onderste uit de kan los kreeg. Er kwam een omgangsregeling voor de kinderen, die ze vanaf de eerste dag saboteerde. En toen ze eindelijk gedwongen werd de kinderen naar hun vader te laten gaan, waren ze veertien en vijftien jaar oud en was er niemand in de wereld die hen nog kon dwingen naar de man te gaan die ze al jaren niet gezien hadden. Ik had medelijden met de man, ik vond het gedrag van de vrouw gemeen en buiten proportie, maar ik stond er ook naar te kijken alsof het een soort noodlotsdrama was: zo gaat dat, deze krachten worden er ontketend. En dan is niemand of niets in staat om de geest weer in de fles te krijgen.

Met een zelfde soort verbijstering kijk ik dezer dagen naar hoe het misbruikschandaal in de Katholieke kerk explodeert. Er is de terechte verontwaardiging van slachtoffers. Er is een katholieke kerk die soms daders hun gang heeft laten gaan en zaken heeft toegedekt. Een kerk die ook nu nog ontzettend veel moeite heeft de juiste woorden te vinden en de juiste gebaren te maken. En er zijn veel commentatoren die het eigenlijk wel prachtig vinden: want ze waren altijd al tegen de katholieke kerk en tegen het christendom, en kijk nu eens. Ze geloofden toch al nooit in moraal, zuiverheid en kuisheid en wat prachtig dat een kerk die toch staat voor moreel gezag, zo op zijn gezicht gaat. Een schot voor open doel voor iedereen die toch al een hekel aan het christendom had.

Misschien komt het omdat ik predikant ben en zelf ook diep met een kerkelijk instituut verbonden ben. Maar ik heb best medelijden met de Katholieke kerk, die zoveel over haar heen krijgt. En aan de andere kant denk ik: als mensen vriendelijk of respectvol waren blijven spreken tegen de Katholieke kerk dan was er nooit wat gebeurd. Alleen doordat er zo veel ophef over gemaakt is en de Katholieke kerk er zo ontzettend veel schade door ondervindt gebeurt er wat. Alleen zulke verwoestende mokerslagen als de Katholieke kerk nu krijgt, leiden tot verandering.

Zo is het ook met de farao van Egypte. Niets kan hem ertoe bewegen om het volk Israël te laten gaan. Hij wil hen bij zich houden, slavenarbeid laten verrichten, onderdrukken, vermoorden en laten opgaan in het Egyptische volk. Negen plagen zijn niet genoeg om hem van gedachte te laten veranderen: het water van de Nijl is ondrinkbaar geworden, er zijn plagen geweest van kikkers, muggen, steekvliegen, sprinkhanen, veepest, misoogst en duisternis en nog steeds volhardt de farao. Nog steeds vermoordt hij alle jongens van het volk Israël. Nog steeds wil hij niet erkennen dat God God is.

En dan kondigt God aan dat hij de eerstgeborenen van de Egyptenaren zal doden. En dat vind ik eerlijk gezegd vreselijk. Je moet er niet aan denken

Dat roept ook vragen op. Hoe kan God zoiets vreselijks doen.

In de eerste plaats: die farao stopt pas als het hem onmogelijk wordt gemaakt om verder te gaan. De combinatie van kwaad en macht is soms zo groot dat dat alleen ophoudt als het gestopt wordt.

In de tweede plaats: het is niet Mozes of iemand van het volk Israël die de eerstgeborenen doodt. Er komt geen opdracht: nu moeten jullie gaan moorden. Want daar is geen rechtvaardiging voor. Het wordt overgelaten aan God. Is het dan niet erg dat God die mensen doodt. Ja, dat is ontzettend erg.

Je moet niet gaan doen, alsof dit ergens een goede zaak is. Alsof het ergens rechtvaardig zou zijn. Het is en blijft een vreselijke zaak. En tegelijkertijd moet je constateren dat zonder dit vreselijke, de farao gewoon doorgegaan was met moorden.

Om nog eens terug te komen op het misbruikschandaal, ook al staat dat in geen verhouding en is dat van een heel andere proportie: hoe zou de Katholieke kerk er anders toe bewogen zijn om schoon schip te maken, als ze niet met zoveel kracht hier op aangevallen was?

Als Jezus Jeruzalem voor zich ziet liggen begint hij te huilen. Hij ziet voor zich dat Jeruzalem verwoest zal worden. Hij ziet dat de leiders van Jeruzalem bewust of onbewust aansturen op een confrontatie met de Romeinen. De trots op de tempel, de enorme afschuw van de Romeinen, de nadruk op de eigen identiteit zal de nationalistische gevoelens versterken en uiteindelijk leiden tot een clash met de Romeinen. En met de Romeinen valt niet te spotten. Jezus ziet dat het verkeerd zal gaan, dat er krachten in beweging zijn die niet meer te controleren zijn en die zullen leiden tot de ondergang van de stad en van honderdduizenden. Kan dat dan niet gestopt worden? Jawel, maar het gebeurt niet. De stad loopt zijn eigen ondergang tegemoet.

Jezus huilt. Straks zal hij door de inwoners van Jeruzalem worden berecht en gedood. En toch ontsteekt hij niet in woede: en roept: wacht maar, straks gaan jullie er ook allemaal aan. Hij heeft medelijden met de stad en haar inwoners. Want wat voor grote zaken ze ook gedaan hebben, de ondergang van de stad hebben ze niet verdiend. Net zoals hij straks medelijden heeft met de mensen die hem kruisigen: Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Jezus huilt, zijn hart breekt over de stommiteiten van mensen die mede leiden tot hun eigen ondergang.

Het is aan ons om een groot hart te hebben. Om een groot hart te hebben voor slachtoffers van misbruik, maar ook om een groot hart te hebben voor een Katholieke kerk die zeer zwaar gewond is. Om een groot hart te hebben voor de vrouw die zich gekwetst voelt door de ontrouw van haar man en voor de man wiens leven verwoest wordt. Een groot hart hebben betekent niet dat je alles zomaar vergeeft. Mensen zijn verantwoordelijk voor wat ze doen en ze zullen de consequenties van hun eigen daden ook moeten aanvaarden. Maar dat leidt niet tot gniffelen bij ons, of tot een heel hard eigen schuld, dikke bult, maar tot een medelijden. Tot tranen over zo’n hart lot. En tot gebaren om zo’n lot te verzachten: liefde, vergeving, solidariteit. Amen

Exodus 11 en Lukas 19:29-44 28 maart 2010