Tafelgemeenschap
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Wanneer je weinig vertrouwd bent met de kerk,  dan zijn de dingen die in de kerk gebeuren soms wat vreemd.. Vandaag wordt er gedoopt, volgende week ontvangt iedereen hier een stuk brood en neemt een slokje wijn, het Avondmaal is dat. Je ziet dat er iets gebeurt, maar het blijft wat duister, waarom het nu gebeurt.

Ik ga vandaag doop en avondmaal niet uitleggen. Dat levert geen leuke preek op en bovendien. Heel veel van de dingen die we doen in de kerk, ook doop en avondmaal kunnen niet echt verklaard worden. Je kan wel aanduiden waar doop en avondmaal en al die andere zaken mee te tafelgemeenschapmaken hebben, welke gedachten en symbolen er mee verbonden zijn. Maar waarom het nu precies is, zoals het is en niet anders, dat laat zich niet uitleggen.

 Nou ja, er valt wel iets meer te vertellen over Jezus en de maaltijd. Jezus en de maaltijd horen bij elkaar omdat hij dat op zo’n bijzondere manier deed.

Voor de aanzienlijke mensen in de tijd van Jezus was samen eten hetzelfde als een wat nu een party is van Bekende Nederlanders. Het gaat er om dat je uitgenodigd bent. Het gaat er om dat je gezien wordt en dat je liefst met de meest bekende en invloedrijke mensen staat te praten. Dat gold ook voor de maaltijden van de aanzienlijken uit Jezus’ tijd: je nodigde mensen uit om er mee te pronken: deze mensen komen bij mij op het feestje. Je ging naar een maaltijd toe om er bij te horen en dan was het het mooist als je een plaats zo dicht mogelijk bij de gastheer had. Vanzelfsprekend kwamen er geen arme mensen op zo’n feest. De rijken dachten wel aan de armen, maar dat ging in de vorm van voedselverstrekking. Als je zelf een groot feest gaf, dan deelde je aan de achterdeur ook nog brood uit. Ook dat was voor je status, om je eigen naam groot te maken.

Jezus doorbreekt dat. Hij zegt: verpest je leven nu niet door te zoeken naar status. Ga, niet haantje de voorste spelen. Bij God gaat het niet om uiterlijkheid of maatschappelijk aanzien. Ja het is bij God zelfs net andersom. Hij heeft niet veel op met mensen die zich steeds op de eerste rang zetten. Je moet je God voorstellen als een gastheer, die tegen de laagst geplaatsten zegt: vriend, kom maar wat naar voren.

Maar Jezus laat het er niet bij om kritiek te leveren op de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Hij levert ook een alternatief: een maaltijd waar iedereen welkom is. Waar de arme naast de aanzienlijke zit, de kreupele naast de atleet en de toffe bink naast de loser. Dat is de maaltijd die hij zelf in de praktijk brengt in zijn leven: hij gaat met iedereen aan tafel, met mannen en vrouwen, met mensen die anderen hebben uitgeperst en met zijn eigen leerlingen. Hij zegt  tegen zijn leerlingen zegt: ga voortaan zo om de tafel zitten om mijn leven te gedenken. Jezus stelt een maaltijd in, ons Avondmaal, waar geen rangen en standen gelden, alleen het verlangen om bij God te komen geldt daar. Het is een maaltijd zegt hij, zoals de maaltijden in de hemel en in Gods koninkrijk zijn: eer doet er niet toe, aanzien doet er niet toe, rijkdom doet er niet toe. In het zoeken naar God is iedereen gelijk. Als je zo aan tafel zit, dan gedenk je Jezus, dan ben je zijn lichaam.

De werking van zo’n maaltijd reikt verder dan alleen maar de tafel. De maaltijd van Jezus is het model voor een samenleving waar iedereen in mee mag doen. Zoals het aan de tafel is zo moet het in de samenleving zijn. Dat heeft gewerkt in onze geschiedenis: hoe rijk of arm je was, van welke stand ook, uiteindelijk ging je samen aan het Avondmaal, en dus konden die rangen en standen nooit helemaal absoluut zijn.

 Zoals Jezus rond de tafel zat, zo leefde hij ook. Hij ging om met armen, maar ook met andere maatschappelijk uitgestotenen als tollenaars en zondaars. Die betrok hij bij zijn gemeenschap.  Hij schaamde zich er niet voor om met mensen om te gaan die niet in aanzien stonden. Jezus schaamde zich er ook niet voor om zelf de laagste plaats in te nemen. Hij waste de voeten van zijn leerlingen, als was hij hun bediende. En hij zei: dit is een voorbeeld. Het is goed om zo in het leven te staan. Laat het zo zijn onder jullie. Houd je niet vast aan je prestige, aan je eigen dingen. En zelf  het behoud van je eigen lichamelijke verder leven is niet het belangrijkste. En dat heeft hij laten zien door de weg te gaan die leidde naar de vernederende slavendood aan het kruis.
doop van kind in rivier
 Om precies die reden laten we onze kinderen eerst door het water gaan. Ze gaan eerst die tocht naar beneden, het water in, de rivier in, de dood in. Dat lijkt wreed, waarom zou een kind niet gewoon uit zichzelf kunnen gaan bloeien en tot een prachtig kind kunnen worden. Toch zeggen we: het is goed als een mens, als een kind eerst die tocht naar beneden meemaakt, de tocht van de minste willen zijn, van jezelf vernederen - ook al is het maar heel symbolisch met een handje water. Pas als je dat hebt meegemaakt, als je dat op je huid gevoeld hebt, ben je klaar voor een goed leven.

Want dan weet je - en jullie weten het als ouders: goed leven begint met weten en ervaren dat
het in je leven niet draait om status of om macht, maar om samen rond de tafel zitten. Als familie bij elkaar. Als mensen bij elkaar. Als je je daar op richt op, dan word je gelukkig, dan bloeit er pas echt iets in je op.

Dan kan je overkomen dat God tegen je zegt: vriend kom wat dichterbij en wat hogerop. Zoals hij dat tegen Jezus gezegd heeft, toen Jezus zich vernederd had tot in de dood op het kruis: kom wat hogerop en wat dichter bij me. Kom bij mij, kom naast me zitten in mijn hemel aan mijn rechterhand. Zo zegt hij dat tegen ons: kom dicht bij mij, want jullie zijn mijn kinderen. Amen.

Lukas 14:1 en 7-15 Heerenveen 29 augustus 2010