Wetgeving op de Sinaï
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

Het is een prachtig beeld. De adelaar die daar vliegt met zijn vleugels uitgestrekt - kilometers hoog boven de wereld op de kracht van de termiek. Zijn kind neemt hij mee, het zit op zijn rug en kan met vader en moeder meekijken op die hoge vlucht. En waarom op zijn rug en niet in zijn klauwen, zoals elke normale vogel. Ach, van boven dreigt er geen gevaar, want geen vogel vliegt hoger. Alleen beneden staan mensen met hun pijlen klaar. En door het op zijn rug te dragen beschermt de adelaar zijn jong met zijn eigen lichaam.
adelaar
Prachtig beeld van God die zijn mens, die zijn geliefde volk meeneemt en koninklijk verheft en hem beschermt met zijn eigen lichaam. Ik moet er bij zeggen dat vogelkenners betwijfelen of adelaars echt zo te werk gaan. Maar het beeld is prachtig. Het is van een grote en innige liefde.

God zegt tegen zijn mensen: die plek hoog op mijn vleugels - uitverkoren en beschermd - als een kind op de schouders van zijn moeder of zijn vader, die kan je behouden als je mijn woorden ter harte neemt en mijn verbond met mij houdt. Dan zal je mijn kostbaarste bezit zijn. Dan zal je een heilig volk zijn en een koninkrijk van priesters. Dan zal je van mij zijn en ik zal jouw God zijn.

Dit is de essentie van het hele boek Exodus dat we hebben gelezen. Al die slagen en plagen tegen Egypte, heel die tocht door de woestijn heeft dit als doel: God en zijn volk in die eenheid, Israël als zijn volk dat met hem verbonden is in zijn verbond. En die verbondenheid is er als je de geboden van God houdt.

Gods geboden moet je daarom houden. Meer dan iets anders.

Dat God geboden geeft en dat die de belangrijkste zijn is in de geschiedenis van onze beschaving  ontzettend belangrijk geweest. Het heeft recht laten bloeien en het heeft ruimte gegeven aan liefde en gerechtigheid.

Vroeger werd er - ook hier in Fryslân - recht gesproken volgens gewoonterecht. Iets was verboden omdat het verboden was. Dat hoefden helemaal geen rechtvaardige wetten te zijn. In een groot deel van Nederland waren er verschillende straffen voor edelen en voor niet-edelen. En waarom? Omdat het altijd zo geweest was.
Of het recht kwam van de aanvoerder, het stadsbestuur of de koning. Die konden een nieuwe rechtsregel uitvaardigen. En waarom? Omdat ze macht hadden. Hun macht bepaalde wat recht en rechtvaardig was.
In alle samenlevingen werd het recht bepaald door gewoonte en door macht.

Dat wordt hier op de Sinaï doorbroken. Het recht komt van God. De rechtsregels die het volk zo meteen krijgt: de hoofdregels, de tien geboden met die hoofdregels: niet doodslaan, niet stelen. Maar ook de kleine lettertjes - dat je je slaaf na zes jaar moet vrij laten, dat je voor de armen moet zorgen door een beetje graan op je akker over te laten voor hen, wat je moet doen als je schade hebt geleden. Al die geboden komen van God. En er kan geen stadsbestuur, geen koning en geen graaf komen die die regels naar zijn hand zet.

En waarom is dat goed? Omdat al deze wetten doortrokken zijn van Gods liefde. Zij zijn niet zomaar willekeurige regels. Het zijn de wetten van de God die zijn mens innig liefheeft en met zijn lichaam hem beschermt. Het zijn woorden van Gods liefde.

Het zijn woorden die zich dankzij de kerk hebben doorgezet in Europa. De wetten zijn van God, niet van de machthebber. Er zijn wetten die machtiger zijn dan de koning - in het laatste couplet van het Wilhelmus staat dat zo prachtig: Willem van Oranje zegt daar: natuurlijk heb ik de koning willen gehoorzamen, maar de wet van God gaat daar bovenuit. Er zijn wetten die machtiger zijn dan de koning. En daarom zijn er ook rechten van de burger tegenover de koning, heeft men hier in het christelijke Europa bedacht. Recht om je eigen geweten te hebben, om je mening te laten horen, om niet zomaar opgesloten te kunnen worden, om je eigen godsdienst te mogen belijden. Het hele idee dat burgers grondrechten hebbben is een logisch gevolg van wat hier op de Sinaï gebeurt: dat de wetten van God komen en niet van een machthebbertje.

Dat is ook de reden van al die rook en vuur en bliksemflitsen als was de Sinaï een IJslandse vulkaan. Dat is ook de reden dat het volk zich moet heiligen: zijn kleren moet wassen. God wil laten zien dat deze wetten echt goddelijke wetten zijn. Er wordt een heel theater opgevoerd met allerlei special effects, gewoon om dit duidelijk in te prenten: deze geboden komen van God.

Mooi hè, zo’n goddelijke wet waaraan niets veranderd mag worden? Zo’n garantie tegen de willekeur van machthebbers? Of misschien toch ook op een gegeven moment wat onhandig. Omdat de tijden veranderen. Maar soms ook omdat de wetten en de liefde van God op de Sinaï zo’n succes hadden. Op de Sinaï werd bepaald dat je een slaaf na 6 jaar vrij moest laten. In die dagen revolutionair en ongehoord: zo snel een slaaf vrijlaten. Mensen leerden hiervan dat je met barmhartigheid en liefde ook naar slaven moest kijken. Tot het idee doordrong: misschien moet je wel helemaal geen slaven meer hebben. Wij moeten als mensen elkaar in de ogen kijken, en zien dat de één niet meer is dan de ander.

Er kwam een man die zei: wat op de Sinaï gezegd is ga ik niet afschaffen. Maar ik trek het door, ik radicaliseer het, zo verander ik het. Hij zei: ‘Jullie hebben gehoord dat tot de ouden gezegd werd.....maar ik zeg jullie.’Hij zei: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief’. Een man die het durfde om Gods onveranderbaarbare wetten te veranderen. Omdat hij leefde uit Gods liefde, omdat hij leefde uit Gods Geest. Boodschapper van God was hij, deel van God zelf. Hij durfde het omdat hij liefhad. Omdat hij zijn volk zo liefhad dat hij het met zijn lichaam heeft beschermd.

Wie leeft uit deze liefde doet de wil van God. De wil van God zoals we die kennen uit de wet van de Sinaï, de wil van God zoals we die kennen als we kijken naar Jezus Christus. Wie leeft uit deze liefde verbindt zich met God. Met Gods hart, met Gods ziel. Met Gods Geest, die in ons komt en zijn liefde in ons doet wonen.

Buiten die liefde is er geen wet. Buiten die liefde is er geen vernieuwing en verandering mogelijk. In die liefde is leven, voor u en voor alle mensen op aarde. Amen.

Exodus 19 en 1 Johannes 2:3-11  Heerenveen, 2 mei 2010