Het zwaard
Naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog

Het is avond in de hof. Twee groepen mensen staan tegenover elkaar. Een groep mensen met stokken en zwaarden die op Jezus afgestuurd zijn om hem te arresteren. En zijn discipelen. Ook sommige discipelen hebben wapens. Het zijn geen hippies die alleen maar ‘peace, peace’ roepen. Het zijn volwassen mannen, die de ernst van het leven kennen en juist daarom naar Jezus luisteren. Die weten dat er risico’s zijn en zich daarop voorbereiden. Er ontstaat ook het begin van een schermutseling. Eén van de discipelen geeft een houw met een zwaard en slaat een oor af.

Het is precies deze passage in het evangelie geweest waar christenen uit vroeger tijden naar verwezen als ze het gebruik van geweld wilde rechtvaardigen.  Kijk maar naar de discipelen van Jezus, die droegen ook een zwaard. Nou dan hebben wij als christenen ook het recht om te vechten. Er zijn zelfs pausen geweest die op grond van dit bijbelgedeelte claimde dat zij eigenlijk over Europa zouden moeten heersen. Niet alleen met geestelijke macht, maar ook met wereldlijke macht, zoals de discipelen ook wereldlijke macht hadden uitgeoefend. Een godsdienst die met het zwaard regeert. Vele pausen hebben zich hiervoor ingezet.

Een godsdienst die met het zwaard regeert. Dat is precies wat Osama bin Laden wil. Hij droomt van het herstel van het oude rijk van de islamitische kaliefs. Van een staat waarin de islamitische geestelijkheid het voor het zeggen heeft en met het zwaard regeert. En om dat doel te bereiken probeert hij nu al met het zwaard te regeren. Op 11 september 2001 in New York en op de dag af tweeëneenhalf jaar later in Madrid. Voor onze hele westerse samenleving is dat beangstigend. New York was nog tamelijk ver weg, Madrid is al een stuk dichterbij. En de angstige vraag ligt op tafel: kan dit ook in Nederland en ik hoef u dat antwoord niet te geven. Dat antwoord kent u.

Hoe reageer je op deze verschrikkelijke bloedbaden. De vraag hebben we hier vaker gesteld, maar hij wordt urgenter omdat de terreur dichter bij huis komt. Hoe reageer je op deze terreur.

Als je kijkt hoe Jezus reageert op het geweld dat zich tegenover hem opstelt, dan valt mij op dat er geen weerloosheid uit spreekt. Wij hebben beelden in ons hoofd van Jezus die zich als een weerloos schaap naar de slachtbank laat leiden. Een passief slachtoffer. Wat mij opvalt aan Jezus is dat hij zich helemaal niet als passief slachtoffer gedraagt. Op een bepaalde manier beheerst hij zelfs de situatie. Hij geeft orders aan zijn discipelen, hij spreekt vrijuit met zijn aanvallers en maakt hen verwijten: ‘jullie hadden me toch ook wel in de tempel kunnen oppakken’. ‘Ik ben toch geen rover, geen terrorist’. Jezus is de mens die met rechte rug, met een zekere trots, deze weg inslaat. Hij houdt voor een deel de regie in handen van wat er gebeurt. Hij zal straks weigeren te antwoorden op de vragen van de hogepriester, hij zal steeds zelf zijn woorden en momenten kiezen om wat te zeggen. En die regie is niet de eigen regie van een controlefreak, maar het is de regie van God, het is het vertrouwen op de weg van God.

Voordat het werkelijk tot een grootschalige vechtpartij komt grijpt Jezus in: Breng uw zwaard op uw plaats, roept hij. Jezus beveelt zijn discipelen om hem niet te verdedigen. Hij motiveert dat: want allen die het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan. Op de eerste plaats lijkt dat een praktisch levensadvies. Kom niet in opstand, verzet je niet. Want als je naar de wapenen grijpt om Jezus, of welke zaak dan ook te verdedigen zal er een overheid zijn die een veel scherper en harder zwaard heeft.  Dat is een woord waar ook Osama bin Laden mee te maken zal krijgen. Er zit ook iets in van: maak je niet zo kwetsbaar door naar de wapenen te grijpen, want dan maak je het je tegenstander zo makkelijk om jou alleen maar te bestrijden.  Dan kan hij je uitmaken voor terrorist, hoeft hij niet meer te luisteren naar wat je te zeggen hebt.

Maar uiteindelijk is dit geen praktisch levensadvies. Het is een geloofswoord over God. God zal zijn zwaard uitstrekken naar de mensen die het zwaard opnemen. Al is het nog zo’n rechtvaardige zaak. Al is het om Jezus zelf te verdedigen tegen zijn kruisiging. Want het zwaard trekken gaat in tegen wat God wil met zijn mensen. (Wie vuur ontsteekt vergaat door Gods vuur (Jesaja 50:11), wie het zwaard trekt vergaat door het zwaard. Want het kwaad dat u andere mensen doet, zal God u doen, met de maat waarmee u meet, zal u gemeten worden.)

Want een zwaard maakt onherroepelijk scheiding. Het verdeelt in ‘wij’ en ‘zij’ en als het eenmaal is getrokken dan is de weg terug bijna onoverkomelijk.

Het zwaard leeft van de haat en bevestigt de haat. En haten is zo makkelijk. Dat zie je bij de radicale moslims, je ziet het bij de haatfantasieën die zij ontwikkelen. Over het decadente westen. Over de eigen superioriteit. En soms zitten die haatfantasieën niet eens zover van onze eigen haatfantasieën vandaan.
Het is makkelijk om de man te haten die zoveel rijker is dan jezelf. Je kunt makkelijk allerlei slechts over hem bedenken. Hij is slecht, oneerlijk, onzedelijk. Het is makkelijk de vrouw te haten, die intelligenter en sociaal vaardiger is dan jij. Het is heel makkelijk de westerse samenleving te haten. Dat valt ons al makkelijk. Dan praten we over ‘de randstad’ of ‘de grachtengordel’ met grote verachting. Hoeveel te meer zal die haat makkelijk zijn voor mensen die zo veel verder weg zitten van het westen, maar wier traditionele leven wel op de kop gezet is door het contact met de westerse samenlevingen. Die in een crisis geraakt zijn over hun geloof, en hun overgeleverde waarden, veel heftiger dan wij dat al zijn.

Het is ook makkelijk juist nu er in het hart van Europa een bloedbad is aangericht, om je woede over deze aanslag om te zetten in verwijdering en haat tegen moslims. Ik zeg het hier nog maar een keer: er is ook een heel andere islam, dan deze gewelddadige en het is belangrijk om die kant van de islam te zien en te ondersteunen en nog veel meer te voorschijn te laten komen. En op een moment dat er inderdaad van westerse kant het zwaard opgenomen wordt tegen Al Qaida - en ook ik zie geen andere uitweg dan dat te doen - dan kan je in ieder geval proberen om de haat en de verwijdering die zo’n zwaard oproept zo klein mogelijk te maken.
                   
Er is nog een reden om het zwaard niet te trekken voor Jezus. Het is niet een willoosheid. Het is niet een gebrek aan macht. “Als ik wou dan stonden hier geen 12 discipelen, maar 12 legioenen met engelen om mij te verdedigen” pocht Jezus. Het is geen machteloosheid die me hier toe dwingt. Het is mijn keuze om deze weg te gaan. Of beter gezegd: het is mijn keuze om deze weg van God te gaan.

Het zwaard brengt scheiding en haat. En het evangelie spoort aan om het daar niet te zoeken. Maar het pijnlijke is dat niet alleen het zwaard als teken van geweld kan scheiden en doden, maar ook het intiemste gebaar van liefde. Ook de kus kan verraden, ook de tekenen van de weg van liefde kunnen doden. De liefde die in het Nieuwe Testament zo bezongen wordt, wordt voertuig van verraad. De kus die we kennen uit de vredesgroet bij het Avondmaal - wij geven elkaar een hand, daar zijn we Friezen voor, maar in de oosterse kerken is dat een echte kus - die kus van broederschap, die vredesgroet, brengt geen vrede. Uiteindelijk zijn niet de zwaarden en de stokken effectief om Jezus op te pakken, maar het is de kus. Ook de tekenen van de liefde kunnen in hun tegendeel verkeren.

Wat blijft er voor de discipelen dan nog anders over dan te vluchten. Ze worden geconfronteerd met verraad uit eigen kring. Ze mogen niet vechten. Ze weten het niet meer. Ze slaan op de vlucht. Hun radeloosheid kunnen wij begrijpen. Hoe verzet je je goed en effectief tegen terreur en onrecht. Zij weten het niet meer. Zij denken dan alleen nog aan hun eigen hachie. En ze laten Jezus alleen. En wat wij ook doen, volgende week lezen we verder.

Jesaja 50 en Mattheus 26:47-56 Heerenveen Noord 14 maart 2004