Vallen. De kruisweg van Christus. 
Terug naar Homepage

Naar Preekarchief

Naar Weblog
Kleine kinderen vinden het heerlijk om gedragen te worden. Het is zo moeilijk om al die volwassenen bij te houden. ‘Pappie loop toch niet zo snel, want ik ben al zo moe’ En om dan gedragen te worden. Veilig in de armen van je vader of je moeder. Is er iets heerlijkers?


Wie gedragen wordt geeft zich over. Even hoef je niet zelf te lopen. Er is een ander die de krachtsinspanning voor je levert. Er is een ander die zich over jou ontfermt.

Het heeft ook iets voornaams. Je bent verheven boven wat alle mensen elke dag moeten doen: zichzelf voortbewegen, misschien wel je voortslepen, over deze aarde. Een ander draagt de last van jouw lichaam. Je kan mens zijn, zonder de last van het menszijn. Als Jezus Jeruzalem binnengaat dan wordt hij - heel voornaam - gedragen door een ezel.

Het tegenbeeld van gedragen worden is vallen. Je loopt zelf op eigen benen, maar plotseling verlies je je evenwicht en je valt op de grond. Ongemakkelijk als je jong bent, vaak heel ernstig als je oud bent. Het is een moment van controle-verlies. Je bent niet meer de rechtopgaande mens die je was. En soms gebeurt het dat mensen na een val nooit meer helemaal de oude worden. Te aangeslagen en in de war. Vallen is een vorm van identiteitsverlies..

Kruisweg, Jezus valt voor de eerste keerJe kan maatschappelijk vallen, verliezen wat je hebt opgebouwd. Adam en Eva vallen. Ze tuimelen uit het paradijs op de harde aarde.

Als u in een Katholieke kerk komt dan ziet u daar eigenlijk altijd een kruiswegstatie aan de muur hangen. Die kruiswegstatie bestaat uit 13 schilderijtjes, die allemaal een etappe van de kruisweg van Jezus verbeelden. We zien hoe Jezus wordt veroordeeld door de Hoge Raad. Hoe het kruis op zijn schouders wordt gelegd. We volgen zijn gang naar Golgotha. De kruisiging zelf is op maar één schilderij te zien, het accent ligt op de hele tocht er naar toe: Jezus samen met de vrouwen van Jeruzalem, Jezus samen met Simon van Cyrene. Het opvallende van de kruiswegstaties, is dat er een paar scenes geschilderd worden die ons wat vreemd aandoen want ze staan zo niet in de bijbel. Er is namelijk een afbeelding waarop te zien is dat Jezus valt. Met zijn kruis op zijn rug valt hij op de grond. En even verder in de kruiswegstaties valt hij nog een tweede en een derde keer.

“Katholiek, onbijbels gedoe”, denken wij protestanten dan al snel. Maar dan mis je de clou. Want vallen is de kern van de lijdensgeschiedenis van Jezus.

Het vallen geeft aan dat Jezus zichzelf aan het verliezen is. Je identiteit en je levensprojecten storten in elkaar als je valt. Je weet niet goed meer waarvoor je leeft en waarvoor je staat. Daar zijn alle geselingen en bespottingen ook op gericht. Jezus wordt geranseld om hem terug te brengen tot alleen een hoopje bloed, botten en spieren. Het is er op gericht om hem van zijn idetntiteit te beroven en hem te ontmenselijken. “Ik ben een worm en geen mens’, roept de psalm uit de lijdensgeschiedenis. Ik ben alleen nog vlees en botten. Dat is ook het doel van alle spot die hij over zich heen krijgt. Om een totaal verzwakt mens van zijn stuk te brengen, weg te brengen van wie hij is, zodat hij straks alleen nog maar om genade zal smeken.

Kruisweg, Jezus valt voor de tweede keerEn ergens werkt dat ook. Ook daarin is Jezus een mens zoals wij. Want hij houdt voor een groot deel op de mens te zijn, die hij was. De man die rondtrok met de discipelen, boos was op de marktlui in de tempel, onverwacht verrast werd door het geloof van een vrouw, die kan hij niet meer zijn. Het lukt hem niet meer om zichzelf overeind te houden.

Een mens kan zelf het kruis niet dragen. Als ik om mij heen kijk dan zie ik dat veel mensen, als ze werkelijk iets heel moeilijks te verstouwen hebben, als hen werkelijk een kruis wordt opgelegd, dat ze dan niet meer de mensen blijven die ze waren. Je houdt het niet vol. Je reageert lichamelijk met hartklachten of voortdurende buikpijn. De ander wordt overspannen, depressief. Uit je evenwicht, uit je lood geslagen, gevloerd op de grond.

Het wonder is dat Christus tijdens die hele kruisiging toch ook overeind blijft. Het kruis is veel te zwaar, en toch blijft hij overeind. Fysiek misschien nauwelijks, maar geestelijk wel. Want tijdens de hele tocht naar Golgotha en ook de uren aan het kruis blijft hij de man die zijn moeder troost. Hij blijft de man die vergeeft: de moordenaar naast hem en zelfs de mensen die hem gekruisigd hebben. Hij is geen gebroken hoopje mens, dat alle besef van identiteit verloren heeft en zegt: doe met mij wat je wilt, maar laat me leven.

Maar de kiem van zijn zelfverlies is al eerder gelegd. Het is ook God die hem zichzelf doet verliezen. God heeft hem op deze weg geleid.

Jezus blijft overeind, omdat hij zichzelf aan God verloren heeft. Jezus blijft overeind omdat hij zich helemaal aan God verloren heeft. Hij is in God gevallen. Hij blijft overeind doordat hij alles wat hij is bij God heeft gelegd. Niet mijn wil, maar de uwe, heeft Jezus gebeden in de tuin van Gethsamené aan het begin van zijn kruisweg.  ‘Uw wil geschiede’. Jezus heeft er  voor gekozen om de wil van God te doen. Hij heeft zich aan hem uitgeleverd.

 ‘In uw handen beveel ik mijn geest’ zijn zijn laatste woorden. Zijn wil bij God. Zijn geest bij God, zijn menszijn, zijn identiteit bij God. Zo doorstaat hij de kruisiging.

Kruisweg, Jezus valt voor de derde keer

Een mens is vaak te zwak om zijn eigen kruis te dragen. En dat moet je eigenlijk ook niet willen. Alleen in een overgave houd je het vol. Een overgave aan God, een overgave aan mensen die je steunen en troost geven.

Want je aan God toevertrouwen is niet iets heel vrooms. Het is veel meer een sprong omdat je het anders niet uithoudt. Het is je ultieme daad van zelfbeschikking. Ik bepaal zelf    waaraan ik me overgeef. Het is de vaak de enige manier om je leven te dragen.

Er zijn momenten dat u valt in uw leven. Er zij momenten dat u de controle over uw leven kwijtraakt.  En ik zou zeggen: als u dan toch valt, val dan in God.

En als u in God valt, dan zult u merken dat u gedragen wordt. Het is niet meer alleen uzelf die alles torsen moet. Het is God die u draagt. Als een lastdier, als een ezeltje, zodat wij rechtop kunnen blijven.

Hij neemt u in uw armen en laat ons koninklijk rechtop gaan, weg van elke val.

Lezing: Filippenzen 2:5-11, Thomaskerk Zeist 21 maart 2010