'Geloof
is mijn geluk', een mystiek kerstlied |
|||||
Naar
Homepage Naar Hoofdstukpagina Liturgiek Naar Archief Naar Weblog |
In
het lied wordt een imaginaire reis naar de
geboorteplaats van Jezus ondernomen. Het bijzondere moment van de
Kerstnacht
opent de mogelijkheid daartoe. De druk en de drukte van de wereld – in
het
origineel ook de spot van de wereld -
kan vergeten worden en de vreugde en kracht van het
geloof kan gevonden
worden. ’Geloof is mijn geluk’ dicht de vertaalster Ria Borkent hier
kernachtig
en speels. Maar die geboorteplaats is zo nederig en vreemd, dat het
toch veel
beter is dat Christus een plaats krijgt in het hart van de gelovige. Het
lied staat in de traditie van het Lutherse
piëtisme van de Skandinavische landen. De beelden en de verhalen uit de
bijbel
worden in deze vroomheidstraditie ’vanuit het hart’ overdacht. Ze
hebben daar
de mooie naam ’hjertelighed’ voor. De melodie is een Noorse variant van
een melancholiek volksliedje uit het Zweedse Västergötland.
Paradox In
een heel aantal kerstliederen die deze paradox onder woorden brengen
(o.a
2013 nr. 470, 474, 478, 488) vind je verwijzingen naar de teksten van
Johannes
en Paulus. Het originele van Brorson is dat hij ook verwijst
naar
’de Mensenzoon die geen plaats heeft om zijn hoofd neer te
leggen'. Ik ken dat eigenlijk alleen van Vondel (Liedboek 1973 nr.
153:4). In Brorsons oorspronkelijke achtste strofe schrijft hij: ’Hij
die met
goddelijke Almacht de gehele wereld zal oordelen, heeft niets waartoe
hij zijn
hoofd kan buigen.’ In de daaropvolgende strofe, die in zijn geheel in
de
Nederlandse vertaling is opgenomen, werkt hij dit uit door te verwijzen
naar de
dieren in het eerste deel van Jezus’ woorden: ’de vossen
hebben
holen en
de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon...’. De vogels associeert
hij met
de mus en de zwaluw uit Psalm 84:4, waarschijnlijk omdat in de psalm er
ook een
tegenstelling is tussen de mus en de zwaluw die een huis hebben en de
psalmist
die daar nog zo naar smacht. Brorson verandert de vos in een leeuw,
waarschijnlijk om naast de onogelijke vogeltjes ook de machtige koning
der
dieren in beeld te hebben. Hoog en laag in het dierenrijk hebben beide
onderdak, maar de hoge, hemelse mens niet, lijkt hij te zeggen. Oplossing Ik
ben met ziel en zinnen Bruidsmystiek In de tijd dat Brorson schreef keek men niet op een strofe meer of minder. Brorson schreef oorspronkelijk 11 strofes, waarin hij zijn thema breed uitspint. In de liedboeken van Noorwegen zijn drie strofes weggelaten en hebben andere strofes variaties op het origineel. Voor het Nederlandse liedboek is gekozen voor vier strofes, die vrijwel alle elementen van het lied bevatten. Toch is er één element uit het oorspronkelijke
lied minder duidelijk in de Nederlandse vertaling terecht gekomen is.
In de
oorsponkelijke versie van de slotstrofe wordt Christus bejubeld als de
bruidegom in half-erotische woorden. In de huidige Deense en Noorse
liedboeken
is dit er uit gekuist. In de Nederlandse vertaling is deze strofe er
helemaal
uit gelaten, al wijzen regels als ’uzelf hebt mij veroverd’ en ’ik ben
met ziel
en zinnen geopend’ en het intieme ’wikkelen’ wel in deze richting.
De oorspronkelijke versie van de laatste strofe luidt:
Deze bruidsmystiek op het einde past
goed bij
de struktuur van het lied. Het lied begint met de gelovige die zich tot
de
geboorteplek van Christus wendt. Op het einde van het lied wordt
Christus
hartstochtelijk uitgenodigd om in de ziel van de gelovige te komen. Na
deze
tweevoudige toenadering ligt het voor de hand om Christus dan ook als
de
bruidegom te benoemen. Coen Wessel
Toegift: Hoe
komt het dat dit lied
uit het zuiden van Denemarken het populairste Kerstlied van Noorwegen
werd? Een
eerste stap belangrijke
stap voor de populariteit van Brorson was de publicatie van het
liedboek dat Erik
Pontoppidan in 1740 publiceerde. Het was een liedboek voor kerkelijk
gebruik
met een piëtistische inslag (Den nye Psalme-bog). In dit liedboek waren
65
liederen van Brorson opgenomen[i].
In Denemarken is dit liedboek niet zo invloedrijk geweest, maar in
Noorwegen
werd dit liedboek algemeen gebruikt. Noorwegen
was in deze
tijd feitelijk een provincie van Denemarken en het Deens was lange tijd
de
kerktaal en de geschreven taal in Noorwegen. Brorson
werd in Noorwegen een bekend lieddichter[ii]. Drie
factoren hebben
bijgedragen aan de populariteit van ‘Mit hjerte altid vanker’ in
Noorwegen: de
opleving van het piëtisme als een ‘counterculture’ in de 19e
eeuw,
de Romantiek en de opkomst van het nationalisme in Noorwegen. De
sterke opleving van
het piëtisme in Denemarken en Noorwegen was een reactie op de
rationalistische
theologie en liedcultuur die vanuit de Deense steden en universiteiten
werd
verspreid. De invloed van deze geest op de liedcultuur is voor het
eerst te
zien in het Deense gezangboek van Guldberg, waarin veel bekende
gezangen van
Brorson ontbreken. Het gebruik van dit gezangboek bleef voornamelijk
beperkt
tot Kopenhagen, maar het kondigde al aan wat een paar jaar later ging
gebeuren.
In 1798 verscheen het Evangelisk-kristelig
Psalmebok, een
gezangenboek met een sterk rationalistische en moralistische geest. Van
Brorson
werden slechts 3 liederen overgenomen, die ook nog eens sterk bewerkt
waren[iii].
Tegen dit liedboek
ontstond een sterke tegenbeweging die grote overeenkomsten vertoon met
de
Nederlandse Gezangenstrijd na het verschijnen van de Evangelische
Gezangen
(1806). Onder de predikanten en de maatschappelijke bovenlaag was er
veel
enthousiasme voor dit liedboek[iv].
Het liedboek werd met
dwangmiddelen ingevoerd[v].
Maar met name in
plattelandsgemeentes was er een breed verzet. Men vond het gezangenboek
ketters. Een belangrijk bezwaar was dat de naam van de duivel ontbrak:
‘men
heeft de naam van de
duivel uit het boek
gedreven, zonder hem uit de wereld te kunnen uitdrijven’[vi].
In een zoektocht naar
alternatieven werd teruggegrepen op het werk van Brorson. Zijn werk
werd
opnieuw uitgegeven in talrijke bundels en werd populair in de 19e
eeuwse piëtistische opwekkingsbewegingen in Denemarken en Noorwegen. De
lieddichter en hymnoloog Grundtvig herdichtte ‘Mit hjerte altid vanker’
in zijn
lied ‘Forunderligt at sige’ (1837) en droeg zo bij aan de status van
‘Mit
hjerte altid vanker’. In
Noorwegen was de invloed van het rationalisme
altijd al minder groot dan in Denemarken. Maar een heuse revival van
Brorson en
vergelijkbare lieddichters zette in na het verschijnen van W.A. Wexels,
Christelige Psalmer (1844) waarin veel werk van Brorson was opgenomen.
Het lied
‘Mit hjerte’ werd opgenomen in Landstads Kirkesalmebog uit 1869 dat tot
1924
het belangrijkste liedboek in Noorwegen is geweest. Als melodie werd de
melodie
van Jeg vil mig Herren love van H.O.C.
Zinck (1746-1832) aangegeven[vii]. Een
tweede factor was de opkomst van de romantiek.
Romantische academici herontdekten het werk van Brorson en waren onder
de
indruk van zijn fijngevoelige taalgebruik. Ze voelden zich verwant aan
zijn
speurtocht naar wat er omgaat in de ziel van een mens. Juist ook de
mystieke
elementen in zijn werk spraken hen aan. Voor
Noorwegen gold nog een derde factor: het
opkomende nationalisme. In Noorwegen ontstond in de 19e
eeuw een
beweging voor onafhankelijkheid. Na 1814 was Noorwegen niet meer
staatkundig
verbonden met Denemarken, maar onderdeel geworden van een unie met
Zweden. De
Noorse nationale beweging was verbonden met de beweging om een eigen
Noorse
taal te ontwikkelen. Daarvoor keek men in twee richtingen. De ene
richting
baseerde zich op de uitspraak en de woordenschat van de hoogopgeleiden
in de
steden. Op basis van hun uitspraak en hun taal moest een eenheidstaal
gevormd
worden. Hieruit ontstond het huidige Bokmål, de schrijftaal die door
het
merendeel van de Noren gebruikt wordt. Anderen zochten aansluiting bij
de
taalvarianten die in de dalen van West-Noorwegen gesproken werd.
Hieruit
ontwikkelde zich het huidige Nynorsk. Juist in de dalen van
West-Noorwegen was
en is het piëtisme erg sterk. Zo ontstond er een zekere samenhang
tussen sterk
nationalisme, piëtisme en taalstrijd. Na
de Tweede Wereldoorlog verflauwde in West-Europa
het nationalisme. Maar in de jonge natie Noorwegen – Noorwegen was in
1905
onafhankelijk van Zweden geworden- bleef het nationalisme sterk. De
laatste decennia is de populariteit van ‘Mit hjerte
altid vanker’ toegenomen. Ik vermoed dat dit te maken heeft met de
culturele
beweging van de jaren zestig, die vooral ook een popularisering van de
Romantiek was. ‘Mit hjerte altid vanker’ voldoet aan dit romantische
verlangen:
het gaat om het hart en door de hymnologische geschiedenis van dit
lied, zweeft
rond dit lied een sfeer van authenticiteit en eenvoudig, volks geloof.
In de
huwelijksdienst van Haakon, kroonprins van Noorwegen en Mette-Marit
Tjessem
Høiby op 25 augustus 2001 zong Mari Boine ‘Mit hjerte alltid vanker',
in het Sami.
Ze ging daarbij gekleed in Sami-klederdracht en op het einde van het
lied
‘belt’ ze op fenomenale wijze[viii].
Het besef van
nationale eigenheid dat rond dit lied in Noorwegen hangt is door haar
overgenomen, maar dan als uitdrukking van enerzijds de eigenheid van
het
Sami-volk en tegelijkertijd de verbondenheid met Noorwegen. Zo
symboliseerde
haar optreden bij deze Noorse nationale gebeurtenis de vorm van
multiculturaliteit die Noorse bestuurders en intellectuelen graag aan
Noorwegen
wilden geven in deze jaren: de nadruk op de ‘eigen cultuur’ die ook
weer niet
zo heel verschillend blijkt te zijn van de dominante. Op deze wijze
vertegenwoordigde ze de gewenste nieuwe Noorse nationale
identiteit.
Zie ook hier. [i] Frans
Brouwer, Vernieuwing in
drieklank, een onderzoek naar de liturgische ontwikkelingen in
Denemarken
(1800-1950), Utrecht 1990 p. 36 [ii]
idem, p.30
en 189 [iii]
idem, p. 212 [iv] idem p. 196 [v] idem p. 207 [vi] Grundtvig,
Kort Begrep av Verdens
Kronike i Sammenhaeng, 1812, geciteerd in: Frans Brouwer, Vernieuwing
in
3-klank, p. 207 |