| Na het
Synodale Proces: een tweesprong |
|
| Naar
Homepage Naar Archief |
Vier jaar geleden werd ik
uitgenodigd door de parochie van
mijn toenmalige woonplaats Hoofddorp om mee te doen aan hun beraad voor
het
Synodale proces. Ik vond dat mooi en heb dan ook meteen ‘ja’ gezegd. De
uitnodiging gaf aan dat het Synodale Proces van meet af aan oecumenisch
was,
niet alleen gericht was op Rooms-Katholieke geestelijken en
parochianen, maar als
predikant van de plaatselijke Protestantse gemeente was ik
uitdrukkelijk
uitgenodigd door deze parochie. En dat was een bijzonder aardige
bijeenkomst in
het Parochiehuis met veel koffie, veel koek en een mooi en intensief
beraad. Zo heb ik dus het begin van het
Synodaal Proces meegemaakt
en nu aan het voorlopige einde mag ik opnieuw – en opnieuw oecumenisch
- een
beetje meedoen. Proces
Ik zal dat doen door met u te
reflecteren op die beide
woorden van het ‘synodale proces’: ‘synodaal’ en ‘proces’. En ik begin
niet met
het woord ‘synodaal’, maar met het woord ‘proces’. U bent een proces
ingegaan –
en in het woord ‘proces’ zit iets van beweging, van vooruitgaan, ook
van
verandering en bekering. En dat klinkt nieuw – en dat is het ook wel –
maar het
sluit ook aan bij zoals uw kerk zich verstaat sinds het Tweede
Vaticaanse
Concilie, namelijk als Gods volk onderweg. Gods volk onderweg, dat
duidt op beweging,
op een trektocht, een gezamenlijke pelgrimstocht. U definieert uzelf
niet als
een instituut, maar als een volk, niet als een statisch geheel, maar
als een
volk onderweg. U spreekt ook over een pelgrimstocht, een pelgrimstocht
van hoop
zelfs dit jaar. Het zijn allemaal beelden van beweging, net als het
woord
proces. Een volk dat ook een hele
duidelijke opdracht heeft, het is
door God geïnspireerd om de mensheid bij een te brengen en de mensheid
bij God
te brengen. Bij de God van liefde, vrede en gerechtigheid, de God van
Israël en
de Vader van Jezus Christus. Om de waarheid over God steeds meer
ontdekken en
te ontwikkelen. Wij zijn op weg om doordrongen te raken van deze God,
de
mensheid is op weg om hem te omarmen. Als een vorm van theosis: God is
naar ons
gekomen en nu zijn wij op weg naar God. U heeft een koers, u bent in
beweging. Het kerkbegrip van
ons Protestanten is veel statischer. Uw kerk is een kerk onderweg. En
er zitten
hier vast Dominicanen die veel meer weten van Aristoteles dan ik, maar
ik hoor
hier in dat God een beweger is en dat een mens en een kerk een doel
heeft.
Terwijl wij Protestanten ons leven toch vooral verstaan als een leven
tussen de
tijd van Christus’ leven en opstanding en zijn wederkomst. Wij wachten
– als de
meisjes die op de bruidegom wachten - en
we zijn daarin ook de laatste decennia ook wel op onszelf gericht
geraakt. We
pionieren weliswaar om nog vitaler en aantrekkelijker te zijn: maar wij
willen vooral
dat de mensen in beweging naar ons komen. U heeft
een visie om de wereld
te verenigen. Daar kunnen wij heel wat van leren! Die weg van de vereniging is
ook: een samenkomen met andere
christenen. Dat bleek uit het begin van het proces toen die uitnodiging
om mee
te doen ook op mijn deurmat viel, maar het valt mij ook op hoe
oecumenisch dit slotdocument
is.
“De weg van synodaliteit die de Katholieke Kerk bewandelt, is en moet
oecumenisch zijn, net zoals de oecumenische weg synodaal is’, schrijft
dit
document. Synodaliteit en oecumene liggen in elkaars verlengde”. En u
begrijpt
hoe verheugd ik daar over bent: uw kerk wil in deze synodale gestalte
waarlijk
oecumenisch zijn. Het
synodale eindrapport wil niet alleen inhoudelijk
oecumenisch zijn, maar bewandelt ook dezelfde weg als de oecumene. De
oecumene
verstaat zichzelf principieel als een leerweg. Oecumenische
ontmoetingen
leveren inzichten op. Doen ons een ander en dus ook onszelf opnieuw
begrijpen.
Het slotdocument wil dat de Katholieke Kerk die weg van het leren op
gaat – en
het synodale proces zelf was al zo’n leerweg. En het voornaamste
instrument
voor de leerweg is luisteren. Oecumenisch of synodaal leren is niet
feitjes
stampen, maar is luisteren. Luisteren naar elkaar, luisteren naar die
ander die
in een hele context met een hele voorgeschiedenis kerk is. Dat woord
‘luisteren’
komt bijna 50x voor in de tekst van het slotdocument. Je moet
luisteren. En dan
tot jezelf door laten dringen, het met wijsheid en inzicht overdenken.
Het
document is ook doortrokken van de Ignatiaanse spiritualiteit dat je
stil moet staan
bij wat je hoort en dan kan het gebeuren dat je concludeert dat je
wellicht een
andere weg moet inslaan. U wilt niet alleen een weg gaan, een wilt een
leerweg
gaan. Dat is uw proces. Synodaal
Nu wat meer over het synodale.
Synodaliteit is niet vreemd
aan de Christelijke Kerk. Vanaf het begin van de kerk zijn er synodes
en
concilies geweest. Dit jaar herdenken we het Concilie van Nicea, dat
1700 jaar
geleden in deze dagen van mei en juni plaats had. De Oosters-orthodoxe
en de
Oriëntaals-orthodoxe kerken kennen synodes. Uw kerk kent ook wel
priestersynodes, maar de hoofdvorm is toch die van een
bisschoppensynode. Het Tweede Vaticaanse Concilie
is gaan benadrukken dat de
kerk een zaak is van alle gelovigen, weliswaar heeft iedereen
verschillende
gaven, maar het hele volk Gods neemt deel aan de missie van de kerk.
Niet
alleen de bisschoppen en zelfs niet alleen de priesters of diakenen
maar het
hele volk Gods is in die Missio Dei, die zending, die beweging van God,
betrokken. En die lijn van het Tweede Vaticaans Concilie wordt nu
verder uitgewerkt
in het synodale proces, waarin alle gelovigen, alle gedoopten worden
betrokken bij
de richting van de kerk. Maar wat betekent dat? Wat betekent dat voor
uw
organisatie? Voor mij staat u als kerk nu op
een tweesprong. U gaat dit
rapport als kerk implementeren en dan gaat er het een en ander
veranderen in uw
kerk, speciaal ook in de verhouding tussen bisschoppen, priesters en
parochianen. Dan leidt het synodale proces tot institutionele
veranderingen in
uw kerk, waarbij gewone gelovigen veel meer meedoen in beleid en
bestuur. Zij
krijgen meer macht en dus de bisschoppen minder. Of u gaat het niet of
nauwelijks implementeren, dan veranderen
de machtsverhoudingen niet, dan is het synodale proces een eenmalige
gebeurtenis geweest. Dan is dit synodale proces een goede manier
geweest om
meer openheid in de kerk te krijgen, het is een oproep geweest aan de
geestelijken voor een andere houding, een luisterende houding, een meer
dienende houding. Dan is het ook poging om al die human resources in de
kerk
beter te benutten, door de kwaliteiten van leken beter te benutten. Ze
als
economen en psychologen in dienst te nemen, in de parochies veel meer
taken toe
te vertrouwen etc. Maar aan de machtsverhoudingen verandert er weinig,
de
priesters en bisschoppen blijven het voornamelijk voor het zeggen
houden. Dan
is het een synodale proces een soort management-operatie – human
resources
beter benutten, leidinggevenden ander gedrag aanleren, maar aan de
structuur
verandert er weinig. Kortom: is dit rapport het sluitstuk van een
bescheiden proces
– nodig na alle financiële- en misbruikschandalen en bevinden we ons nu
in de
postrevolutionaire fase of gaat er vanaf nu veel veranderen en bevinden
we ons
in een pre-revolutionaire fase. De toekomst voorspellen kan ik
niet, maar wat ik nu wel met
u wil doen is naar een eerdere wending in de kerkgeschiedenis te kijken. Want al eerder in de
kerkgeschiedenis is er al
eens zo’n wending geweest naar een synodaal proces geweest. Ik wil met
u terug
naar de tijd van de reformatie, naar de tijd dat de Protestantse synode
ontstond. En dat doe ik om met u iets te leren van de leerweg die daar
gegaan
is. Reformatie
De Protestantse synode is uit
nood geboren in het Frankrijk
van de reformatie. In Frankrijk zaten de Protestanten in de
verdrukking. Overal
waren lokale gemeentes ontstaan, maar zonder veel ordening en zonder
onderlinge
ondersteuning. De vraag was: hoe ben je dan kerk met elkaar. Want als
je
allemaal een aparte gemeente blijft, komen er zo financiële en andere
misstanden, erken je elkaars predikanten niet etc. Vanuit dat idee
kwamen de
verschillende gemeentes in Frankrijk in Parijs bijeen in 1559 voor een
eerste
synode. Het was aanvankelijk
onduidelijk of dit een permanent
instituut was. Alleen als de nood der tijden er om vroeg of is zo’n
synode iets
als het parlement, met een zittingsjaar, een geordend bestuursorgaan.
Dat is
ook een vraag die boven uw synodaal proces hangt. Is dit eenmalig? Gaan
we dit
herhalen, ja de sfeer van gezamenlijk beraad en de synodale mentaliteit
moet
blijven hangen, maar gaan we het ook institutioneel
inkaderen. Ook de voorzitter van de synode
werd alleen maar gekozen
voor de duur van de vergadering, zodat hij niet kon uitgroeien tot een
nieuwe
bisschop. Dit was Frankrijk. Nu naar
Nederland. Ook in de Nederlanden
groeit de beweging van de Reformatie en na de Beeldenstorm nemen de
vervolgingen toe. Veel mensen wijken uit naar Londen of naar het
Rijnland of
Oost-Friesland. En daar beraden ze zich op de nieuwe situatie van hun
kerk. En
omdat alle kaders van het kerkzijn, zijn weggevallen moeten ze zich op
de
grondslagen van hun kerkzijn beraden en dat doen ze heel creatiever. In
de
Nederlandse kerk in Londen wordt een revolutionaire manier uitgevonden
om de Maaltijd
van Christus te vieren. Niet meer loop je naar een priester, maar je
zit aan
tafels. Als bij een maaltijd, broederlijke en zusterlijk bijeen, zoals
Jezus
ook op de avond voor zijn dood met zijn leerlingen aan tafel zat. Een
rollenspel, een re-enactment. Maar ook over het bestuur van de kerk
wordt in de
vluchtelingengemeentes opnieuw nagedacht, dit keer vooral door
Nederlanders die
naar de Duitse landen zijn gevlucht. Zij verzamelen vertegenwoordigers
van
vluchtelingengemeenten eerst in het Rijnlandse Wezel en later in 1571
in het
Oost-Friese Emden. Naar het Franse voorbeeld houden ze daar een synode.
De notulen van de synode van
Emden, die uit 1571, zijn
verloren gegaan, maar van de voorloper van deze synode, de bijeenkomst
in Wezel
weten we vrij nauwkeurig wat daar besproken is. En waar gaat het daar
over. Het
gaat over de heerszucht van de predikanten. Over de predikanten die
maar de
baas willen spelen over de ouderlingen en de gemeente. En waar gaat het
nog
meer over, over de heerszucht van de ouderlingen – iedereen van u die
in een
parochie werkt, kent wel zulke mensen in het parochiebestuur en wat
zouden ze
graag nog meer te vertellen hebben! – en waar gaat het nog meer over,
het gaat
over de heerszucht van de gemeente. Want ook een gemeente, een parochie
kan hoogst
onredelijk zijn tegen haar voorgangers en haar bestuurders. Als ik die notulen van Wezel
vergelijk met uw synodale
rapport, dan is het synodale rapport bijna een honeymoon. We moeten
allemaal
goed naar elkaar luisteren en we moeten veel van elkaar houden. Terwijl
in
Wezel gaat het over de zonde. Dat is misschien heel Protestants, maar
het gaat
er dus over wat er allemaal mis gaat en wat je daar aan zou kunnen
doen. En men
vindt daar natuurlijk ook geen ideale oplossing, maar men probeert wel
een
evenwicht te vinden tussen de gemeente, de ambten uit de gemeenten:
ouderlingen
en diakenen en de predikanten. In de eeuwen daarna is er
geprobeerd om zeker ook in de
vertegenwoordiging naar de synode een evenwicht te zoeken tussen de
predikanten
enerzijds en de ouderlingen en diakenen anderzijds. Bij de nationale
synode van
Dordrecht in 1618-1619 zijn
er 19
ouderlingen, tegenover 37 predikanten, bijna dubbel zoveel aklsmede 5
hoogleraren in de theologie. Daarna worden er tweehonderd jaar geen
nationale
synodes gehouden, maar als o.l.v. Koning Willem I in 1816 er een nieuw
reglement voor de Hervormde Kerk verschijnt zit er nog maar 1 ouderling
in het
dagelijks bestuur tegenover een stuk of 7 predikanten. Bij de kerkorde
van 1951
krijgen de ouderlingen en diakenen duidelijk meer invloed: de
predikanten
hebben in deze kerkorde nog maar de helft van de zetels in de synode.
En op dit
moment is dat in de Protestantse Kerk iets minder dan een derde. Ambt
Wat opvalt is dat ook in de
grootste Nederlandse kerk van de
Reformatie, de Hervormde kerk, nu de Protestantse Kerk, blijft
vasthouden aan
ambten. Je wordt geroepen door God om een taak in de kerk te bekleden.
Dat kan
een predikant zijn en dan word je voor het leven beroepen in de hele
kerk. En
je wordt ook onderwezen en gevormd. En dat kan een ouderling zijn dan
word je voor
de lokale gemeente geroepen voor een afgebakende tijd. Maar ook dat is
wel een
ambt. Als ik als predikant een ouderling bevestig dan zeg ik tegen hem
of haar:
‘Gelooft u dat u in uw verkiezing door deze gemeente door God zelf tot
deze
dienst bent geroepen? Het is geen basisdemocratie, want de kerk is niet
iets
dat uit de mensen, uit de wereld oprijst, maar de kerk is het werk van
de
heilige Geest, het is iets kostbaars. Het zijn de ambtsdragers die de
gemeente
besturen en er zijn maar een paar spaarzame momenten dat een
gemeentevergadering met alle gemeenteleden (en dan alleen nog de
belijdende
leden!) ergens over stemt. Ik proefde iets dergelijks ook in de woorden
die de magister-generaal
van uw orde Gerard Francisco
Timoner aan het begin van het synodale proces 5 jaar geleden in een
interview
nadrukkelijk stelde, toen hij zei: ‘synodaliteit is niet hetzelfde als
democratie’. Ook bij de Oud-Katholieken valt
het ook wel weer mee met de
democratie. Je hebt er een synode van priesters, die jaarlijks bijeen
komt en
daar de besluiten neemt. En daarnaast heb je een synode van leken, die
ook
jaarlijks bijeen komt, maar alleen een adviserende stem heeft. Ik weet
niet of
dat wel zo goed werkt, eerlijk gezegd heb ik daar geen zicht op, maar
het komt
op mij over alsof je dan in een deelgemeenteraad zit in Amsterdam, daar
mag je
meespreken over de kleur van de bestrating in je wijk, maar dat is het
dan ook
wel. Tenzij, tenzij je je licht
opsteekt bij de Radicale
Reformatie. De Doopsgezinden kennen geen ambten. Ze kennen geen
ouderlingen of
diakenen en de predikanten zijn gewone gemeenteleden die vrijgesteld
zijn voor
het werk dat ze doen. Ze hebben trouwens ook geen leer. En in dat
voetspoor
zijn er tal van congregationalistische gemeentes. Welke
weg?
Waarom vertel ik u dit nu
allemaal zo uitgebreid? Omdat ik u
duidelijk wil maken dat je synodaliteit zult moeten institutionaliseren
als je
echt een synodale kerk wil. Dan zul je instituties moeten scheppen die
het hele
volk van God laten meedoen. En het synodale eindrapport wil dat ook.
Het stelt:
‘Er wordt gestreefd naar het bevorderen van participatie op basis van
een
gedifferentieerde medeverantwoordelijkheid. Elk lid van de gemeenschap
moet
gerespecteerd worden, en zijn of haar capaciteiten en gaven moeten
worden
ingezet met het oog op de gezamenlijke besluitvorming. Er dient
voorzien te
worden in vormen van institutionele bemiddeling met een min of meer een
vaste
structuur’. En ik vertel u dit ook zo
uitgebreid omdat je als je gaat
institutionaliseren je goed moet kijken naar wat betekent elk ambt in
de kerk
nu precies en wat is het goede evenwicht tussen de verschillende ambten
en geledingen.
En aan de ene kant is dat laatste niet zo makkelijk, aan de andere kant
laat de
geschiedenis van de Hervormde en Protestantse Kerk zien dat dat ook
steeds weer
kan schuiven. Dus: doe maar wat, begin maar, leer maar! Maar misschien gaat u ook niets
institutionaliseren. Denkt u
daarmee gooien we teveel overhoop in onze kerk, raakt onze kerk teveel
uit
balans. Raakt iets van de Katholieke kostbaarheid en authenticiteit in
de
verdrukking. En bovendien: zal
dit alles
niet aanleiding geven tot een vernietigende machtsstrijd in de kerk. En
het kan
best zijn dat in een meer democratische structuur de conservatieven het
allereerst voor het zeggen krijgen. Dus er zijn redenen om te zeggen:
dit
synodale proces in onze kerk was eenmalig, of misschien over 70 jaar
weer. Ik
vind dat een reële mogelijkheid. Het synodale denken wordt dan meer een
ethos van
de priesters en de bisschoppen, misschien zelfs een beroepscode.
Bisschoppen en
priesters gaan meer luisteren. Worden daar ook in onderwezen en op
geselecteerd.
En leken worden betrokken en krijgen duidelijke functies als
penningmeester of
in het onderwijs zoals nu ook al in Nederland en Duitsland gebeurt. Maar de
vraag
blijft: is dat houdbaar. Hoe blijven de leken daar naar kijken? Blijven
goed
opgeleide mensen in een organisatie actief waar ze uiteindelijk weinig
te
zeggen hebben en overgeleverd zijn aan de ‘heerszucht’ van de priester
of de
bisschop? Of stemmen ze met hun voeten, blijven ze thuis of zoeken ze
een
andere kerk. En de meeste mensen zijn tegenwoordig goed opgeleid. Poetin Ik gooi er
nog
iets anders in. Wereldwijd wordt de democratie en de rechtstaat
bedreigd. Door
Poetin, door Trump, Wilders, Marine Le Pen, Weidel noem maar op. En we
zien in
Rusland, in Hongarije en nu ook de VS en al eerder in Polen dat als dit
soort
lieden de macht krijgen ze ook actief tegenkrachten uitschakelen en
democratische checks and balances overboord gooien. Ik denk dat alle
democratische krachten in Nederland zich moeten verenigen om dit in
Nederland
te voorkomen. Want als wij hier een in Europa een autoritaire
bestuursvorm
krijgen dan zitten we daar generaties lang aan vast. Wat
betekent
deze situatie voor de voortzetting van het synodale proces. Aan de ene
kant kan
je zeggen: een meer democratische Katholieke Kerk kan een wereldwijde
democratische kracht zijn. Stel je toch voor dat overal in Afrika, Azië
en in
het Midden Oosten christenen leren omgaan met medezeggenschap in
parochieraden
en in plaatselijke synodes. Dat is een wereldwijde democratische kracht
ten
goede. In 1867 kregen de mannelijke lidmaten in de hele Hervormde Kerk
stemrecht bij de verkiezing van de kerkenraad. Dat is een onderschat,
maar een
heel wezenlijk onderdeel geweest van de verkrijging van het Algemeen
Kiesrecht.
50 jaar voordat iedereen voor de Tweede Kamer kon stemmen, kon je al de
kerkenraad kiezen. Maar
de huidige wereldsituatie is net zo goed een reden om het synodale
proces niet door
te zetten tot in institutionele veranderingen aan toe. Als je gaat
hervormen
komen er radicale krachten los, maar ook tegenkrachten. Wat er op dit
moment in
Duitsland gebeurt vervult mij met zorg. Als ik het goed begrepen heb,
wil de
meerderheid van de Duitse bisschoppen daar een synode waar de leken de
helft
van de zetels hebben. Maar het Vaticaan is niet enthousiast en 4
bisschoppen hebben
al gezegd deze synode niet te erkennen. Blijft daar de kerk wel bijeen?
Blijft
de kerk wereldwijd bijeen? Als Protestant weet ik alles van
kerkscheuringen en
ik moet u zeggen: dat moet je niet willen. En ik zie dat in de VS,
mensen rond
Vice-President Vance en in Engeland er priesters staan te trappelen om
zo’n
nieuwe Hersteld Katholieke Kerk te vormen. U zult heel wijs moeten
besturen. En
er voor moeten zorgen dat die communio waar u naar streeft overeind
blijft. Paus
Leo gaat het niet makkelijk krijgen. Hij zou de paus van de
consolidatie moeten
zijn, maar of dat kan? Vrouwen Tenslotte is er één zaak
waarvoor je niet de hele structuur
van de kerk overhoop hoeft te halen, maar die wel de sfeer in de kerk
krachtig
kan veranderen. Het is iets dat in het synodale rapport uitdrukkelijk
genoemd
wordt: versterk de positie van vrouwen in uw kerk. Wat mij betreft tot
in het
bisschopsambt aan toe – maar ik ga hier niet een discussie overdoen die
u al 60
jaar voert en waarvan u alle argumenten uit en te na kent. Of toch wel.
Er is
een argument dat vrij recent is en dat ik nog weinig hoor. Wist u dat
meisjes
al decennia hogere cijfers halen dan jongens? Wist u dat op de
universiteiten
60% van de studenten jonge vrouwen zijn. Als u vrouwen onvoldoende
functies
geeft dan mist u de slimste en de beste mensen van de toekomstige
generaties.
Dus gooi dat diakenambt open. En als er wat meer tijd nodig is om het
priesterambt open te gooien, zorg dan dat de vrouwen massaal les gaan
geven in
de seminaries en de universiteiten. Ik wil dat over 10 jaar in uw kerk
80% van
de hoogleraren en docenten een vrouw is. Dan behoudt u de knapste
koppen en dan
kan iedereen alvast een beetje wennen aan de volgende stap. |