Na het Synodale Proces: een tweesprong
Naar Homepage

Naar Archief

Door de Nederlandse Orde van Dominicanen werd ik uitgenodigd om op een ontmoetingsdag 31 mei 2025 te reflecteren op het Slotdocument van het Synodale Proces. Dit is de lezing die ik daar gehouden heb. 

Vier jaar geleden werd ik uitgenodigd door de parochie van mijn toenmalige woonplaats Hoofddorp om mee te doen aan hun beraad voor het Synodale proces. Ik vond dat mooi en heb dan ook meteen ‘ja’ gezegd. De uitnodiging gaf aan dat het Synodale Proces van meet af aan oecumenisch was, niet alleen gericht was op Rooms-Katholieke geestelijken en parochianen, maar als predikant van de plaatselijke Protestantse gemeente was ik uitdrukkelijk uitgenodigd door deze parochie. En dat was een bijzonder aardige bijeenkomst in het Parochiehuis met veel koffie, veel koek en een mooi en intensief beraad.

Zo heb ik dus het begin van het Synodaal Proces meegemaakt en nu aan het voorlopige einde mag ik opnieuw – en opnieuw oecumenisch - een beetje meedoen.

Proces

Ik zal dat doen door met u te reflecteren op die beide woorden van het ‘synodale proces’: ‘synodaal’ en ‘proces’. En ik begin niet met het woord ‘synodaal’, maar met het woord ‘proces’. U bent een proces ingegaan – en in het woord ‘proces’ zit iets van beweging, van vooruitgaan, ook van verandering en bekering. En dat klinkt nieuw – en dat is het ook wel – maar het sluit ook aan bij zoals uw kerk zich verstaat sinds het Tweede Vaticaanse Concilie, namelijk als Gods volk onderweg. Gods volk onderweg, dat duidt op beweging, op een trektocht, een gezamenlijke pelgrimstocht. U definieert uzelf niet als een instituut, maar als een volk, niet als een statisch geheel, maar als een volk onderweg. U spreekt ook over een pelgrimstocht, een pelgrimstocht van hoop zelfs dit jaar. Het zijn allemaal beelden van beweging, net als het woord proces.

Een volk dat ook een hele duidelijke opdracht heeft, het is door God geïnspireerd om de mensheid bij een te brengen en de mensheid bij God te brengen. Bij de God van liefde, vrede en gerechtigheid, de God van Israël en de Vader van Jezus Christus. Om de waarheid over God steeds meer ontdekken en te ontwikkelen. Wij zijn op weg om doordrongen te raken van deze God, de mensheid is op weg om hem te omarmen. Als een vorm van theosis: God is naar ons gekomen en nu zijn wij op weg naar God.

U heeft een koers, u bent in beweging. Het kerkbegrip van ons Protestanten is veel statischer. Uw kerk is een kerk onderweg. En er zitten hier vast Dominicanen die veel meer weten van Aristoteles dan ik, maar ik hoor hier in dat God een beweger is en dat een mens en een kerk een doel heeft. Terwijl wij Protestanten ons leven toch vooral verstaan als een leven tussen de tijd van Christus’ leven en opstanding en zijn wederkomst. Wij wachten – als de meisjes die op de bruidegom wachten -  en we zijn daarin ook de laatste decennia ook wel op onszelf gericht geraakt. We pionieren weliswaar om nog vitaler en aantrekkelijker te zijn: maar wij willen vooral dat de mensen in beweging naar ons komen. U heeft een visie om de wereld te verenigen. Daar kunnen wij heel wat van leren!

Die weg van de vereniging is ook: een samenkomen met andere christenen. Dat bleek uit het begin van het proces toen die uitnodiging om mee te doen ook op mijn deurmat viel, maar het valt mij ook op hoe oecumenisch dit slotdocument is. “De weg van synodaliteit die de Katholieke Kerk bewandelt, is en moet oecumenisch zijn, net zoals de oecumenische weg synodaal is’, schrijft dit document. Synodaliteit en oecumene liggen in elkaars verlengde”. En u begrijpt hoe verheugd ik daar over bent: uw kerk wil in deze synodale gestalte waarlijk oecumenisch zijn.

Het synodale eindrapport wil niet alleen inhoudelijk oecumenisch zijn, maar bewandelt ook dezelfde weg als de oecumene. De oecumene verstaat zichzelf principieel als een leerweg. Oecumenische ontmoetingen leveren inzichten op. Doen ons een ander en dus ook onszelf opnieuw begrijpen. Het slotdocument wil dat de Katholieke Kerk die weg van het leren op gaat – en het synodale proces zelf was al zo’n leerweg. En het voornaamste instrument voor de leerweg is luisteren. Oecumenisch of synodaal leren is niet feitjes stampen, maar is luisteren. Luisteren naar elkaar, luisteren naar die ander die in een hele context met een hele voorgeschiedenis kerk is. Dat woord ‘luisteren’ komt bijna 50x voor in de tekst van het slotdocument. Je moet luisteren. En dan tot jezelf door laten dringen, het met wijsheid en inzicht overdenken. Het document is ook doortrokken van de Ignatiaanse spiritualiteit dat je stil moet staan bij wat je hoort en dan kan het gebeuren dat je concludeert dat je wellicht een andere weg moet inslaan. U wilt niet alleen een weg gaan, een wilt een leerweg gaan. Dat is uw proces.

Synodaal

Nu wat meer over het synodale. Synodaliteit is niet vreemd aan de Christelijke Kerk. Vanaf het begin van de kerk zijn er synodes en concilies geweest. Dit jaar herdenken we het Concilie van Nicea, dat 1700 jaar geleden in deze dagen van mei en juni plaats had. De Oosters-orthodoxe en de Oriëntaals-orthodoxe kerken kennen synodes. Uw kerk kent ook wel priestersynodes, maar de hoofdvorm is toch die van een bisschoppensynode.

Het Tweede Vaticaanse Concilie is gaan benadrukken dat de kerk een zaak is van alle gelovigen, weliswaar heeft iedereen verschillende gaven, maar het hele volk Gods neemt deel aan de missie van de kerk. Niet alleen de bisschoppen en zelfs niet alleen de priesters of diakenen maar het hele volk Gods is in die Missio Dei, die zending, die beweging van God, betrokken. En die lijn van het Tweede Vaticaans Concilie wordt nu verder uitgewerkt in het synodale proces, waarin alle gelovigen, alle gedoopten worden betrokken bij de richting van de kerk. Maar wat betekent dat? Wat betekent dat voor uw organisatie?

Voor mij staat u als kerk nu op een tweesprong. U gaat dit rapport als kerk implementeren en dan gaat er het een en ander veranderen in uw kerk, speciaal ook in de verhouding tussen bisschoppen, priesters en parochianen. Dan leidt het synodale proces tot institutionele veranderingen in uw kerk, waarbij gewone gelovigen veel meer meedoen in beleid en bestuur. Zij krijgen meer macht en dus de bisschoppen minder.

Of u gaat het niet of nauwelijks implementeren, dan veranderen de machtsverhoudingen niet, dan is het synodale proces een eenmalige gebeurtenis geweest. Dan is dit synodale proces een goede manier geweest om meer openheid in de kerk te krijgen, het is een oproep geweest aan de geestelijken voor een andere houding, een luisterende houding, een meer dienende houding. Dan is het ook poging om al die human resources in de kerk beter te benutten, door de kwaliteiten van leken beter te benutten. Ze als economen en psychologen in dienst te nemen, in de parochies veel meer taken toe te vertrouwen etc. Maar aan de machtsverhoudingen verandert er weinig, de priesters en bisschoppen blijven het voornamelijk voor het zeggen houden. Dan is het een synodale proces een soort management-operatie – human resources beter benutten, leidinggevenden ander gedrag aanleren, maar aan de structuur verandert er weinig. Kortom: is dit rapport het sluitstuk van een bescheiden proces – nodig na alle financiële- en misbruikschandalen en bevinden we ons nu in de postrevolutionaire fase of gaat er vanaf nu veel veranderen en bevinden we ons in een pre-revolutionaire fase.

De toekomst voorspellen kan ik niet, maar wat ik nu wel met u wil doen is naar een eerdere wending in de kerkgeschiedenis te kijken.  Want al eerder in de kerkgeschiedenis is er al eens zo’n wending geweest naar een synodaal proces geweest. Ik wil met u terug naar de tijd van de reformatie, naar de tijd dat de Protestantse synode ontstond. En dat doe ik om met u iets te leren van de leerweg die daar gegaan is.

Reformatie

De Protestantse synode is uit nood geboren in het Frankrijk van de reformatie. In Frankrijk zaten de Protestanten in de verdrukking. Overal waren lokale gemeentes ontstaan, maar zonder veel ordening en zonder onderlinge ondersteuning. De vraag was: hoe ben je dan kerk met elkaar. Want als je allemaal een aparte gemeente blijft, komen er zo financiële en andere misstanden, erken je elkaars predikanten niet etc. Vanuit dat idee kwamen de verschillende gemeentes in Frankrijk in Parijs bijeen in 1559 voor een eerste synode.

Het was aanvankelijk onduidelijk of dit een permanent instituut was. Alleen als de nood der tijden er om vroeg of is zo’n synode iets als het parlement, met een zittingsjaar, een geordend bestuursorgaan. Dat is ook een vraag die boven uw synodaal proces hangt. Is dit eenmalig? Gaan we dit herhalen, ja de sfeer van gezamenlijk beraad en de synodale mentaliteit moet blijven hangen, maar gaan we het ook  institutioneel inkaderen.

Ook de voorzitter van de synode werd alleen maar gekozen voor de duur van de vergadering, zodat hij niet kon uitgroeien tot een nieuwe bisschop.

Dit was Frankrijk. Nu naar Nederland. Ook in de Nederlanden groeit de beweging van de Reformatie en na de Beeldenstorm nemen de vervolgingen toe. Veel mensen wijken uit naar Londen of naar het Rijnland of Oost-Friesland. En daar beraden ze zich op de nieuwe situatie van hun kerk. En omdat alle kaders van het kerkzijn, zijn weggevallen moeten ze zich op de grondslagen van hun kerkzijn beraden en dat doen ze heel creatiever. In de Nederlandse kerk in Londen wordt een revolutionaire manier uitgevonden om de Maaltijd van Christus te vieren. Niet meer loop je naar een priester, maar je zit aan tafels. Als bij een maaltijd, broederlijke en zusterlijk bijeen, zoals Jezus ook op de avond voor zijn dood met zijn leerlingen aan tafel zat. Een rollenspel, een re-enactment. Maar ook over het bestuur van de kerk wordt in de vluchtelingengemeentes opnieuw nagedacht, dit keer vooral door Nederlanders die naar de Duitse landen zijn gevlucht. Zij verzamelen vertegenwoordigers van vluchtelingengemeenten eerst in het Rijnlandse Wezel en later in 1571 in het Oost-Friese Emden. Naar het Franse voorbeeld houden ze daar een synode.

De notulen van de synode van Emden, die uit 1571, zijn verloren gegaan, maar van de voorloper van deze synode, de bijeenkomst in Wezel weten we vrij nauwkeurig wat daar besproken is. En waar gaat het daar over. Het gaat over de heerszucht van de predikanten. Over de predikanten die maar de baas willen spelen over de ouderlingen en de gemeente. En waar gaat het nog meer over, over de heerszucht van de ouderlingen – iedereen van u die in een parochie werkt, kent wel zulke mensen in het parochiebestuur en wat zouden ze graag nog meer te vertellen hebben! – en waar gaat het nog meer over, het gaat over de heerszucht van de gemeente. Want ook een gemeente, een parochie kan hoogst onredelijk zijn tegen haar voorgangers en haar bestuurders.

Als ik die notulen van Wezel vergelijk met uw synodale rapport, dan is het synodale rapport bijna een honeymoon. We moeten allemaal goed naar elkaar luisteren en we moeten veel van elkaar houden. Terwijl in Wezel gaat het over de zonde. Dat is misschien heel Protestants, maar het gaat er dus over wat er allemaal mis gaat en wat je daar aan zou kunnen doen. En men vindt daar natuurlijk ook geen ideale oplossing, maar men probeert wel een evenwicht te vinden tussen de gemeente, de ambten uit de gemeenten: ouderlingen en diakenen en de predikanten.

In de eeuwen daarna is er geprobeerd om zeker ook in de vertegenwoordiging naar de synode een evenwicht te zoeken tussen de predikanten enerzijds en de ouderlingen en diakenen anderzijds. Bij de nationale synode van Dordrecht in 1618-1619  zijn er 19 ouderlingen, tegenover 37 predikanten, bijna dubbel zoveel aklsmede 5 hoogleraren in de theologie. Daarna worden er tweehonderd jaar geen nationale synodes gehouden, maar als o.l.v. Koning Willem I in 1816 er een nieuw reglement voor de Hervormde Kerk verschijnt zit er nog maar 1 ouderling in het dagelijks bestuur tegenover een stuk of 7 predikanten. Bij de kerkorde van 1951 krijgen de ouderlingen en diakenen duidelijk meer invloed: de predikanten hebben in deze kerkorde nog maar de helft van de zetels in de synode. En op dit moment is dat in de Protestantse Kerk iets minder dan een derde.

Ambt

Wat opvalt is dat ook in de grootste Nederlandse kerk van de Reformatie, de Hervormde kerk, nu de Protestantse Kerk, blijft vasthouden aan ambten. Je wordt geroepen door God om een taak in de kerk te bekleden. Dat kan een predikant zijn en dan word je voor het leven beroepen in de hele kerk. En je wordt ook onderwezen en gevormd. En dat kan een ouderling zijn dan word je voor de lokale gemeente geroepen voor een afgebakende tijd. Maar ook dat is wel een ambt. Als ik als predikant een ouderling bevestig dan zeg ik tegen hem of haar: ‘Gelooft u dat u in uw verkiezing door deze gemeente door God zelf tot deze dienst bent geroepen? Het is geen basisdemocratie, want de kerk is niet iets dat uit de mensen, uit de wereld oprijst, maar de kerk is het werk van de heilige Geest, het is iets kostbaars. Het zijn de ambtsdragers die de gemeente besturen en er zijn maar een paar spaarzame momenten dat een gemeentevergadering met alle gemeenteleden (en dan alleen nog de belijdende leden!) ergens over stemt. Ik proefde iets dergelijks ook in de woorden die de  magister-generaal van uw orde Gerard Francisco Timoner aan het begin van het synodale proces 5 jaar geleden in een interview nadrukkelijk stelde, toen hij zei: ‘synodaliteit is niet hetzelfde als democratie’.

Ook bij de Oud-Katholieken valt het ook wel weer mee met de democratie. Je hebt er een synode van priesters, die jaarlijks bijeen komt en daar de besluiten neemt. En daarnaast heb je een synode van leken, die ook jaarlijks bijeen komt, maar alleen een adviserende stem heeft. Ik weet niet of dat wel zo goed werkt, eerlijk gezegd heb ik daar geen zicht op, maar het komt op mij over alsof je dan in een deelgemeenteraad zit in Amsterdam, daar mag je meespreken over de kleur van de bestrating in je wijk, maar dat is het dan ook wel.

Tenzij, tenzij je je licht opsteekt bij de Radicale Reformatie. De Doopsgezinden kennen geen ambten. Ze kennen geen ouderlingen of diakenen en de predikanten zijn gewone gemeenteleden die vrijgesteld zijn voor het werk dat ze doen. Ze hebben trouwens ook geen leer. En in dat voetspoor zijn er tal van congregationalistische gemeentes.

Welke weg?

Waarom vertel ik u dit nu allemaal zo uitgebreid? Omdat ik u duidelijk wil maken dat je synodaliteit zult moeten institutionaliseren als je echt een synodale kerk wil. Dan zul je instituties moeten scheppen die het hele volk van God laten meedoen. En het synodale eindrapport wil dat ook. Het stelt: ‘Er wordt gestreefd naar het bevorderen van participatie op basis van een gedifferentieerde medeverantwoordelijkheid. Elk lid van de gemeenschap moet gerespecteerd worden, en zijn of haar capaciteiten en gaven moeten worden ingezet met het oog op de gezamenlijke besluitvorming. Er dient voorzien te worden in vormen van institutionele bemiddeling met een min of meer een vaste structuur’.

En ik vertel u dit ook zo uitgebreid omdat je als je gaat institutionaliseren je goed moet kijken naar wat betekent elk ambt in de kerk nu precies en wat is het goede evenwicht tussen de verschillende ambten en geledingen. En aan de ene kant is dat laatste niet zo makkelijk, aan de andere kant laat de geschiedenis van de Hervormde en Protestantse Kerk zien dat dat ook steeds weer kan schuiven. Dus: doe maar wat, begin maar, leer maar!

Maar misschien gaat u ook niets institutionaliseren. Denkt u daarmee gooien we teveel overhoop in onze kerk, raakt onze kerk teveel uit balans. Raakt iets van de Katholieke kostbaarheid en authenticiteit in de verdrukking. En bovendien:  zal dit alles niet aanleiding geven tot een vernietigende machtsstrijd in de kerk. En het kan best zijn dat in een meer democratische structuur de conservatieven het allereerst voor het zeggen krijgen. Dus er zijn redenen om te zeggen: dit synodale proces in onze kerk was eenmalig, of misschien over 70 jaar weer. Ik vind dat een reële mogelijkheid. Het synodale denken wordt dan meer een ethos van de priesters en de bisschoppen, misschien zelfs een beroepscode. Bisschoppen en priesters gaan meer luisteren. Worden daar ook in onderwezen en op geselecteerd. En leken worden betrokken en krijgen duidelijke functies als penningmeester of in het onderwijs zoals nu ook al in Nederland en Duitsland gebeurt.

Maar de vraag blijft: is dat houdbaar. Hoe blijven de leken daar naar kijken? Blijven goed opgeleide mensen in een organisatie actief waar ze uiteindelijk weinig te zeggen hebben en overgeleverd zijn aan de ‘heerszucht’ van de priester of de bisschop? Of stemmen ze met hun voeten, blijven ze thuis of zoeken ze een andere kerk. En de meeste mensen zijn tegenwoordig goed opgeleid.

Poetin

Ik gooi er nog iets anders in. Wereldwijd wordt de democratie en de rechtstaat bedreigd. Door Poetin, door Trump, Wilders, Marine Le Pen, Weidel noem maar op. En we zien in Rusland, in Hongarije en nu ook de VS en al eerder in Polen dat als dit soort lieden de macht krijgen ze ook actief tegenkrachten uitschakelen en democratische checks and balances overboord gooien. Ik denk dat alle democratische krachten in Nederland zich moeten verenigen om dit in Nederland te voorkomen. Want als wij hier een in Europa een autoritaire bestuursvorm krijgen dan zitten we daar generaties lang aan vast.

Wat betekent deze situatie voor de voortzetting van het synodale proces. Aan de ene kant kan je zeggen: een meer democratische Katholieke Kerk kan een wereldwijde democratische kracht zijn. Stel je toch voor dat overal in Afrika, Azië en in het Midden Oosten christenen leren omgaan met medezeggenschap in parochieraden en in plaatselijke synodes. Dat is een wereldwijde democratische kracht ten goede. In 1867 kregen de mannelijke lidmaten in de hele Hervormde Kerk stemrecht bij de verkiezing van de kerkenraad. Dat is een onderschat, maar een heel wezenlijk onderdeel geweest van de verkrijging van het Algemeen Kiesrecht. 50 jaar voordat iedereen voor de Tweede Kamer kon stemmen, kon je al de kerkenraad kiezen.

Maar de huidige wereldsituatie is net zo goed een reden om het synodale proces niet door te zetten tot in institutionele veranderingen aan toe. Als je gaat hervormen komen er radicale krachten los, maar ook tegenkrachten. Wat er op dit moment in Duitsland gebeurt vervult mij met zorg. Als ik het goed begrepen heb, wil de meerderheid van de Duitse bisschoppen daar een synode waar de leken de helft van de zetels hebben. Maar het Vaticaan is niet enthousiast en 4 bisschoppen hebben al gezegd deze synode niet te erkennen. Blijft daar de kerk wel bijeen? Blijft de kerk wereldwijd bijeen? Als Protestant weet ik alles van kerkscheuringen en ik moet u zeggen: dat moet je niet willen. En ik zie dat in de VS, mensen rond Vice-President Vance en in Engeland er priesters staan te trappelen om zo’n nieuwe Hersteld Katholieke Kerk te vormen. U zult heel wijs moeten besturen. En er voor moeten zorgen dat die communio waar u naar streeft overeind blijft. Paus Leo gaat het niet makkelijk krijgen. Hij zou de paus van de consolidatie moeten zijn, maar of dat kan?

Vrouwen

Tenslotte is er één zaak waarvoor je niet de hele structuur van de kerk overhoop hoeft te halen, maar die wel de sfeer in de kerk krachtig kan veranderen. Het is iets dat in het synodale rapport uitdrukkelijk genoemd wordt: versterk de positie van vrouwen in uw kerk. Wat mij betreft tot in het bisschopsambt aan toe – maar ik ga hier niet een discussie overdoen die u al 60 jaar voert en waarvan u alle argumenten uit en te na kent. Of toch wel. Er is een argument dat vrij recent is en dat ik nog weinig hoor. Wist u dat meisjes al decennia hogere cijfers halen dan jongens? Wist u dat op de universiteiten 60% van de studenten jonge vrouwen zijn. Als u vrouwen onvoldoende functies geeft dan mist u de slimste en de beste mensen van de toekomstige generaties. Dus gooi dat diakenambt open. En als er wat meer tijd nodig is om het priesterambt open te gooien, zorg dan dat de vrouwen massaal les gaan geven in de seminaries en de universiteiten. Ik wil dat over 10 jaar in uw kerk 80% van de hoogleraren en docenten een vrouw is. Dan behoudt u de knapste koppen en dan kan iedereen alvast een beetje wennen aan de volgende stap.