Matthias, de nieuwe leerling, en het lot
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar
Preekarchief

Een tijdje geleden was er een boek te koop met de mooie titel: ‘Het boek met alle antwoorden’. Op elke bladzijde van dat boek staat een antwoord. “Sluit vriendschap met jezelf”. “Maak een reis” of “Loslaten”. Zo bevat het boek een paar honderd antwoorden. Nu zijn antwoorden natuurlijk altijd mooi, maar wat zijn de vragen? Die vragen staan niet in het boek. Die vragen moet je zelf stellen. Je moet voor jezelf een vraag formuleren, bijvoorbeeld: “hoe vind ik meer ontspanning in mijn leven” “wat is mijn bron” en dan pak je het boek, je slaat het op een willekeurige bladzijde open en vervolgens ga je nadenken over het antwoord dat je vindt. Dat antwoord is natuurlijk volstrekt willekeurig en toch: het maakt je los uit je eigen gedachten, het zet je op een denkspoor dat je zelf zo nog niet had, het roept associaties bij je op die je misschien verder kunnen brengen.

Ook de bijbel wordt zo gebruikt. Mensen die met een levensvraag zitten pakken de bijbel en slaan hem op een willekeurige bladzijde op. Ze lezen en vinden daar een antwoord op de vraag die hen bezighoudt. Of misschien heeft u het zelf wel eens gedaan als u een passage zoekt in de bijbel om zomaar voor jezelf te lezen: gewoon de bijbel openslaan en je laten verrassen door wat er staat.

Het mooie daarvan is dat je bij zaken terecht komt, die je zo nog niet eerder wist. Als je heel geordend te werk was gegaan, was je daar nooit gekomen, was je blijven steken in de orde die je al had. En misschien zat je juist daarom wel vast. Het ook eens overlaten aan het toeval doorbreekt je denk- en leefpatronen. Op vakantie kan dat nog iets makkelijker dan in je gewone leven: ga dat rare poortje maar eens, volg die tip van de bed- en breakfast-verhuurder, dat je eigenlijk niet vertrouwt. Maar ik heb het ook leren doen in mijn gewone leven: niet ideeŽn die ik niet zie zitten meteen afschieten, maar me ook laten verrassen. Soms is het goed om dat wat op je af komt, wat je toe valt, te bestuderen, te wegen en misschien ook wel onderdeel te maken van je leven.

Bij de verdeling van het land IsraŽl speelt het toeval een grote rol. De verschillende gebiedsdelen worden door het lot aan de twaalf stammen van IsraŽl gegeven. Dus niet wie er het eerste komt: ‘ik was er het eerst!’ – ook niet door te kiezen of te onderhandelen, maar de stammen van IsraŽl krijgen hun stamgebied door het lot toegewezen, door toeval. Ook dat is er om de stammen van IsraŽl niet vast te doen zitten. Niet te vast aan de grond: want ze hebben hun grondgebied als erfdeel van God gekregen. Het is niet hun privť-bezit, waarmee ze kunnen doen wat ze willen. Het is land dat God hun gegeven heeft. En dat brengt verplichtingen met zich mee: ze moeten daar Gods wet houden, zijn volk worden, mens zijn zoals God dat wil. Het land is niet van hen, ze hebben het niet door eigen verdienste verworven: het is toeval of zo je wilt goddelijke bedeling. Het lot is geworpen en toen kwam het zo uit dat de stam Simeon in het zuiden zijn plaats krijgt en de stam Benjamin het gebied ten noorden van Jeruzalem. Maar waren de loten anders gevallen dan was het misschien andersom geweest. Het wijst erop: het land is niet van jou zodat je er mee kunt doen wat je wilt, maar het is er voor jou, om God daar te dienen.

Ook de 12 leerlingen van Jezus ontvangen een erfdeel. Zoals ooit de 12 stammen een stuk land als erfdeel kregen, zo krijgen de leerlingen van Jezus een plaats in de kring van Jezus’ leerlingen. Elk aards erfdeel zijn ze kwijt. Hun schepen en akkers hebben ze verlaten, hun ouders en misschien zelfs hun kinderen in de steek gelaten, maar ze hebben er een plaats in de kring van Jezus voor terug gekregen. Twaalf plaatsen in de kring rond Jezus als erfdeel die op aarde het fundament vormen van de nieuwe gemeente.

Van Judas weten we dat hij Jezus voor geld verraden heeft. En hier wordt gezegd: eigenlijk heeft Judas hier zijn erfdeel verraden. Hij was ťťn van de twaalf, pijler van de gemeenschap van Christus. Dat betekende een dienst, een opdracht, maar deze positie gebruikte hij om Jezus te verraden. En meer dan dat: zijn erfdeel in de beweging van Jezus wisselde hij in voor aards privť-bezit van grond. Alle discipelen hadden hun schip en hun akker in de steek gelaten, maar hij zorgt ervoor dat hij alsnog een materieel erfdeel krijgt. Hij ruilde zijn erfdeel van Jezus, de plaats die hij had onder de discipelen, in voor geld waarmee hij een stuk grond kocht. Hij maakte gebruik van zijn positie, doordat hij Jezus aanwees aan de Romeinse soldaten. Hij bracht zijn erfdeel van Jezus op de markt, alsof het zijn eigen privť-bezit was, alsof hij met zijn vooraanstaande plaats in de beweging rond Jezus kon doen wat hij wou. Alsof hij die door eigen verdienste verworven had en er zelf meester over was.

Hij miskent daarbij dat hij ooit tot die plaats geroepen is geweest. Dat God hem ooit die plaats gegeven heeft. Het is een erfdeel dat hij ontvangen heeft van God, een plaats die niet zijn privť-eigendom is. Want het is een plaats met een opdracht. Hij mag staan op deze plaats om een opdracht uit te voeren, namelijk om te dienen. Hij mag een dienst verrichten, de plaats in de kring van Jezus’ discipelen is een dienst, een bediening. Het is een dienst die hij mag verrichten aan God en de mensen. Zoals de 12 stammen van Israel hun erfdeel kregen om daar God te dienen, ontvangen de 12 discipelen hun plaats om daar God te dienen. En zoals de stammen van Israel toen zij niet goed met hun erfdeel omgingen hun land verloren en in ballingschap werden gevoerd zo verliest Judas de plaats waarop hij staat. Hij stort voorover en is dood.

Wij zeggen dat je als ouderling, of als predikant of burgemeester in het ambt staat. Er is het ambt en jij gaat op de plek van dat ambt staan. Je bekleedt het en als je termijn erop zit, treedt je af. Je bekleedt het ambt en als teken daarvan krijg je een ambtskleed om: teken dat je niet samenvalt met het ambt. Het is niet van jou. Het is je gegeven voor een tijd. Misbruik van die plaats weegt daarom zwaar. Ambtsmisbruik, om zelf rijker te worden, of om seksuele gunsten te krijgen weegt daarom extra zwaar. Je steelt niet alleen, maar je bezoedelt ook nog je ambt.

De plaats waarop Judas stond moet door een ander ingenomen worden. Het erfdeel van Christus, de plaats in de kring van de twaalf, moet door een ander worden bezet. En zoals het erfdeel van het land door het lot bepaald werd, zo wordt ook dit erfdeel door het lot aangewezen. Twee mannen worden er voorgedragen die men allebei geschikt acht. Jozef Barsabbas en Matthias. En dan valt het lot op Matthias. God zelf wijst Matthias aan als apostel, roept hem, stelt hem in het ambt. Je kan zeggen, het is toeval dat hij het geworden is en niet de ander, je kan zeggen: God wees hem aan. Maar hoe dat ook zij, het was niet een mens die hem aanwees, het was niet zijn eigen voortreffelijkheid die hem daar bracht.  

Tegenwoordig gaan er stemmen op om volksvertegenwoordigers niet door verkiezingen te laten kiezen, maar door loting. Ik weet niet of dit uiteindelijk een goed idee is, maar ik begrijp het idee er achter: gewone volksvertegenwoordigers moeten vaak door een heel proces van selectie door politieke partijen. Je krijgt vooral een bepaald type mensen: hoog opgeleid, handig in de politiek. Met loting krijg je een grotere dwarsdoorsnee van de bevolking. Je krijgt ook meer mensen die er samen uit willen komen. Nogmaals: ik weet niet of het een goed idee is, maar ik begrijp dat het voordelen heeft.

Het bijbels-Griekse woord voor lot en voor erfdeel is kleros, daar komt ons woord clerus, geestelijkheid vandaan. De geestelijkheid, de priesters, predikanten, ouderlingen, diakenen zij zijn gesteld op het erfdeel van Christus (misschien zijn zij wel dat erfdeel). Getuigen moeten zij zijn van het leven van Christus, van zijn doop tot zijn opstanding. Een dienst, een bediening is dat. Zoals ooit Christus diende, zo mogen zij dienen.

Ik denk dat dat een goede manier is om in het leven te staan. Voor iedereen. Wat je hebt is je als per lot toebedeeld. Ja, maar ik heb er hard voor gewerkt. Natuurlijk, en daar mag je ook trots op zijn, maar de man die stadions in Qatar bouwt werkt ook hard en de vrouw op de rijstvelden van India werkt ook hard. Dat wij hier elke dag te eten hebben en een dak boven ons hoofd hebben – en soms nog meer, veel meer – het is ons toebedeeld. Vanuit dat besef leven is een goede levenshouding. Probeer zo in je leven te staan. Het is niet van jou en voor zover het van jou is, heb je het gekregen. En aan jou is het om daar dienstbaar aan God en mensen mee om te gaan. Amen.

Jozua 18:1-10 en Handelingen 1:12-26