Naomi
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar
Preekarchief


Een land op de eerste dagen van de oogst. In de winter is er gezaaid, de winterregens hebben het land doordrenkt en de bronnen gevuld. Het zaad dat in de winter gezaaid werd is ontkiemd en nul wordt de eerste oogst binnengehaald. Het wordt alweer warmer in het land en soms doet een lentebui de aren zwellen. Ja, dit is het land van melk en honing, een land van overvloed, als de regen niet uitblijft dan is er zo een rijke oogst. En in deze tijd komen er twee vrouwen naar de stad.

Toen Naomi weg ging was het een andere tijd, een tijd van hongersnood. Ze vluchtte weg voor de hongerdood, ze ging weg uit haar geboortestad omdat daar geen toekomst voor haar was. Een emigrant, een economische vluchteling was ze. Maar nu gaat ze naar huis terug. Leeg. Het is niet gelukt om in dat andere land een toekomst op te bouwen. Ze heeft daar alleen maar nog meer dood gevonden. Haar man is gestorven, haar zonen zijn dood ver voor hun tijd. Ze kijkt terug op haar leven en het lijkt alsof het allemaal voor niets is geweest. Ze komt thuis in haar oude stad, als de emigrant die het niet gemaakt heeft. U kent de verhalen van mensen die in de jaren vijftig naar Canada of AustraliŽ trokken, maar het lukte niet. Wat een gezichtsverlies als je terugkomt, wat een geld, misschien wel geleend geld, dat verbruikt is. Wat een teleurstelling.

Verdriet kan bitter maken. Over de hele wereld valt een grauwsluier. Het eten smaakt je niet meer. Niks geeft plezier, niets kan je tot leven wekken. Mensen van wie de man of vrouw is overleden, of een ander groot verlies geleden hebben, vertellen wel eens: ik vind er niks meer aan, aan het hele leven vind ik niks meer aan. Geen kraak, geen smaak, geen geur, geen kleur. Naomi voelt zich bitter, een bron waaruit alleen nog maar bitter water opwelt. De mensen mogen dat ook weten:

 "Noem mij geen Naomi meer,
dat is een naam van het verleden,
noem mij Mara, bitterheid,
voor wie ik lief had
wilde ik Naomi heten".

Bitter teleurgesteld is Naomi. Ze is teleurgesteld.. in God. Wat heeft hij haar gegeven in het leven? Waar was hij? Wat heb je aan hem als ie je laat zitten, nee, erger, als ie je douw op douw geeft.

Het was echt wat je een jeugdliefde noemde. Ze zat in de laatste klas van de middelbare school toen het "aan" ging. Hij was de eerste jongen geweest die haar het hof gemaakt had en zij was meteen voor hem gevallen. Dit was hem, had ze geweten. Ze hadden twee jaar verkering en waren toen gaan samenwonen. "Ik ben nog niet aan trouwen toe" had hij gezegd toen ze daar na een paar jaar samenwonen eens een balletje over op wierp. Later kwam ze erachter dat hij haar ook toen al bedroog. Nog niet met een van haar beste vriendinnen, dat moest nog komen, maar al wel met een meisje van zijn cursus waar hij eerst de mond vol over had en toen niet meer.

Toen ze er achter kwam over hem en haar vriendin was ze een maand verdoofd geweest. Hij had het niet ontkend en toen ze doorvroeg en de namen en gelegenheden noemde die in een fonkelende helderheid plotseling paraat bleken te zijn, was de hele lijst van gescharrel en gelieg eruit gekomen. En na de maand had ze een kamer geregeld en was ze weggegaan. En nu was ze 26 jaar, een prachtige jeugdige leeftijd, maar ze voelde zich verraden, bitter en leeg. En ze was vast van plan geen mens ooit meer te vertrouwen.

Opnieuw leren vertrouwen is een van de moeilijkste dingen die er is. Weggaan is al zo moeilijk. Een einde maken aan een situatie die je klem zet en neer drukt. Dat vergt al zoveel moed.

Maar die volgende stap is eigenlijk nog veel moeilijker. Je opnieuw verbinden, mensen en situaties opzoeken die je wel durft en kunt vertrouwen. Opnieuw verbindingen aangaan. Opnieuw je durven toevertrouwen aan mensen. Want je bent zo bang om gekwetst te worden en afgewezen te worden.

Ik heb het in onze kerk heel vaak gehad over de ballingschap van IsraŽl in Babel. Op een gegeven moment is Jeruzalem verwoest en is een groot deel van de bevolking in ballingschap gevoerd naar Babel. En vaak vertel ik dan dat er tijdens die ballingschap een bezinning is geweest. Een komen tot inkeer: we hebben het aan ons zelf te wijten dat we in ballingschap gevoerd zijn. We zijn niet rechtvaardig genoeg geweest, we hebben de armen laten stikken, we zijn vreemde goden achterna gegaan. En na de inkeer is er de vergeving: God geeft ons een nieuwe kans, we mogen terugkeren naar Jeruzalem en daar opnieuw beginnen.

Maar zou echt ieder van die ballingen zo tot inkeer zijn gekomen? Maakt u het vaak mee, dat mensen de oorzaak van de ellende bij zichzelf zoeken? Dat ze denken en zeggen: ik heb het fout gedaan, wat mij is overkomen is mijn eigen schuld? Nee, hŤ. En zo is het natuurlijk ook niet in en na de ballingschap gegaan. Het wonder is dat een groep mensen wel naar de profeten en hun woorden geluisterd heeft, dat een groep mensen gezegd heeft: het is door onze eigen schuld. En wat een ongelofelijk geschenk dat we vergeven zijn en terug mogen gaan. Maar natuurlijk was er ook een groep die de schuld buiten zichzelf zocht, ja, die boos op God was voor hun onheil. Hij had hen niet beschermd, wat had je aan zo’n God, die geen vinger uitsteekt als het er op aankomt. Mensen die boos op God bleven, ook toen ze terug konden keren.

Ik denk dat Naomi staat voor al die boze en ontevreden mensen die na de ballingschap terugkeren in IsraŽl. NaŲmi is boos op God voor wat haar overkomen was. ‘Toen ik hier wegging had ik alles’, zegt Naomi in haar verbittering. (Ruth 1:21). O ja? Had ze echt 'alles' toen ze wegging? Toen ze wegging had ze honger. Ze moest wel vertrekken, ze kon niet anders. Maar dat vermeldt ze niet, want vroeger was alles beter. En gaat ze verder ‘de Heer heeft zich tegen mij gekeerd, de Heer heeft mij met lege handen laten terugkomen’ (Ruth 1:13 en 21). Is dat zo, Naomi? Kijk eens wie er naast je loopt. Kijk eens naar je schoondochter Ruth, noem je dat terugkomen met lege handen?

Als je je teleurgesteld voelt en in de steek gelaten, dan is het moeilijk om weer vertrouwen te krijgen. Ruth zorgt daar voor. Ruth zorgt er voor dat Naomi weer vertrouwen krijgt, in de mensen om haar heen, in haar eigen toekomst en in God. En dat doet ze door trouw te zijn aan Naomi. Naomi is verbitterd en vertrouwt niemand meer, maar er komt iemand aan haar zijde die met haar meegaat op haar weg, trouw zweert aan haar en die trouw ook vol houdt. "Waarheen jij gaat wil ik gaan, en waar jij overnacht wil ik overnachten, jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God. Waar jij sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden". Ze verbindt zich met Naomi – op leven en dood -  en dat is onverwacht, want Ruth komt niet uit IsraŽl, ze is van een ander volk, waarom zou ze mee gaan naar IsraŽl? Waarom zou ze meegaan met Naomi? Maar ze doet het.

Het Bijbelboek Ruth vertelt hoe een wrokkige balling weer een plaats vindt in IsraŽl. Door de trouw die haar bewezen wordt. Iemand die met haar mee gekomen is uit de ballingschap, zelf niet van oorsprong een dochter van IsraŽl, maar beter in staat te tonen en te verwoorden wat echte trouw betekent. Ruth betoont trouw aan NaŲmi, zoals God zijn trouw betoont aan zijn volk. Ruth belichaamt de trouw van God aan zijn volk, nu het terugkeert uit de ballingschap. Zo gaat God met hen mee, ook met de boze mensen die niets meer van hem moeten hebben. Die misschien wel andere goden er op na gehouden hebben en weet ik wat. Die trouw van Ruth is het startsein van een reeks gebeurtenissen waardoor NaŲmi haar plaats weer vindt in IsraŽl. Ruth doet dit trouwens niet helemaal alleen. Er ontvouwt zich een samenspel met tussen Ruth en Boaz. Ruth, de vrouw uit het land van de ballingschap, Boaz, de man die nooit in ballingschap gegaan is, de man die altijd nog woonde in het land. Tussen de nieuwkomer en de ingezetene ontstaat een samenspel. In hun samenspel komt er een plek voor de wrokkige terugkeerder Naomi. (Kleine voetnoot: er is nog een speler: de wet van God, de wet op het leviraatshuwelijk).

Wat is dit groots van de Bijbel. Kijk, de hoofdlijn van de Bijbel gaat over mensen die zich omkeren, die berouw hebben, die uitzien naar God en als ze vergeven worden een gat in de lucht springen. Maar dan is er ook dit kleine bijbelboek over mensen die verdriet hebben, boos zijn, wrokkig zijn, alles door elkaar. Voor henzelf niet goed te onderscheiden. Maar ook met die verbitterde mensen gaat God zijn weg, vertelt dit boek. Zelf komt Naomi er niet meer uit, maar in een stroom van gebeurtenissen, in een samenspel van ultieme nieuwkomer en ingezetene, gebeurt er iets waardoor ze zich verzoent, waardoor ze weer gelukkig wordt. En aan het einde van het boek Ruth houdt Naomi een kind in haar armen. ‘Naomi heeft een zoon gekregen’ roepen haar buren en kennissen. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, Obed is toch echt een kind van Ruth, maar zo voelt het voor haar. En zo wordt het gezien: de boze, ontevreden terugkeerder, de vrouw die niemand vertrouwde, wordt gezegend. Ook voor haar is er oogst.

Hoofddorp 29 mei 2022