Aswoensdag
Naar
Homepage


Naar Weblog

Naar
Preekarchief

Omdat dit de eerste keer is dat ik voorga in een Aswoensdagviering heb ik me verdiept in de oorsprong van Aswoensdag. Waarom krijgen we een askruisje aan het begin van de 40dagentijd?

Het askruisje komt van een gebruik uit de eerste eeuwen van de kerk dat mensen die boete deden as op hun hoofd strooiden. Er waren mensen die verkeerde dingen hadden gedaan en daarom mochten ze niet meer deelnemen aan de eucharistie. Maar ze kregen de kans om terug te komen, maar dan moest je wel eerst boete doen – en een onderdeel van zo’n boeteviering was dat je as op je hoofd strooide. En dat deed je aan het begin van de Veertigdagentijd, vandaag, Aswoensdag.

Nu denkt u misschien, dat is mooi, maar waarom zou ik dan as op mijn hoofd strooien. Ik doe misschien wel verkeerde dingen, maar ook weer niet zo dat ik daarvoor uit de kerk gestuurd word. Dan komt nu het mooie: mensen die zelf niet zo heel veel gedaan hadden zijn mee gaan doen. Mensen zagen dat de boetelingen zich met as bestrooiden en zijn mee gaan doen. Uit solidariteit. Om de boetelingen te laten voelen: wij staan naast jullie. Wij zijn solidair met jullie boete doen. Aswoensdag heeft zijn oorsprong in de verbondenheid met mensen die het verkeerd gedaan hebben en dat onder ogen willen zien. Je verbindt je, je stapt de eenzaamheid en de verlatenheid in van de mens die boete doet.

En terwijl je dat doet besef je: zo heel veel anders ben ik niet. Ik ben ook een mens die om moet keren. Dat is mooi: je reikt uit naar een ander. Je denkt: ik doe een goede daad, ik ga hem of haar helpen. En je doet dat en dan blijkt het ook over jou te gaan. Je beseft: ook ik ben een mens die met lege handen voor God staat.

En wat je dan zou willen doen is je leven beteren. Anders gaan leven. De knop omzetten. Het pad naar boven vinden. Zorgen dat we het dit keer wel goed doen. Maar dat is niet het eerste wat God van ons vraagt. Het eerste wat God van ons vraagt is vasten en verdriet hebben.  

‘Keer terug tot mij met heel je hart, door te vasten, te treuren en te rouwen’ zegt de profeet JoŽl. God vraagt van ons om verdriet te hebben. Over onszelf en over de wereld. En dat is iets dat ons best moeilijk valt. Wij staan niet zo heel veel stil bij verdriet. We zijn meer van aanpakken. Is het stuk: we fixen het. Iemand ziek, genezen. Ook als we iets zien bij onszelf dat verkeerd is, dan willen we dat verbeteren. Verdriet is niet zo actief. Je moet verdriet vooral willen toelaten. Je er niet voor afsluiten. Want de echte dingen, dat er in ons leven zoveel verdrietige zaken zijn, kunnen wij niet repareren. Als dat zo was, deden we dat wel, hadden we dat wel gedaan.

Een van de staties op de Kruisweg is dat Christus de vrouwen van Jeruzalem ontmoet. En die vrouwen huilen en slaan zichzelf op de borst. Jezus zegt dan dat de vrouwen beter om zichzelf en om Jeruzalem kunnen huilen en dat is precies wat Jezus aan ons vraagt in deze tijd voor Pasen. Treur, heb verdriet, om jezelf, om je stad, om je samenleving. Ook het verdriet van de vrouwen om Jezus is niet verkeerd. Heb maar verdriet nu deze man, deze mens van God, veroordeeld en vermoord wordt. Krijs maar, huil maar.

Verdriet maakt je zacht. Je kan over al het onrecht woedend worden. Je kan geweld willen gebruiken – of daar een moreel beraad over houden. Je kan met fakkels gaan staan zwaaien. Maar als je verdriet hebt, als je huilt en als je uitgehuild bent, dan is al die spanning, al die onproductieve woede weggevloeid. Je wordt ontvankelijk, je hart wordt vruchtbaar.

JoŽl zegt: heb verdriet en vast. Verdriet en vasten horen hier bij elkaar, ze gaan beide over gemis, bezig zijn met gemis. Bij verdriet sta je stil bij je gemis, bij vasten – ik zou bijna zeggen: creŽer je gemis, maar dat klopt niet. Het is meer: je vult het gemis niet op. Dat doen we: ik voel me rot: gelukkig is er chocola. Ah, een lekker stuk vlees, wijntje, het leven is mooi. Dat overvloedige eten, het dempt ook. Het verdooft, het verbergt. Door te vasten houd je daar mee op. Je laat het komen: je gemis. Je creŽert een ruimte, die je zelf niet invult. En in die ruimte die dan ontstaat kan God komen. Kan hij zijn woorden spreken. En er is ruimte voor die woorden bij je. Een klankkast, waarin zijn woorden resoneren, klinken, verder dragen.

Als we straks het askruisje halen horen we de woorden ‘stof ben je, tot stof keer je terug’. Het zijn de woorden die God tot Adam sprak, na de eerste zonde in het paradijs. De woorden herinneren ons er aan dat we mensen zijn die dingen verkeerd doen, net als Adam. Mensen die steeds weer kiezen voor de zonde en dus voor de dood. Ons askruisje gaat er niet in de eerste plaats over dat ons leven zo kort is, maar we stellen ons voor God op met het besef: wij kiezen er steeds opnieuw voor wat niet goed is, we slaan steeds opnieuw niet de weg naar het leven in.

Ergens willen we God ook voor zijn met het askruisje. U hoeft ons niet tot stof en as te maken. U hoeft uw vurige toorn niet over ons laten ontbranden, want zie: we zijn al as. We zijn al verteerd. Dat hoeft u niet meer te doen. We weten het zelf. We kennen onze plaats. Het is verootmoediging, het is een gebed om gespaard te blijven.

Vandaag een askruisje halen is solidair zijn met alle mensen die boete doen. En daarin is het navolging van Christus. Want Christus nam zijn kruis op, niet voor zijn eigen zonde, maar voor die van ons. Uit solidariteit met ons nam Christus het kruis op en in zijn spoor dragen wij een askruis, voor onszelf en voor en met zoveel mensen die om willen keren. En voor zoveel mensen die niet willen omkeren.

Laten wij vandaag ons askruisje ook maar dragen voor Poetin en voor al die andere machthebbers in het Kremlin die er nog niet aan denken om om te keren. Of misschien denken ze er wel aan, maar ze doen het niet. Het lukt ze niet.

De Russische componiste Oestvolskaja componeerde veertig jaar geleden een muziekstuk met de woorden ‘Jezus Messias, red ons’, woorden van een gebed dat je steeds moet herhalen. Voor haar is het een gebed om vergeving voor de zonden en de misdad≠en van het communisme en de Russische regimes. Het is modern stuk met felle slagen van het slagwerk, en in je verbeelding kan je in het slagwerk de hamers van de kruisiging horen. Ontferm u, Heer, wees ons, zondaars, genadig.

Zo staan wij vandaag straks met ons askruis, een kruis als een bede tot God, wees ons genadig, Heer, wees ons en uw wereld genadig. Amen.

JoŽl 2:12-18 Hoofddorp 22 februari 2023